Bereid je voor!

Bram Beute | 10 december 2022
  • Beschouwing
  • Thema-artikelen

Advent is je voorbereiden op Kerst, op de komst van Christus in deze wereld. Hoe doe je dat? Bram Beute laat zich inspireren door de evangelist Lucas en wat hij vertelt over Zacharias en zijn zoon Johannes en de door profeten.

Ben jij voorbereid op het einde van de wereld? Zul je het overleven, of ga je eraan, zoals de meesten? Misschien vind je dat vreemde vragen. Voor heel wat mensen is dat niet het geval. Zogenaamde ‘preppers’ (van ‘prepare’ = voorbereiden) delen op internet ideeën hoe te overleven als de wereld vergaat. Hoe kom je dan nog aan stroom, aan schoon water en hoe verdedig je jezelf als er geen overheid meer is om dat te doen? Voorraden voedsel, zonnepanelen en wapens met munitie worden driftig ingeslagen door de preppers. Ze houden survivalvakanties om voorbereid te zijn als het einde gekomen is. De rijken onder hen hebben een stuk land gekocht en daar een bunker gebouwd die zij vol stouwen met eten, drinken, wapens en wat zij maar nodig denken te hebben om te overleven. Een groot deel van hun leven wordt gevuld met zich voorbereiden op het einde dat komt.

Vragen

Ik vind het fascinerend, maar het staat me ook tegen. Ik wil niet leven uit angst, nu al overlevingstechnieken leren en wapens kopen om mezelf te beschermen. Ik leef liever in het hier en nu dan bezig te zijn met een einde dat zal komen. Toch ontkom ik er ook niet aan. Want in de tijd voor Kerst klinken vergelijkbare vragen. ‘Who may abide the day of His coming? And who shall stand when He appeareth?’ klinkt het in de tweede aria van de Messiah. Wie kan de komst van de Heer verdragen? Woorden van de profeet Maleachi die de dag van de HEER aankondigt. Het is een dag waarnaar men uitkijkt, zegt Maleachi, maar realiseer je wel: het is een dag waarop vuur alles wat vuil is weg zal branden (Maleachi 3:1-3). Wie zal de dag overleven als de HEER komt? Dat is een vraag die veel vaker in de Bijbel wordt gesteld (bijvoorbeeld Psalm 76:8, Jesaja 33:14, Ezechiël 22:14, Joël 2:11, Openbaring 6:17). Wie kan zijn vuur, zijn toorn over het kwaad verdragen?

Warmte

Die woorden staan ver af van mijn gebruikelijk voorbereiding op Kerst. Kerst is een feest waarin we zoeken naar vrede, harmonie, gezelligheid, warmte en licht. Ik bereid met anderen een mooie viering van Kerst voor, waarbij jong en oud, binnen- en buitenkerkelijk zich thuis zal voelen. We organiseren een kerstmaaltijd voor de buurt en voor wie geen vrienden of familie heeft om kerst te vieren. We sturen ook kaarten naar de buurman die ons niet zo ligt. Straks proberen wij bij kaarslicht en de kerstboom het gezellig te maken en het goed te hebben. Ik wil daarover niet lelijk doen. Collecten voor het Leger des Heils en inzamelingsacties voor de minderbedeelden. De magie van een kerstnachtdienst in een stampvolle kerk. Ik zou het niet willen missen. Integendeel. Ik zou willen dat het er veel vaker was: gul delen, vriendelijkheid en zoeken naar harmonie. Kerst kan een prachtig feest zijn. Maar tegelijk vraag ik me af: hebben we God met al onze warmte, vriendelijkheid en gezelligheid ook niet geprobeerd te temmen? Klein gemaakt. Teruggebracht tot behapbare, menselijke proporties? God is mens geworden. Dat is het wonder van Kerst. Tegelijkertijd is de Mensenzoon ook degene die bekleed is met macht en grote luister. Hij zal komen op wolken als de mensen sidderen van angst en de hemelse machten zullen wankelen (Lucas 21:25-27).

Inkeer

Met Kerst komt die dag dichtbij. Kerst is, om zo te zeggen, het begin van het einde. De profeten uit het Oude Testament duiden dat einde aan als ‘de dag van de HEER’. Met Johannes’ (en Jezus’) komst is het dus bijna zover. Maleachi zegt het met zoveel woorden: ‘Voordat de dag van de HEER aanbreekt, die groot is en ontzagwekkend, stuur Ik jullie de profeet Elia en hij zal ervoor zorgen dat ouders zich verzoenen met hun kinderen en kinderen zich verzoenen met hun ouders’ (Maleachi 3:23-24). De engel die Zacharias aanspreekt belooft dat zijn zoon zal gaan in ‘geest en de kracht van Elia’ en ‘ouders met hun kinderen zal verzoenen’ (Lucas 1:17). In zijn kledingstijl, kamelenharen mantel, en gedrag: de koning aanspreken op zijn zonden, doet hij denken aan Elia. Ook Jezus verwijst naar Johannes de Doper als ‘Elia’ (Marcus 9:13). Johannes is degene die komt voordat de dag van de HEER eraan komt. Hij moet die aankondigen en mensen daarvoor klaarmaken. Dat doet hij op bijzonder confronterende wijze. Net zoals de profeten voor hem. Hij vergelijkt zijn hoorders met slangen die door de hitte van het vuur van het oordeel tevoorschijn komen. Maar ze moeten niet denken dat ze zomaar aan dat oordeel zullen ontsnappen. De bijl ligt al klaar om alle bomen die geen goede vrucht voortbrengen om te hakken en in het vuur te werpen. Afkomst zal hier niet redden. Het leven moet veranderen (Lucas 3:7-14). Jezus neemt de verkondiging van Johannes de Doper over: ‘Kom tot inkeer, want het koninkrijk van de hemel is nabij!’ (Matteüs 3:2; 4:17). Die uitdrukking kun je overigens ook vertalen als ‘het koningschap van de hemel’. God wordt koning. Dat komt eraan. De dag van de Heer is vlakbij. Daarbij past maar één reactie: bekering en geloof hechten aan het goede nieuws (Marcus 1:15).

Dat staat dus allemaal te beginnen met Kerst. Met de komst van de messias begint een nieuwe tijd. ‘De laatste dagen’ voor de dag van de HEER. Dat vraagt om inkeer en bekering. Dat is advent. Als er in je kerk wordt gewerkt met liturgische kleuren, kun je het ook daaraan zien: paars is de kleur van advent. Dezelfde kleur als van de veertigdagentijd en begrafenissen. Net als de veertigdagentijd is advent ook traditioneel een tijd van vasten.

Advent is traditioneel een tijd van vasten

Hoe doe je dat, tot inkeer komen, je bekeren? Ik moet bekennen dat ik eerlijk gezegd niet direct het gevoel heb dat ik me moet bekeren. Ik ben niet volmaakt. Zeker niet. Ik leef van genade. Ik heb nog wel een aantal slechte gewoonten, maar daartegen vecht ik al zo lang. Ik zie dat niet zomaar veranderen. (Hoe) moet ik mij nog voorbereiden op de komst van de Heer?

Stilte

Maar dan zie ik Zacharias voor me. Net als zijn vrouw Elisabet een vroom en gelovig mens die zich strikt aan alle geboden en wetten van de Heer houdt. Hij staat, zoals priesters elke dag doen, te bidden in de tempel om de komst van het koninkrijk van God. Als dat gebed echter plotseling verhoord dreigt te worden, kan hij zich niet voorstellen hoe dat in zijn gewone leven past. Dat de dag van de Heer zal komen, dat de sterren van de hemel zullen vallen, dat gelooft hij wel. Maar dat hij en Elisabet nog een kind kunnen krijgen, lijkt hem toch bijzonder onwaarschijnlijk. Dus wil hij een teken. Dat krijgt hij ook: ruim negen maanden stilte. Een tijd van inkeer. Een vreemd teken. Want juist nu zou hij toch moeten kunnen spreken. Welke priester zou beter dan Zacharias de zegen kunnen uitspreken na de boodschap van de engel? Wat heeft Zacharias niet te vertellen over Gods grote daden en beloften? Maar hij moet negen maanden zijn mond houden. Onder de indruk raken van Gods werk in de wereld en in zijn eigen leven. Zien hoe de buik van Elisabet begint op te zwellen. Horen hoe Elisabet juicht als hun nichtje op bezoek komt en als die laatste begint te getuigen van Gods grote daden. Zij wel. Zacharias krijgt zijn tijd van inkeer opgelegd om daarna in zijn lied te kunnen zingen over Gods grote daden. Ook zijn zoon zoekt later de stilte op. ‘Johannes leefde in de woestijn tot de dag aanbrak dat hij zich kenbaar maakt aan het volk van Israël’ (Lucas 1:80). Johannes zoekt stilte op om een stem in de woestijn te worden.

In de woestijn

De evangelisten duiden het werk van Johannes door te wijzen op de profeet Jesaja. Johannes is de aangekondigde stem in de woestijn die oproept de weg van de Heer klaar te maken. Wat voor weg is dat eigenlijk? Volgens Jesaja (40:3) gaat het om een verharde weg, ‘een gebaande weg’ (HSV) of een ‘heirbaan’ (Naardense Bijbel) door de woestijn. Een weg waarover een leger snel kan marcheren. Een weg door de woestijn waarover God snel kan komen om zijn volk te redden. Jesaja 40 wordt meestal gelezen tegen de achtergrond van de ballingschap. Vanuit de woestijn wordt een heirbaan aangelegd, zodat God zijn volk kan redden uit de ballingschap en kan laten terugkeren naar het beloofde land. Dat lijkt Johannes ook uit te beelden. Hij preekt niet zoals zoveel profeten in Jeruzalem, maar in de woestijn. Daar komen de mensen naar hem toe. Van daar, als het ware vanuit de ballingschap, gaan ze de Jordaan in en keren via de onderdompeling terug in het beloofde land. Tenminste, als zij ook bereid zijn hun leven in te richten op de komst van de Heer. Johannes maakt dat heel concreet: maak als belastinginner of soldaat geen misbruik van je macht en wees genereus. Laat wie kleding of eten voor twee heeft dat delen met wie niets heeft.

De weg klaarmaken

Jesaja (en Johannes met hem) heeft het over de weg waarlangs de Heer komt om zijn volk weer te laten terugkeren uit de ballingschap. Het banen van die weg is een werk te groot voor mensen. Het lijkt een oproep aan de schepping: ‘Laat elke vallei verhoogd worden en elke berg en heuvel verlaagd, laat ruig land vlak worden en rotsige hellingen rustige dalen’ (Jesaja 40:4). Of God eraan komt, hangt niet van mensen af. Tegelijk, zoals zo vaak, worden mensen uitgenodigd mee te doen met de schepping, om ook klaar te staan langs de weg en ruim baan te maken voor Gods komst. Dat betekent: puinruimen. Weer leren niet alleen te geloven in de grote waarheden, maar ook te geloven dat Gods werk plaatsvindt in mijn wereld van elke dag en in mijn leven. Het betekent mijn ongeloof onder ogen zien. Af en toe mijn mond houden en luisteren hoe anderen vertellen over Gods grote daden. Het betekent geen misbruik maken van mijn positie en gul zijn. Ik wil in deze tijd van advent bewust de stilte en de eenzaamheid opzoeken om me voor te bereiden op de komst van de Heer. Om onder ogen te zien hoe het hard het nodig is dat Hij komt. Voor deze wereld en voor mij.

De stilte van de woestijn opzoeken valt niet mee in een vaak drukke decembermaand. Maar ik wil verder kijken dan alleen het hier en nu. Ik wil onder de indruk raken van de komende Koning. Nu vasten om straks feest te vieren en dan niet alleen warmte en gezelligheid te ervaren, maar ook met diep ontzag neer te knielen voor het kind. Ik wil met Kerst opnieuw iets van de grootheid van de komst van God in deze wereld beseffen.

 

Over de auteur
Bram Beute

Bram Beute is redacteur van OnderWeg en voorganger van Oase voor Nieuw-West en De Bron in Amsterdam Nieuw-West.

Op weg met muziek

Op weg met muziek

Els Veurink (HR)
  • Reisbagage
  • Thema-artikelen
Zing een nieuw lied voor de HEER

Zing een nieuw lied voor de HEER

Jaap Cramer
  • Beschouwing
  • Thema-artikelen

Reageer op dit bericht

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief