Vrijgemaakte kroonjuwelen

Bob Wielenga | 8 maart 2021
  • Blog

Wie Vrijmaking zegt, denkt gelijk aan de heilshistorische prediking, met daaraan verbonden de namen van K. Schilder en B. Holwerda. Hoe is het daarmee gegaan, de afgelopen 75 jaar in beide ‘huizen van de Vrijmaking’?

NoachIn het boek Gereformeerde theologie stroomopwaarts. 75 jaar vrijgemaakte theologie, uitgegeven bij Buijten en Schipperheijn (2021), beschrijven Koert van Bekkum en Gert Kwakkel de ontwikkeling van het theologische denken over de oudtestamentische heilsgeschiedenis – binnen, maar ook buiten de vrijgemaakte traditie.

De twee huidige homileten aan de TU Kampen, Kees de Groot (NGK) en Kees van Dusseldorp (GKv), vertellen in een interview met Gerry Bos welke veranderingen er in de loop der tijd in de concrete heilshistorische preekpraktijk opgetreden zijn. Het kerkelijke klimaat is veranderd; er kwam ook aandacht voor het werk van de heilige Geest. Maar wezenlijk anders is de kijk op heilshistorische prediking niet geworden.

Heilshistorisch, niet heilshisterisch

De hoorders van de preek en de persoon van de prediker zijn anders dan vroeger in beeld gekomen. Het preekonderricht is trouwens veel systematischer en praktischer opgezet dan in mijn studietijd (Veenhof). Er wordt ook gebruikgemaakt van moderne inzichten in het communicatieproces tussen spreker en hoorders. Maar het blijft gaan om het Woord van God in de tekst, om wat Hij doet in de heilsgeschiedenis, van schepping tot herschepping, en hoe dat met Christus te maken heeft.

Maar het soms drammerige heilshistorische preken van vroeger lijkt toch verleden tijd te zijn. Soms werd toen een heilshistorisch schema over de preektekst heen gelegd, wat de boodschap platwalste. Vooral C.Trimp heeft het verschil gemaakt tussen wat ik heilshisterisch preken noem en heilshistorisch preken. De preek werd ook minder theoretisch en landt beter in de leefwereld van de gemeente, terwijl er voor de subjectiviteit van de prediker ruimte komt.

Opvallend is de ruiterlijke erkenning, door Van Bekkum en Kwakkel, van de grote betekenis van een ‘synodaal’ theoloog voor de ontwikkeling van het heilshistorisch lezen van de Bijbel: Herman Ridderbos. ‘Synodaler’ dan hij was er geen! Ook erkennen ze dat bij Jacob van Bruggen de heilsgeschiedenis in zijn commentaren geen centrale plaats inneemt (87). Hij zoekt vooral zijn kracht in de reconstructie van de feitelijke gebeurtenissen achter de tekst. Eerlijke waarnemingen zoals deze typeren de vrijgemaakte theologiegeschiedenis van de laatste 75 jaar.

Verbond met Noach

Natuurlijk kan in een boek over 75 jaar vrijgemaakte theologie een hoofdstuk over het verbond niet ontbreken (Hans Burger). Dat was één van de breekpunten in 1944. In de traditionele visie werd het verbond beheerst door de eeuwige verkiezing. Daartegen kwam Schilder in verzet met een andere kijk, waarin meer ruimte kwam voor de geschiedenis die het verbond doorloopt en waarin mensen hun rol moeten spelen, daartoe opgeroepen en bekwaamd door God zelf.

Dit had gevolgen voor de visie op het verbond en voor hoe er over de kinderdoop gedacht werd (Dolf te Velde). De doop verankert de belofte dat iemand door God in het verbond is opgenomen. De oproep tot geloof en voortgaande bekering is met de belofte gegeven. God vervult zijn doopbelofte, maar in de weg van geloofsgehoorzaamheid. Dat hangt samen met het karakter van Gods belovend spreken.

Maar ik wil het over het verbond met Noach hebben. Vaak komt dat tekort. Schilder vroeg aandacht voor dit verbond, het natuurverbond, dat volgens hem onderdeel van het genadeverbond is. Het verzekerde de toekomst van de schepping, waarbinnen het verbond moet functioneren. Met een typisch schilderiaans aforisme: het is ‘de werkvloer onder de kerkvloer’ (116). Maar zoals in vrijwel alle theologische tradities speelt het ook bij Schilder een beperkte rol: ter ondersteuning van het genadeverbond. In het genadeverbond gaat het dus niet om de schepping, maar om de mens, niet om de heling van de geschapen werkelijkheid, maar om het heil van de individuele mens.

Verbond en schepping

In de Bijbel komen we deze tegenstelling niet tegen; daar gaan heil en heling samen. We worden niet uit de schepping bevrijd, wanneer Jezus terugkomt, maar samen met de schepping vernieuwd. Zoals Christus met een vernieuwd lichaam uit de dood opstond, zo ook wij. Op de nieuwe aarde leven we met uit de dood opgewekte, vernieuwde lichamen. Het monumentale 1 Korintiërs 15 getuigt hiervan.

Opvallend genoeg wordt het verbond met Noach (Genesis 6:18; 8:20-22) vredesverbond genoemd in het Oude Testament (Jesaja 54:9-10; Ezechiël 34:25-31; 47:1-12). Dit verbond, en zo de schepping, speelt in Gods heilsplan een veel centralere rol dan vaak onderkend wordt. Juist de huidige klimaatcrisis zou ons moeten stimuleren om aan het verbond met Noach als onderdeel van het genadeverbond nieuwe aandacht te geven. Wat hebben verbond en schepping precies met elkaar te maken?

De aandacht voor het verbond binnen kerk en theologie is momenteel niet groot. Dat is ook wel de schuld van de gereformeerde verbondstheologie, met zijn scholastieke gespeculeer. Toch, in de Bijbel is het één van de kernthema’s. Zonder verbond valt er een groot gat in de Bijbel! Trouwens, zonder verbond zou er geen schepping zijn, laat staan een Bijbel.

Dit is de tweede van drie blogs over Terugkijken op 75 jaar Vrijmaking. Lees ook ‘Het kapitaal is synodaal‘ en ‘Kerk van beton‘.

God aan tafel ervaren tijdens Seider

God aan tafel ervaren tijdens Seider

Maarten Boersema
  • Interview
  • Thema-artikelen
Jongeren en rituelen in de kerk

Jongeren en rituelen in de kerk

Ronelle Sonnenberg
  • Opinie
  • Thema-artikelen

Reageer op dit bericht

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief