De mens als halsstarrige gast aan zee

Arie Kok | 17 juli 2021
  • Literatuur

Zo’n eilandje met een romantisch roodgeverfd huis op een rots en een bootje afgemeerd in een baai. Hoe geweldig zou het zijn om daar te wonen? Je vraagt het je wel eens af tijdens een zomerse vakantie in Noorwegen. De donkere Scandinavische winters zijn dan ver weg.

Roy Jacobsen, Witte zee, Amsterdam (De Bezige Bij), 2021. 256 pagina’s, € 21,99, ISBN 9789403131412`.

Duizenden eilandjes liggen er voor de westkust van Noorwegen. Tot halverwege de vorige eeuw waren de meeste bewoond, Noorwegen moest haar oliebronnen toen nog ontdekken. In die tijd woonde de moeder van de schrijver Roy Jacobsen er, het eilandleven is hem bekend. Deze maand verscheen het tweede deel van zijn vierluik over het fictieve eiland Barrøy in vertaling, Witte zee. In Trouw (25 augustus 2020) zegt hij: ‘Die geschiedenis vormt onze identiteit. De moderne Noor kijkt zelden achteruit, ondanks dat de meesten toch grootouders of overgrootouders hebben wier levenswijze dit was, op de grens van land en zee.’

‘Barrøy is een eiland van zwijgen’, schrijft Jacobsen in Witte zee. ‘De volwassenen leggen kinderen niet uit wat ze moeten doen, ze doen het voor en de kinderen doen het na, er is een grote wijsheid in hun handen en voeten.’ In het eerste deel, De onzichtbaren, hebben we gelezen hoe de familie, met opa en tante Barbro, in de jaren twintig van de vorige eeuw op het eiland leefde. Vader probeerde zijn graantje mee te pikken van de moderne wereld die hij op het grote eiland aan de overkant zag ontstaan, hij bouwde een aanlegsteiger. Nog voor die klaar was, sloeg het noodlot toe.

‘De vis was er het eerst. De mens is slechts een halsstarrige gast aan zee.’ Met deze krachtige zinnen opent Jacobsen deel twee. Ingrid is alleen achtergebleven op Barrøy. Haar grootouders en ouders zijn overleden, en haar verstandelijk beperkte tante Barbro is opgenomen in een instelling. Ondertussen is het 1944, het laatste oorlogsjaar is aangebroken, de grimmige sfeer is zelfs tot op het kleine eiland voor de kust merkbaar.

Op een dag ontdekt Ingrid dat er kledingstukken zijn aangespoeld op het strand. Even later vindt ze ook een dode man en later die dag nog een, op de hooizolder. Daar ligt ook het lichaam van een man die nog blijkt te ademen. Ze sleept hem mee naar haar huis en besluit hem te verzorgen. De man spreekt een taal die ze niet herkent, maar Ingrid heeft geen woorden nodig om te communiceren. Er is iets wat groter is dan dat. Nog voor de man op een nacht het eiland roeiend heeft verlaten, blijkt ze een kind van hem te verwachten. Zo zal hij altijd bij haar zijn, maar het verlangen naar de man blijft ook. Later hoort ze dat er een konvooi met Russische krijgsgevangenen op zee beschoten is, maar niemand wil er iets over zeggen.

Na veel omzwervingen en een periode van opvang van vluchtelingen op haar eiland, baart Ingrid een dochter van de Rus. Jacobsen schrijft: ‘God houdt minder van de mensen aan de kust dan van de mensen in het binnenland en de stad; gedurende lange periodes vergeet Hij hen volkomen, en zij vergeten Hem; misschien lezen ze voor het eten een paar regels uit de Bijbel en zuchten ze boven een kop koffie, maar wanneer Hij bij wijze van uitzondering een keer in een gulle bui is, weten ze heel goed aan wie ze hun dankbetuigingen moeten richten. Niet dat Ingrid de handen vouwt en naar de hemel roept, maar ze weet eindelijk, als een lawine van licht in de diepste duisternis, dat hoewel dit verschrikkelijke jaar dat ze net achter de rug heeft volkomen zinloos leek, het nu een zin heeft, een bliksemschicht van hoop uit een heldere hemel…’

Rode huisjes op romantische eilanden vertellen verhalen van een ruw overleven, zoals het eeuwenlang is geweest en op veel plekken nog altijd is. Met de nuchtere en intelligente Ingrid Barrøy zet Jacobsen de sterke vrouw neer die in die omstandigheden weet wat ze moet doen en menselijkheid en warmte brengt in een harde wereld.

In het kort

  • Realistische vertelling over een primitief bestaan.
  • Delen zijn niet echt los te lezen, de voorkennis is nodig.
  • Typisch Scandinavisch, met zwijgzame personages en overweldigende natuurkrachten.
Over de auteur
Arie Kok

Arie Kok is journalist en tekstschrijver.

Op weg met muziek

Op weg met muziek

Els Veurink (HR)
  • Reisbagage
  • Thema-artikelen
Zing een nieuw lied voor de HEER

Zing een nieuw lied voor de HEER

Jaap Cramer
  • Beschouwing
  • Thema-artikelen

Reageer op dit bericht

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief