Kerk van beton

0

Wanneer komt er een artikel over de kerk, dacht ik, al lezend in het pas verschenen boek Gereformeerde theologie stroomopwaarts. 75 jaar vrijgemaakte theologie (Buijten en Schipperheijn 2021). Want wie denkt er bij de GKv niet aan de warekerkleer? In het laatste hoofdstuk, ‘Houden van beton’, was het zover.

Na 1944 werden de theologische idealen omgezet in daadwerkelijke plannen tot wederopbouw van de gereformeerde zuil op stevige fundamenten. Het was kerkelijke hoogbouw!

Na 1944 werden de theologische idealen omgezet in daadwerkelijke plannen tot wederopbouw van de gereformeerde zuil op stevige fundamenten. Het was kerkelijke hoogbouw!

Peter van der Kamp schrijft interessant over de ontwikkeling van het diaconaat ten dienste van de kerk naar de diaconale kerk ten dienste van mensen in nood binnen en buiten de kerk. Daar schemert al een ander kerkbegrip door: geen massief gesloten bolwerk, maar een missionair gedreven kerk met een open oog en hand voor de nood in de wereld.

Helaas, de missiologie is afwezig in dit boek. Heeft de vrijgemaakte kerkleer zich gedurende 75 jaar ontwikkeld zonder de inbreng van de missiologie? Terwijl er momenteel twee niet-vrijgemaakte, missiologen aan de TU Kampen werken? Dat lijkt me sterk! Had Stefan Paas, samen met Barend Kamphuis, geen hoofdstuk kunnen schrijven? ‘Van massieve naar missionaire kerk’? Is hier sprake van geheugenverlies of van een blinde vlek in de geschiedschrijving?

De GKv als Bijlmermeer

Marinus de Jongs behandeling van de warekerkleer is origineel en verhelderend. De GKv leek, zeker voor buitenstaanders, wel op de haast onbewoonbare Bijlmer, met al die hoogbouw. Als achtergrond voor deze vergelijking verbindt hij het denken van Piet Mondriaan, Le Corbusier en Van Eesteren in de jaren dertig met dat van Schilder (168-169). Zij zochten naar het ware en objectieve in de kunst, uitgedrukt in rechte lijnen en abstracte vormen in de schilderkunst, en in de architectuur in staal, glas en hoogbouw. De idealen waren torenhoog.

In de naoorlogse opbouw van de Bijlmermeer greep een leerling van Van Eesteren zijn kans om de papieren idealen om te zetten in beton en staal. Het ideaal was mooi, maar de praktijk viel tegen. Er viel in de Bijlmermeer nauwelijks te leven in de betonnen kolossen van staal en glas. Het was de lelijkste wijk van Nederland. Pas na de ramp met de Boeing, die in een hoge flat vloog (1992), ging het roer om en werd de wijk drastisch gerenoveerd tot een alleszins leefbare wijk, vergelijkbaar met andere wijken in Amsterdam.

Ook Schilder werd in in de jaren dertig gegrepen door het ideaal van het ware en objectieve, maar nu uitgedrukt in de theologie met ‘de rationalistische en objectiverende uitspraak’ van Assen 1926 over de Schriftleer als ‘identity marker’ (171). Het subjectieve moest plaatsmaken voor het objectieve, bijvoorbeeld in de verbondsleer. Rechte lijnen werden er in kerk en theologie getrokken in rationeel heldere betogen met logische argumenten.

Na 1944 werden de theologische idealen omgezet in daadwerkelijke plannen tot wederopbouw van de gereformeerde zuil op stevige fundamenten, met daarin een centrale rol voor de ware kerk. Het was kerkelijke hoogbouw! Maar viel er ook in te leven? Zoals de Bijlmer op de schop ging na 1992, brak de gesloten zuil van de GKv open, ook in de jaren negentig. Beide renovaties riepen stevig verzet op in de Bijlmer en ook binnen de GKv.

De Jong blijft evenwichtig in zijn oordeel. Hij blijft het goede in de GKv waarderen. Hij ziet geen reden om alleen maar met schaamte en schuldgevoel terug te kijken op 75 vrijgemaakte theologie. Er is genoeg om dankbaar voor te zijn, ja, zelfs trots. Trots? Nou ja goed, trots!

Het werk van de Geest

Het verbaast niet dat er binnen de GKv aanvankelijk geen plaats was voor het eigen werk van de heilige Geest in kerk en wereld. Het verzet tegen het subjectivisme van Kuypers verbondsleer, het formele, ambtelijk-juridische denken, en de betonnen kerkleer werd versterkt door een objectivistische kijk op het werk van de heilige Geest. Ad van der Dussen schrijft een boeiend hoofdstuk over de ontwikkeling van de leer van de heilige Geest binnen de vrijgemaakte kerken en theologie.

De heilige Geest, door Christus uitgestort op Pinksteren, als Christusfeest getypeerd, werd helemaal opgesloten in het ambtelijk gepredikte Woord. Met en door het Woord werkt Hij geloof en bekering. Voor een innerlijk werk van de Geest in de gelovigen als voorbereiding op hun geloof, was er te weinig aandacht. En helemaal niet voor een eigen werk van de Geest in schepping en herschepping. De Geest werd feitelijk gezien als de verhoogde Christus op aarde. Dat lijkt bijna op een twee-eenheidsleer!

Van der Dussen verwijst naar verschillende theologen van buiten de GKv die het eigen werk van de heilige Geest al vroeg aan de orde stelden, zoals Van Ruler en Berkhof. Zij werden niet gehoord binnen de GKv. Na de omslag in de jaren negentig konden zij met Kees van der Kooi en Jan Veenhof verwerkt worden in een herbezinning op het werk van de heilige Geest. Ook de evangelicale beweging met haar nadruk op de charismata noodzaakte tot herbezining. Het gesprek met de CGK over de toe-eigening des heils zal er makkelijker door geworden zijn.

Toekomst

Geen betonnen kerk meer, maar een diaconaal-missionaire kerk rondom het Woord onder de werking van de heilige Geest: laat dat de toekomst van de NGKv mogen zijn.

Dit is de derde van drie blogs over Terugkijken op 75 jaar Vrijmaking. Lees ook deel één, ‘Het kapitaal is synodaal’, en deel twee, ‘Vrijgemaakte kroonjuwelen‘.

Delen.

Over de auteur

Ds. Bob Wielenga is emeritus predikant van de NGK Kampen en woonachtig in Zuid-Afrika.

Laat een reactie achter