‘Nergens zo veel geleden, nergens zo intens geleefd’

Arie Kok | 13 maart 2021
  • Literatuur

Zending was voor mij als kind de witte kerk van Rantepao, die in het zonlicht fel afstak tegen het gifgroene gazon. De zendingswerker drukte op een knop, de volgende dia verscheen: Toradjahuizen, met daken als de zeilschepen waarin dit volk was komen aanwaaien. Nu geloofden ze ook in Jezus. Daar op Sulawesi, in het verre Indonesië, werd uit het psalmboek gezongen en in drie punten gepreekt. Onze zendingsgulden was goed besteed.

Jan Brokken, De tuinen van Buitenzorg, Amsterdam (Atlas Contact), 2021. 224 pagina’s, € 22,99, ISBN 9789045043821.

Jan Brokken, De tuinen van Buitenzorg, Amsterdam (Atlas Contact), 2021. 224 pagina’s, € 22,99, ISBN 9789045043821.

Het beeld verscheen weer voor mijn geestesoog toen ik De tuinen van Buitenzorg las. Jan Brokken schreef al eerder over het Indiëverleden van zijn ouders in Mijn kleine waanzin, dat ik jaren terug ademloos las. Als nakomer was Jan als enige niet in Indië geboren, maar de trauma’s van zijn ouders en broers tastten ook zijn gezondheid aan. Op zijn zeventigste kwam hij er eindelijk toe een boek over zijn moeder Olga te schrijven, over de jonge vrouw die, net getrouwd, met veel idealen naar Indië vertrok, op een paard door de wildernis reed, orgel speelde in kerken als die van Rantepao en samen met haar man was uitgezonden om ‘beschaving te brengen aan inlanders’. Ze vertelde er onderhoudend over in de brieven aan haar zus, die Brokken als basis voor zijn boek gebruikte.

Aanvankelijk had ik een beetje ruzie met De tuinen van Buitenzorg. Het is een roman, gebaseerd op louter feiten. Brokken heeft de neiging van alles erbij te halen en daar ook nog eens flink over uit te wijden. Gaandeweg kreeg het verhaal me toch te pakken. Brokkens betoog over de componist Godowsky viel op zijn plaats toen ik zijn Java suite voor piano luisterde. Het stuk is geïnspireerd op de klanken van de gamelan, een typisch Indonesisch slagwerk. Het helpt om in de sfeer van het mystieke Indië te komen, de uitbundige plantenpracht, de vochtige hitte, vulkanen aan de horizon en de ‘stille kracht’, ofwel: de animistische mystiek.

Olga staat haar man bij door zich intensief met de taal bezig te houden, vooral het Boeginees. Ze verdiept zich in oude islamitische teksten en schrijft aan haar zus: ‘Alles is zo veel ingewikkelder dan je denkt, en zo veel wreder ook. De belangen botsten misschien nog wel sterker dan de culturen en de godsdiensten. Iedereen pikte een graantje mee en de enigen die met lege handen achterbleven waren de arme mensen, zoals altijd.’ De islam had zich bij haar intrede naar de feodale verhoudingen gevoegd en met het christendom was het in de negentiende eeuw al weinig anders gegaan toen de Nederlanders zich op Celebes meldden. Ondertussen bleven de animistische rituelen gewoon bestaan.

In de periode dat Han en Olga op Celebes werken, gaat vrijwel het gehele Taradjavolk over op het christendom. Het gebruik om houten poppen van hun overledenen te maken, wat nog altijd veel toeristen trekt, lijkt die keuze te hebben ondersteund, ‘de islam verbood iedere beeltenis van de mens.’ Al eerder schreef Olga dat een volk moest kiezen: islam of christendom. Als moslim mochten ze geen varkensvlees eten, als christen was polygamie niet meer mogelijk. Het bleek een lastige afweging.

Ondertussen krijgen Olga en Han kinderen, en breekt in Europa de oorlog uit. De briefpost ligt stil. Dan komt ‘de Jap’, het gezin belandt in Jappenkampen, onderweg ernaartoe worden ze bekogeld met stenen door ‘inlanders’. Als de idylle al bestond, dan is hij nu voorgoed over. Na de bevrijding proberen ze nog wel wat op te bouwen in Indië, maar de zendingsorganisatie roept hen terug. Thuis in Nederland kan de traumaverwerking beginnen.

Jan Brokken is in de eerste plaats op zoek naar de moeder die hij nog niet kende, die zelf over haar tijd in Indië zei: ‘Nergens zo veel geleden, nergens zo intens geleefd.’ Hij schrijft vol liefde over haar. Tegelijk schetst hij een nuchter beeld van het vroege zendingswerk, dat verknoopt was met het koloniale systeem. Het kerkje van Rantepao zal altijd wel tot mijn verbeelding blijven spreken, maar met de vragen die daarbij te stellen zijn, ben ik voorlopig nog niet klaar.

In het kort

  • Ingenieus gecomponeerd verhaal.
  • Wijdt soms te veel uit over bijzaken.
  • Subtiel kritisch op kolonialisme en zendingswerk.
  • Wekt Nederlands-Indië tot leven via de zintuigen.
Over de auteur
Arie Kok

Arie Kok is journalist en tekstschrijver.

Op weg met muziek

Op weg met muziek

Els Veurink (HR)
  • Reisbagage
  • Thema-artikelen
Zing een nieuw lied voor de HEER

Zing een nieuw lied voor de HEER

Jaap Cramer
  • Beschouwing
  • Thema-artikelen

Reageer op dit bericht

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief