Achter de komma

Bob Wielenga | 10 juli 2023
  • Achtergrond
  • Blog

Op zaterdag 1 juli vond in het Oosterpark in Amsterdam de nationale herdenking plaats van de afschaffing van de slavernij (1863/1873). Het ging met name over het Nederlandse slavernijverleden in Suriname en op de Caribische eilanden zoals Curaçao.

Ik volgde de verrichtingen via de TV en was vooral onder de indruk van de toespraak van koning Willem-Alexander. Daarnaar werd uitgekeken! Wat zou hij gaan zeggen over het Nederlandse slavernijverleden en over het aandeel van zijn familie daarin? Zou hij excuses aanbieden voor deze misdaad tegen de menselijkheid door ons voorgeslacht? De koning ging verder in zijn toespraak dan de premier Mark Rutte vorig jaar. Hij nam het woord vergiffenis in de mond. En dan zitten we toch in een andere hoek van de samenleving, niet in die van de politiek, hoe belangrijk ook, maar in die van kerk en geloof, al verwees de koning daar niet naar. De volgende dag werd in een Zuid-Afrikaanse zondagskrant uitvoerig aandacht besteed aan zijn toespraak.

Kerk en geloof

De avond voor het Keti Koti-herdenkingsfestival was de kerk al bijeen geweest voor bezinning en schulderkenning voor God. De protestantse, rooms-katholieke en oosters-orthodoxe kerken, samen bijeen in de Nieuwe Kerk in Amsterdam, beleden voor God schuld over ons slavernijverleden en over de gevolgen daarvan voor de nazaten van de tot slaafgemaakten tot op vandaag toe. De kerken kunnen hun handen niet in onschuld wassen, omdat ze volop betrokken waren bij de slavenhandel en de slavernij. Op de slavenschepen werd op zondag bovendeks kerk gehouden terwijl onderdeks de slaven in de volgepropte ruimtes crepeerden. De Cham-theologie zorgde voor een zuiver geweten bij iedereen die bij de slavernij betrokken was. Terecht dus dat de kerken samenkwamen om de gemeenschappelijke schuld te belijden over dit gedeelde slavernijverleden.

Jammer dat onze kerken (NGK) niet vertegenwoordigd waren in deze kerkdienst. Wij delen toch met alle andere kerken hetzelfde slavernijverleden? Vandaag zijn wij toch evenals alle andere christenen nazaten van de slavenmakers en slavenhouders uit dat verleden? Of wordt er geen verbinding gevoeld tussen de generaties over de eeuwen heen, een solidariteit in de schuld? Dat zou wel moeten, omdat de wortel van ons slavernijverleden, rassendiscriminatie, nog altijd bittere vruchten voortbrengt tot op vandaag toe.

Solidariteit in schuld

Over die verbondenheid tussen de generaties over de eeuwen heen nog een opmerking. In de Bijbel worden de generaties op allerlei manieren met elkaar verbonden. In Deuteronomium 1:6 zegt Mozes tegen het volk Israël: De Heer onze God heeft bij de berg Horeb tegen ons gesproken. Maar de mensen die naar Mozes’ toespraak luisterden, waren er veertig jaar geleden nog niet bij. De meesten waren nog niet geboren of te jong om het bewust meegemaakt te kunnen hebben. In vers 26 zegt Mozes tegen hen: ‘U wilde niet verder trekken en u verzette zich tegen het bevel van de Heer.’ Dat slaat op het fiasco veertig jaar eerder bij Kadesh-Barnea, de plaats aan de zuidgrens van Kanaän: Israël weigerde uit vrees voor de Kanaänieten het land binnen te gaan. Ze had geen vertrouwen in de Heer. Maar Mozes zegt u, de huidige generatie die er toen nauwelijks nog was. Nazaten zijn nu eenmaal erfgenamen van het voorgeslacht. Dat zien we dagelijks om ons heen. Laat ik dat illustreren met Zuid-Afrika als voorbeeld.

Nazaten zijn erfgenamen van het voorgeslacht

Nazaten en erfgenamen

Jan van Riebeeck zette in 1652 voet aan wal in de Kaapkolonie als bewindvoerder van de VOC. Deze staatskapitalistische handelsonderneming bracht daar de slavenhandel en slavernij tot grote bloei. De Gouden Eeuw in onze vaderlandse geschiedenis kwam over de ruggen van tot slaafgemaakten en van ontmenselijkte zwarte Afrikanen heen. De Gereformeerde Kerk aan de Kaap zag af van zending onder slaven op bevel van de VOC. Want gedoopte slaven moesten vrijgelaten worden (synode van Dordrecht 1618/19). Dat vond men economisch onverantwoord en ook veel te gevaarlijk voor de veiligheid van de kwetsbare kolonie.

In Zuid- Afrika werd de slavernij in 1863 afgeschaft, maar de gevolgen ervan bleven doorwerken. Op geen enkel vlak van de samenleving was er sprake van gelijkwaardigheid tussen witte en zwarte mensen, zelfs niet in de kerk. In de negentiende eeuw werden aparte gereformeerde kerken gesticht voor witte en zwarte gelovigen en kleurlinggelovigen. Deze kerkelijke apartheid inspireerde in de tijd van de politieke apartheid (1948-1994) tot grootschalige rassendiscriminatie op alle terreinen van  het leven. Het witte Zuid-Afrika werd hermetisch afgeschermd van de zwarte ‘thuislanden’ van de verschillende volken. Alleen als ‘trekarbeiders’ konden zwarte Zuid-Afrikanen het witte vaderland binnenkomen. Zij waren dan wel geen slaaf meer, maar als ‘skepsels’ waren zij natuurlijk niet gelijkwaardig aan witte mensen. Ook in het nieuwe Zuid-Afrika hebben zwarte en witte mensen geen gelijke kansen, gelijkwaardig als zij bij wet ook mogen zijn. De nazaten van de tot slaafgemaakten zijn de erfgenamen van hun voorgeslacht en hebben te ‘dealen’ met de gevolgen ervan. Maar wij zijn de erfgenamen van de slavenmakers en -houders maar ook van de ontwerpers en uitvoerders van de apartheidspolitiek, waaronder zwarte Zuid-Afrikanen tot op heden te lijden hebben. Het nieuwe Zuid-Afrika biedt geen gelijke kansen aan wit en zwart. De ongelijkheid is nog steeds de donkere wolk waaronder zij moeten leven.

Geen woorden maar daden

Maar de tijd staat niet stil. Terecht zei Mark Rutte dat schulderkenning niet betekent dat we nu een punt kunnen zetten achter deze afschuwelijke geschiedenis. Nee, we zetten een komma, want de erfenis van het verleden moet in het heden worden verwerkt: gelijkwaardigheid en gelijke kansen voor alle mensen ongeacht hun huidskleur of plaats van herkomst. De woorden moeten nu in daden worden omgezet. Maar daar moet wel een maatschappelijk grondvlak voor zijn. Juist hiervoor kan de kerk veel betekenen.

Over de auteur
Bob Wielenga

Ds. Bob Wielenga is emeritus predikant van de NGK Kampen en woonachtig in Zuid-Afrika.

Wat geef ik door? Generaties en hun verhaal van heil

Wat geef ik door? Generaties en hun verhaal van heil

Hans Schaeffer
  • Beschouwing
  • Thema-artikelen
‘De kerk zou een veilige haven moeten zijn’

‘De kerk zou een veilige haven moeten zijn’

Elze Riemer
  • Interview
  • Thema-artikelen

Reageer op dit bericht

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief