Een tempel in herbouw-over zintuigen in de liturgie

Kees de Ruijter | 22 oktober 2022
  • Beschouwing
  • Special 2022
  • Thema-artikelen

Vooraan in de kerk heb je een podium in plaats van een preekstoel. Het psalmbord is ingeruild voor een diavoorstelling. Twee dingen die je kunnen opvallen in een willekeurige gereformeerde kerk. Hoewel opvallen… je raakt eraan gewend. Maar stel dat mijn moeder vandaag om de hoek van een kerkdienst kon meekijken (ze is al dertig jaar bij haar Heer), dan keek ze van een aantal dingen enorm op. Zeker over deze twee. Ze staan voor een ontwikkeling die diepe sporen trekt in de liturgie.

Zelf heb ik die verandering bewust meegemaakt in zeventig jaar kerkgang. Die startte, in de vijftiger jaren van de vorige eeuw, met een kerkdienst waarin alles draaide om de preek die wel drie kwartier kon duren. We zongen vier keer onder orgelbegeleiding een psalmvers en op de feestdagen een paar gezangen (uit het Bundeltje van 29). Kon je de aandacht erbij houden, dan kon je veel leren in zo’n kerkdienst (maar niet zonder voorkennis). De preek ging meestal diep in op het gelezen bijbelgedeelte en ook daaromheen kon je veel opsteken van de Bijbel en de leer van de kerk. Vierden we het heilig avondmaal, dan hoorden we eerst een lang formulier met een stevig betoog over de betekenis van het sacrament. Niet direct liturgisch, eerder didactisch. Kinderen waren nauwelijks in beeld. Stilzitten was de boodschap (wat een opgave!).

 

Onderwijs en beleving

Ga ik vandaag naar de kerk, dan levert voor de dienst de beamer al boodschappen af. We krijgen de orde van deze dienst te zien, maar ook welke kinderen (onder de twaalf) deze week jarig zijn; er zijn beelden van de recente verbouwing, een oproep voor medewerkers in jeugdwerk en pastoraat. In de dienst opnieuw veel dynamiek. Er is een band die de gemeente vol vaart meeneemt in zang en aanbidding, een kindmoment met ontspannen aandacht voor de jongste kerkgangers om ze iets uit het Evangelie mee te geven. Powerpoint en beeldmateriaal ondersteunen de preek. Bij de collecte is er een filmpje over het collectedoel. Als we weer huiswaarts gaan, zijn alle zintuigen behoorlijk geactiveerd. Zet ik de twee naast elkaar, dan typeer ik die eerste kerkdienst als onderwijs (en verkondiging), de tweede is meer beleving. Een behoorlijke omslag. Het is de moeite waard om te bekijken waar die vandaan komt.

Denkcultuur

Op het eerste gezicht is dit een herkenbare ontwikkeling, waarvoor je niet naar de kerk hoeft. In de vijftiger jaren verscheen een krant met haast alleen zwarte letters. Tegenwoordig is nieuwsvoorziening een multimedia-event, waarbij we op de eerste rang alles zelf kunnen meemaken. Logisch dat je in de kerk daarvan iets terugvindt.

Toch is hier meer aan de hand dan een andere manier van communiceren. In de ontwikkeling die ik bedoel zit ook correctie op de gereformeerde traditie. Want hoe komt het eigenlijk dat een kerkdienst vooral vorm krijgt als onderwijs? Is de kerkganger vooral een denkend wezen? Heeft geloven minder te maken met je lichaamswerk?

Er kon in onze traditie gemakkelijk een tegenstelling ontstaan tussen hoofd en lijf of misschien ook wel tussen lichaam en geest, met daaronder een nog diepere tegenstelling:

die tussen stof en geest, het oeronderscheid uit de klassieke denkwereld. Niet als tegenstelling bedoeld, maar later wel zo gehanteerd. Die tegenstelling komt terug als in het Westen het denken bewijs van ons bestaan wordt (‘ik denk dus ik ben’). In de westerse cultuur blijft dat stempel diep herkenbaar. Een christelijke mensvisie die op zijn minst enig wantrouwen kende ten opzichte van het menselijk lichaam, begunstigde deze manier van denken. De ‘onsterfelijke’ ziel tegenover het lichaam dat tot stof vergaat: zorg voor die ziel. Dat je met dat lichaam ook lezen en schrijven kunt, was minder belangrijk.

Bloedarmoede

Als je lichaam achterblijft, gaat er iets mis in je functioneren. Doet je lichaam niet mee, wat doet er dan wel mee? Dan ben je eigenlijk afwezig. Wat betekent dat voor je liturgie?

Vergelijk het met een liefdesrelatie. Geliefden geven hun relatie vorm in de omgang in het alledaagse leven. Maar er zijn wel topmomenten om hun relatie te vieren. Die wisselwerking van topmomenten en het alledaagse is kenmerkend. Zo is liturgie bedoeld in de omgang met God. Wat gebeurt er met de liturgie als je lichaamswerk achterblijft? Voor de liefde is dat dodelijk. Stel je voor, je denkt aan een kus voor je geliefde, maar je geeft die kus niet… In de liturgie komt dat honderd keer voor. We zingen wel: ‘Wij knielen voor uw zetel neer.’ Maar talloze christenen knielen nooit neer. Wat gebeurt er als iemand anders het Onze Vader bidt en jij luistert? Merk je hoe gemakkelijk je gebed te lijden heeft als je niet lichamelijk meebidt? Als je lichaam niet meedoet, heeft je liturgie eronder te lijden. We kunnen kennelijk fysiek aanwezig zijn in de eredienst en toch lichamelijk niet deelnemen. Reden genoeg om ons ongerust te maken over de impact van onze liturgie. Dat gaat verder dan de kerkdienst alleen. Immers als er een wisselwerking is tussen de liturgie en het offer van ons dagelijks leven, zal die impact dieper gaan dan het zondagse gebeuren. Er kwam dus een gemis aan het licht. Een kerkdienst die voornamelijk onderwijs herbergt, lijdt aan bloedarmoede.

Doet je lichaam niet mee? Wat doet er dan wel mee?

Lichaamstaal

Intussen zijn we in onze samenleving vertrouwd geraakt met lichaamstaal. Die is bijna belangrijker dan wat je zegt. Woorden kunnen een rookgordijn scheppen. Maar je lijf liegt niet. Je lichaamstaal staat voor wat je wilt en wie je bent. Daarmee hebben we een wezenstrek van de schepping herontdekt. Ons lichaam is een schepping van God. Sterker nog, als de Bijbel zegt dat God ons schiep naar zijn beeld, denk dan rechtstreeks aan je lichaam. Ogen om de ander te zien. Een mond om met de ander te spreken. Lippen om de ander te kussen. Handen om die van de ander te schudden. Een arm die je om de schouder van die ander legt. Een schoot, bestemd voor die ander. Lichamelijk is ons bestaan. Door ons lichaam in te zetten en te geven wordt het beeld van God zichtbaar in deze wereld. Zo komt God tot zijn eer. Zo leer je valse tegenstellingen overwinnen. Maar al te vaak zijn mensen bezweken voor de verzoeking om de grote strijd tussen Geest en vlees te vertalen naar een scherpere tegenstelling. Noem je je lichaam eenmaal ‘broeder ezel’, dan kan de volgende stap de verachting van het lichaam zijn. Het toppunt van spiritualiteit zou zijn, dat je zoveel mogelijk afziet van allerlei lichamelijke functies en behoeften. Paulus waarschuwt al voor mensen die het huwelijk verbieden en komt met kracht op voor de goede schepping van God. De Schrift laat ons zien dat er een diepe strijd is tussen Geest en vlees, maar niet tussen Geest en lichaam. Hoe zou dat ook kunnen? Ons lichaam is een creatie van de Geest.

U moet u inloggen om dit artikel te bekijken. Inloggen om toegang te krijgen.
Over de auteur
Kees de Ruijter

Kees de Ruijter (GKv) is emeritus hoogleraar praktische theologie aan de TU Kampen.

Bijbels en theologisch slavernijdebat

Bijbels en theologisch slavernijdebat

Martijn Stoutjesdijk
  • Beschouwing
  • Thema-artikelen
Zending en apartheid in Zuid-Afrika

Zending en apartheid in Zuid-Afrika

Bob Wielenga
  • Beschouwing
  • Thema-artikelen

Reageer op dit bericht

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief