De kerk heeft de toekomst

Esther de Hek | 26 juni 2021
  • Achtergrond
  • Opinie

Hoe blijft de kerk komende jaren toekomstbestendig? In de tijd dat ik hoofdredacteur was van OnderWeg is deze vraag voor mij steeds belangrijker geworden. Het vraagt van werkers in de kerk feeling en verbinding met de hele gemeente, van bevlogen gelovigen tot de (bijna) afhakers. Een van de zeven handreikingen die ik geef, is dan ook: ‘Leg regelmatig persoonlijk contact (via mail, app of telefoon) met iemand uit de gemeente, simpelweg door de vraag te stellen: hoe gaat het?’

(beeld Prixel Creative/Lightstock)

Onlangs nam ik na drie jaar afscheid als hoofdredacteur van magazine OnderWeg. Drie jaar lang volgde ik met extra interesse wat er leeft onder de lezersgroep, grotendeels predikanten, kerkelijk werkers en actieve, betrokken kerkleden in GKv, NGK en deels CGK (verder ‘werkers in de kerk’ genoemd). Hoe zijn zij, wat heeft hun aandacht, hoe pakken ze het werk in de kerk aan en waarom op deze manier? Door je (potentiële) lezers beter te kennen, kun je een bladinhoud bieden die voor hen nuttig en relevant is, waardoor direct en indirect Gods koninkrijk gediend wordt, – de belangrijkste missie van OnderWeg.

Lekenstatus

In dit artikel deel ik enkele gedachten over wat mij de afgelopen drie jaar is opgevallen en geef ik afsluitend zeven korte handreikingen mee, gericht op het toekomstbestendig houden van de kerk. Met kerk bedoel ik in dit verband de georganiseerde geloofsgemeenschap waarbij christenen zich aansluiten en zich verantwoordelijk voelen voor de voortgang ervan. Hoe Gods kerk de komende jaren toekomstbestendig blijft, is voor mij, onder meer door afgelopen drie jaar, een belangrijke vraag geworden. Daarin ben ik niet uniek, laat staan een autoriteit die waterdicht onderbouwde bespiegelingen presenteert. Maar in die lekenstatus zit zomaar waarde, is vaker gebleken.

OnderWeg wordt deels gemaakt en veel gelezen door theologen. Als hoofdredacteur wilde ik juist daarom scherp blijven op mensen die wel in meer of mindere mate betrokken zijn bij de kerk, maar niet de biografie Paulus van Tom Wright of God lééft van Bram van de Beek op hun salontafel hebben liggen. Ze hebben zelfs steeds vaker geen boekenkast en lezen nauwelijks tot geen boeken. Ik wilde gericht blijven op het ‘gewone kerklid’, een typering die ik niet graag gebruik maar nu, ter verduidelijking, relevant is. Dat gewone kerklid vind ik in mijn gezin, familie, vriendenkring, buurt en kerkelijke gemeente. Het zijn bevlogen en minder bevlogen gelovigen, ouderen en jongeren, twijfelaars, ongeïnteresseerden en (bijna) afhakers. Ze maken deel uit van de kerk, bevinden zich aan de rand of net erbuiten, maar hebben een ding gemeen: ze zijn kostbaar kapitaal voor Gods kerk, nu en in de toekomst. Onder hen gebeurt het namelijk. Zoals met Pinksteren een variatie aan gewone mensen tot geloof kwam, geloven we dat de Geest ook nu nog steeds zijn wonderlijke werk doet onder hen.

Codewoord

Behalve kostbaar kapitaal, is de gewone gemeenschap die een gemeente vormt ook kwetsbaar kapitaal. Kwetsbaarder dan pakweg tien jaar geleden, bewijzen onder meer de jaarlijks dalende ledenaantallen van de meeste kerkgenootschappen. En dan weten we nog niet eens wat de impact zal zijn van de coronatijd op kerk en gemeente. Er is dus alle reden voor werkers in de kerk om alert en volop betrokken te zijn op het grondvlak van de kerk: de gemeente in haar volle breedte en veelkleurigheid, zeker ook diegenen die onzichtbaar lijken.

De term ‘verbinding’ wordt weleens weggezet als modewoord, maar voor de toekomstbestendigheid van de kerk is het mijns inziens een codewoord. De kerk kan zich namelijk onderscheiden als ontmoetingsplek waar iedereen zich welkom weet, gedreven door de christelijke liefde, het woord dat de hele wet vervult (Galaten 5:14). ‘De kerk moet veranderen’, schreef dr. Bert de Leede enkele jaren geleden in het blad Wapenveld, ‘om voor de gelovigen van de toekomst in hun context een huis te zijn om in te wonen, een thuis te zijn om terug te keren en nieuwe kracht op te doen om in de samenleving christen te zijn.’ Dit vraagt mijns inziens van werkers in de kerk onder andere de wil om voortdurend in te zetten op verbinden (de interactie aangaan) met het grondvlak – hartelijk, aanwezig, praktisch, georganiseerd en in geloof.

Stokpaardjes

Het past bij mijn pragmatische instelling om het niet te laten bij zo’n stellingname, maar deze te vertalen in concrete handreikingen: hoe doe je dit? Een paar handreikingen deel ik hieronder, maar eerst stel ik nog een vraag: lukt het werkers in de kerk om actief en structureel in te zetten op verbinden met de hele gemeente, van de bevlogen gelovigen tot de (bijna) afhakers. Zodat hun gemeente dat liefdevolle ‘thuis’ is ‘om terug te keren en nieuwe kracht op te doen’? Kan ik daar op basis van drie jaar hoofdredacteurschap van een blad dat iemand eens ‘hét vakblad voor werkers in de kerk’ noemde iets zinnigs over zeggen? Ik doe een poging.

De rubriek ‘Praktijklokaal’ biedt iedere editie mooie voorbeelden van manieren waarop in kerken de verbinding met elkaar gezocht wordt. Deze rubriek blijkt hooggewaardeerd te worden door lezers, omdat de voorbeelden inspireren en uitdagen om ze in eigen gemeente toe te passen. Dat geeft de burger moed, evenals de vele andere verhalen die afgelopen jaren in OnderWeg verschenen over bezielde predikanten, jeugdwerkers, ambtsdragers en andere werkers die zich met liefde inzetten voor het brede grondvlak.

Toch ontkomen ook werkers in de kerk niet aan gedrag en eigenschappen die het brede verbinden in de weg kunnen staan, zag ik afgelopen jaren om mij heen. Ik noem er een paar:

  • de veiligheid zoeken van de comfortzone (de studeerkamer als meest geliefde en comfortabele plek);
  • hobbyisme en stokpaardjes (vaak niche-thema’s voor het brede grondvlak);
  • pessimisme en cynisme (kerkenwerk stelt nogal eens teleur);
  • vermoeidheid, ook door de coronatijd (‘De energie ebt weg’, schreef Marinus de Jong begin dit jaar daarover).

Niets menselijks is werkers in de wijngaard vreemd, sla Matteüs 20 maar erop na, dacht ik toen ik dit rijtje opschreef. Het deed me denken aan wat mijn voorganger Ad de Boer onlangs in dit magazine antwoordde op de vraag wat de belangrijkste les was die hij aan zijn kinderen wilde meegeven: ‘Laat aan anderen het beeld van Jezus zien, met alle lek en gebrek.’ Ik herken mijzelf (ook werker in de kerk) in die ouderwetse woorden uit mijn jeugd, ‘lek en gebrek’. Een jongere generatie zou dat ‘not so perfect’ noemen met een hashtag ervoor: #notsoperfect. Maar het bijzondere is dat welke woorden je er ook aan geeft, we weten dat God ons tekortschieten en onze feilbaarheid overstijgt met een oneindigheid die zijn weerga niet kent.

Dat neemt trouwens niet weg dat werkers in de kerk eerlijk en met een kritische blik naar hun gedrag mogen kijken vanuit de vraag: wat kan anders en beter? In iedere professionele organisatie gebeurt dit, maar in de kerk is het open en eerlijk evalueren van inzet, aanpak en houding te vaak nog een onderontwikkeld thema. Terwijl – ik maak even een paar stappen – de toekomstbestendigheid van de kerk ook hiermee gediend is, maar daarover uitweiden vraagt extra pagina’s.


Meer doen

Met een paar handreikingen wil ik werkers in de kerk stimuleren om volop feeling en verbinding met de hele gemeente te houden, persoonlijk en digitaal. Zonder grote en ingewikkelde ambities, maar gericht op het bouwen van de kerk als een toekomstbestendig thuis. Wat kan daarbij helpen?

1. Minder praten (en vergaderen), meer doen.

2. Maak regelmatig persoonlijk contact (via mail, app of telefoon) met iemand uit de gemeente, simpelweg met de vraag: hoe gaat het? De rest volgt dan vanzelf wel.

3. Ervaar en beleef het leven buiten de kerk, stap regelmatig uit je christelijke bubbel.

4. Bid dagelijks voor de gemeente.

5. Ga, zeker als het weer meer kan, voor activiteiten waar verbinding en vreugde centraal staan.

6. Maak je hoofd leeg door te bewegen en zo even los te komen van (ook) je werk en roeping als werker in de kerk.

7. Blijf hopen en elkaar hoopvolle verhalen vertellen, want (Bram Beute in de special Hoop, 2018): ‘Je kunt de hoop levend houden door niet te snel tevreden te zijn en de stem serieus te nemen die fluistert: is dit echt alles wat er is? Nee, dit is niet alles, er moet nog veel meer komen.’

Over de auteur
Esther de Hek

Esther de Hek is schrijver, schrijftrainer en oud-hoofdredacteur van OnderWeg.

Meest gelezen

Gods blik op migratie

Gods blik op migratie

Koert van Bekkum
  • Column

En weer was er gedoe in Ter Apel. Houdt het dan nooit op? Nee, zolang de volken woeden – elders door oorlog en uitzichtloosheid, of hier met verzet tegen asiel als electoraal verdienmodel – zijn we er niet vanaf. Gelukkig beschikken Bijbellezers in Genesis 10 over een breder perspectief op geopolitieke verschuivingen en migratie. Deze ‘volkerentafel’ vertelt over de afstammelingen van Noachs zonen, Sem, Cham en Jafet. Nu is Genesis 10 vaak gebruikt voor een nogal statisch beeld van landen en volken. God lijkt ieder volk immers een vaste plek te geven. En inderdaad biedt het geslachtsregister een soort wereldkaart. Maar de tekst doet meer, er zit beweging in.

Lees artikel
Begin van Genesis – geschiedenis?

Begin van Genesis – geschiedenis?

Mark Janssens
  • Opinie

Ik geloof dat het begin van de Bijbel fundamenteel is. Niet voor niets opent de Bijbel met deze hoofdstukken. Is het begin van de Bijbel geschiedenis in onze westerse zin verstaan? Dat is de vraag in het artikel van collega Ulbe van der Meer (‘De slang heeft niet gesproken’, Onderweg, mei 2026) en de reacties daarop in het nummer van juli 2026. Waarbij geschiedenis vooral betrekking heeft op feiten en concrete gebeurtenissen. Dan kun je aan de ene kant of aan de andere kant uitkomen, al dan niet met voorzichtigheid en nuances. 

Lees artikel
Predikantsprofiel: Bob Wielenga

Predikantsprofiel: Bob Wielenga

Jan Mudde
  • Kerkelijk leven
  • Predikantsprofiel

De afstand tussen Bob Wielenga en mij bedraagt ongeveer 9.300 km als we met elkaar beeldbellen via de smartphone van zijn vrouw Geertje. Vanaf 1980 woont en werkt Bob namelijk in Zuid-Afrika als zendeling, predikant en theoloog – Bob is tweemaal gepromoveerd aan de Universiteit van Zuid-Afrika te Pretoria. Sinds 2002 is hij met emeritaat, maar tot voor kort schreef en publiceerde hij volop. Momenteel is hij nog als docent verbonden aan het KwaZulu-Natal Missionary and Bible College. We hebben een gesprek waarin het woord ‘afstand’ de rode draad is.

Lees artikel
De mythe van de schuldige omstander?

De mythe van de schuldige omstander?

Louren Blijdorp
  • Boekbespreking

De Breepleinkerk in Rotterdam siert de cover van het indrukwekkende boek van Geert Hovingh. In die kerk verborgen de latere Kamper ethicus dr. Gerrit Brillenburg Wurth en zijn vrouw Gerda van Leeuwen samen met kostersechtpaar Jacobus en Annigje de Mars-Ouwens, 34 maanden lang zeven joodse onderduikers. Een van hen werd geboren tijdens de onderduik, in de kosterswoning. Het is een van de bijna onuitputtelijke hoeveelheid verhalen die Hovingh op tafel heeft gelegd.

Lees artikel

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief