Een zwarte koets die niet open kan

Arie Kok | 19 december 2020
  • Literatuur

De engelen van Elisabeth, de nieuwe roman van Els Florijn, gaat over armoede, de positie van vrouwen, maar vooral over ‘zwakzinnigen en krankzinnigen’. Het is nog niet zo heel lang geleden dat we niet wisten hoe met hen om te gaan. Els Florijn richt met deze roman een monument voor hen op.

062136 literatuur beeld1In een zwarte koets met deuren zonder handvatten aan de binnenkant wordt Elisabeth weggebracht. Twee mannen hebben haar opgehaald, mannen in het zwart, terwijl de veldwachter een oogje in het zeil hield. Haar jongste zoon Jan keek vanonder de tafel toe, klemde zich vast aan haar been. Naar hem zal ze hartstochtelijk blijven verlangen, hij mist haar, dat weet ze. Oudste zoon Jozef, nog maar vijf jaar, lijkt op Julius, haar man. ‘Alles wat je niet ziet, bestaat voor hen ook niet’, zegt ze over die twee.

Naar Julius en Jozef lijkt ze niet te verlangen. Jozef heeft een getuigenis tegen haar afgelegd, lezen we even verderop als Elisabeth in het gemeentehuis verhoord wordt door dikbuikige heren, eveneens in het zwart. Is het toeval dat haar beide dochters vlak na de geboorte gestorven zijn? Heeft ze er de hand in gehad? En die nachtelijke zwerftochten door de stad, klopt dat verhaal? Gelooft ze in engelen? Heeft ze er inderdaad een gezien? Als Elisabeth daar bevestigend op antwoordt, is de zaak gedaan. Ze zal voor onderzoek naar het krankzinnigengesticht gebracht worden.

De zwarte koets die van binnenuit niet open kan, staat symbool voor het leven van Elisabeth. In de tweede verhaallijn, die Florijn hoofdstuk om hoofdstuk door de andere heen vlecht, leren we Elisabeth kennen als ze nog thuis woont. Met zijn vieren in een eenkamerkrot diep verscholen in een smerige steeg, zoals veel armen in de steden tot in het begin van de vorige eeuw woonden. Auke van der Woud heeft er in Koninkrijk vol sloppen onthullend over geschreven, Florijn verwijst ernaar in de bijlagen. Van haar moeder leert Elisabeth kantklossen. Moeder spaart de extra inkomsten in het geheim op, misschien kan Elisabeth er ooit van naar school. Het maken van kunstwerkjes van fijn draad staat in schril contrast met de grofheid en treurigheid van het leven in de krotwoning. Vader werkt op de houtzagerij, is gehard, drinkt en steekt haar moeder neer als hij de geheime geldbuidel ontdekt. Weg toekomst, en moeder is een wrak. Alleen broer Jacob brengt wat vrolijkheid in het gezin. Hij is zwakzinnig, zoals dat toen heette, zwerft door de stad en de natuur in de omgeving. De paardenbloemen en stukjes boomschors die hij als cadeautjes meeneemt, kleuren het leven nog een beetje.

Elisabeth komt in het gesticht terecht. Krankzinnigen werden eind negentiende eeuw als gevangenen gedrild. Het eten is slecht, privacy ontbreekt en de bejegening van de patiënten is meedogenloos. Ongewenste elementen in de samenleving, meer zijn ze niet. Elisabeth houdt het alleen vol door haar verbeeldingskracht in te zetten. En door zich vast te klampen aan het advies van haar moeder dat je altijd door moet blijven gaan, omdat je geen keuze hebt, maar wel mag hopen op genade. Die genade mag ze ook ervaren, zomaar op een nacht in de kleine kapel in de tuin van het gesticht, nadat een medepatiënte eerder die dag een psalm had gezongen over de goedertierenheid des Heren. Vanaf dat moment zoekt Elisabeth vastberaden naar de sleutel om de zwarte koets van het gesticht te kunnen openen. Vanaf dat moment ook krijgt het verhaal vaart en wordt het spannend.

Els Florijn vertelt ons een verhaal dat beklemt. Je wilt er niet aan dat het ooit zo was, je wilt ontsnappen uit de zwarte koets waarin ze je al vertellend meeneemt. Als lezer zie je de uitweg aanvankelijk ook niet, maar Florijn slaagt er wel in om je zo bij het verhaal te betrekken dat je je gaat schamen voor je vluchtgedrag. Dat maakt De engelen van Elisabeth tot een urgent boek, een verhaal dat verteld moet worden en dat gelezen wil worden. Uiteindelijk krijgen we te horen hoe het is gegaan met de geboorte en het sterven van haar twee meisjes, haar twee engelen. Hoe dan ook, een ding weet Elisabeth zeker, ze spelen op de straten van Jeruzalem.

Samengevat

  • Donker verhaal, dat mededogen wekt met het zwakkere
  • Meeslepend verteld
  • Neigt soms naar sentimenteel taalgebruik
  • Hoopvol, zonder prekerig te worden
Over de auteur
Arie Kok

Arie Kok is journalist en tekstschrijver.

Op weg met muziek

Op weg met muziek

Els Veurink (HR)
  • Reisbagage
  • Thema-artikelen
Zing een nieuw lied voor de HEER

Zing een nieuw lied voor de HEER

Jaap Cramer
  • Beschouwing
  • Thema-artikelen

Reageer op dit bericht

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief