Menselijke waardigheid: een ge(p)laagd begrip

Stef Groenewoud | 10 november 2023
  • Beschouwing
  • Thema-artikelen

Hangt menselijke waardigheid af van verstandelijke vermogens of de status die iemand heeft in de maatschappij? Wat betekent het begrip menselijke waardigheid en wat houdt menselijke waardigheid voor ons eigenlijk in? Hoogleraar medische ethiek Stef Groenewoud gaat diep op deze complexe vragen in.

De theatervoorstelling Lang zal hij leven begint met verjaardagstaart. Voormalig hoofdonderwijzer Dirk-Jan Buitink is tachtig jaar geworden. Tegen de achtergrond van het huiskamerdecor hangen slingers. Dirk-Jan wordt toegezongen door zijn familie en zingt zelf ook uit volle borst mee. Helaas beseft Dirk-Jan niet dat het om zijn eigen verjaardag gaat. Hij heeft de ziekte van Alzheimer en is als gevolg daarvan dement geraakt.

Zijn dochter kijkt vertederd toe hoe haar vader geniet van het uitblazen van de kaarsjes, maar zoon Daan geneert zich voor de aftakeling: ‘De trotse hoofdonderwijzer (…) voor wie iedereen ontzag had, ligt nu op zijn tachtigste verjaardag met een luier aan in bed en wordt voorgelezen uit Pinkeltje! Jullie zien toch zelf ook wel in hoe triest dat is?’ Zelf was Dirk-Jan ooit duidelijk over zijn wensen. In een op video opgenomen wilsverklaring zegt hij: ‘(…) als ik mijn verstandelijke vermogens heb verloren en ik in een verpleeghuis zou moeten verdwijnen, zeg dan dat ik dat niet wil. Ik verklaar hierbij dat ik dan liever doodga. Bespaar me die schande!’

Waardigheid – een gelaagd begrip

Veel mensen koppelen menselijke waardigheid blijkbaar sterk aan (verstandelijke) vermogens en/of aan de status die ze ontlenen aan de positie die ze bekleden in de maatschappij. Die gedachte is niet vreemd. De vroegste thematisering van het waardigheidsbegrip vinden we in werken van Cicero, die leefde van 106 tot 43 voor Christus. De dominante betekenis van ‘dignitas’ is daar de publieke erkenning van iemands sociale positie. Gelukkig heeft het begrip ‘waardigheid’ in de loop van de eeuwen een diepere, of beter gezegd, gelaagde betekenis gekregen. Wanneer we die gelaagde structuur plaatsen in de vorm van een piramide (zie figuur 1), zien we dat het oorspronkelijke ‘dignitas’  – samen met de zichzelf toegemeten waardigheid op basis van de eigen identiteit – slechts het topje vormt van de ijsberg van het waardigheidsconcept.

Sociaal en relationeel

Sociale en relationele waardigheid ontlenen mensen aan het participeren in sociale netwerken. Voor sommigen bepaalt de aard van de kring waarin zij zich bewegen de mate van waardigheid, maar voor alle mensen geldt dat zij van nature sociale wezens zijn die alleen volmaaktheid kunnen vinden in een leven in gemeenschap. Dit vinden we al terug bij Aristoteles (384-322 v. Christus) en later bij Thomas van Aquino (1225-1274). Volgens Thomas van Aquino is de mens onontkoombaar een sociaal wezen. Hij is altijd aangewezen op anderen: ‘Voordat we iets kunnen doen, worden we gevoed. Voordat we iets kunnen zeggen, wordt er tegen ons gepraat voordat we ons er bewust van zijn, wordt er van ons gehouden.’ Vanuit deze gedachte hebben verschillende vooraanstaande bio-ethici (voor betekenis hiervan zie kader onderaan dit artikel, red.). gepleit voor het omarmen van de afhankelijkheid die we aan het einde van ons leven juist als moeilijk of zelfs onoverkomelijk ervaren. Daniel Callahan heeft geschreven dat er een ‘kostbare en noodzakelijke genade ligt in het vermogen afhankelijk te zijn van andere mensen, open te staan voor andermans zorg en te vertrouwen op hun kracht en begrip.’ Het leven is nu eenmaal geen solo-onderneming: ‘Afhankelijkheid is een essentieel onderdeel van alle menselijk leven. Zelfs bij die mensen tegen wie wij het meest opkijken en die wij het meest bewonderen. Dat maakt een mensenleven niet minder waard(ig). Het maakt het eenvoudigweg menselijk.’  Helaas lijkt in onze samenleving van vandaag de notie verdwenen dat ook in onze kwetsbaarheid een deel van onze waardigheid juist ligt in onze afhankelijkheid van anderen. Panelonderzoek van dagblad Trouw laat zien dat 57% van de Nederlanders zou kiezen voor euthanasie om te voorkomen dat ze een te grote belasting vormen voor de naasten.

Een deel van onze waardigheid ligt in onze afhankelijkheid van anderen

Florerend

Een volgende laag in het waardigheidsbegrip wordtflorerende waardigheid’ genoemd of volgens ethicus Frits de Lange: luister. Waardigheid is dan gelegen in de mate waarin een mens aan zijn bestemming voldoet. Wij zouden zeggen: als iemand zich volop ontplooit en uit het leven haalt wat er in zit. Maar wat nu als iemand aan het einde van zijn leven is gekomen? Of als er sprake is van lijden? Vaak spreken we alleen negatief over ontluistering. Frits de Lange houdt een pleidooi voor het erkennen van de ‘glorie’ van oude mensen. Vanuit deze gedachte kunnen ook patiënten die lijden in zekere zin aan hun bestemming voldoen. Ik heb het dan – in navolging van ethicus Govert den Hartogh – niet over ernstige vormen van fysiek lijden, zoals refractaire symptomen (ongeneeslijke en onbehandelbare klachten in de palliatieve fase, red.), maar andere vormen die een functionele of informatieve waarde kunnen hebben. Zeker als we ‘floreren’ deugdethisch (voor betekenis hiervan zie kader onderaan dit artikel, red.) opvatten, wordt duidelijk dat ook in de laatste levensfase sprake kan zijn van voldoen aan je bestemming. De Amerikaanse bio-ethicus Leo Kass draaide de betekenis van het begrip ‘floreren’ om: ‘Het is onwaardig voor mensen om te vluchten voor een confrontatie met hun eigen grenzen of de realiteit van de menselijke eindigheid. Onze samenleving zou daarentegen deugden zoals eerlijkheid, integriteit, moed en matigheid moeten koesteren, juist wanneer wij geconfronteerd worden met ziekte, lijden en de dood.’ Van oorsprong worden deze deugden weerspiegeld in het begrip ‘patiënt’, dat direct afstamt van de deugd ‘patientia’: geduld. Een patiënt is volgens de etymologie een ‘dulder’. Kennelijk is lijden niet ‘einde verhaal’, laat staan het einde van het goede deel van het verhaal, maar een plek waar mensen nieuwe kwaliteiten kunnen opdoen, al worden die niet zonder slag of stoot verkregen. Deze visie kan alleen maar vanuit een diep doorleefde, persoonlijke levensvisie komen en mag niemand worden opgedrongen.

Intrinsiek

Intrinsieke waardigheid of Menschenwürde is die waarde die mensen hebben, ‘gewoon’ omdat ze mens zijn. Het is een waarde die niet wordt toegekend of gecreëerd door menselijke keuzes, individueel of collectief, maar een waarde die voorafgaat aan menselijke toekenning. Deze vorm van menselijke waardigheid is de basis voor internationale mensenrechtenverdragen. Zij is onvervreemdbaar en kan ‘zelfs niet worden weggenomen door ziekte of letsel of de manier waarop iemand wordt behandeld of zichzelf presenteert’. De christelijke traditie fundeert deze vorm van waardigheid onder andere met het feit dat we als mensen geschapen zijn naar Gods beeld en begiftigd zijn met de rede, met intelligentie en met een vrije wil.

 

 

 

 

 

 

Waardigheid – een geplaagd begrip

In de sfeer van ‘goede zorg rond het levenseinde’ is waardigheid ook een geplaagd begrip: het staat op twee manieren onder druk.

Ten eerste vatten sommige bio-ethici de gelaagde betekenis van ‘waardigheid’ op als een uiting van subjectivistische spraakverwarring. Doordat iedereen zijn of haar eigen betekenis eraan geeft, zou de postmoderne opvatting van waardigheid alle betekenis verloren hebben. Deze bio-ethici pleiten ervoor om (in het kader van levenseindevragen) vooral uit te gaan van het begrip autonomie of zelfbeschikking. Het fundament van de bio-ethische moraal is niet zozeer een universeel en onvervreemdbaar waardigheidsbegrip, maar datgene wat het individu zelf belangrijk, nastrevenswaardig of goed acht. Gelukkig betogen bio-ethici in zowel het seculiere als in het christelijk levensbeschouwelijke domein – in lijn met filosoof Wittgenstein – dat er niet zoiets bestaat als een ‘privé-taal’ die louter uitgaat van de betekenis die individuen toekennen aan begrippen zoals waardigheid. Dit zou het begrip sterk uithollen.

U moet u inloggen om dit artikel te bekijken. Inloggen om toegang te krijgen.
Over de auteur
Stef Groenewoud

Stef Groenewoud is hoogleraar medische ethiek aan de TU Kampen|Utrecht en gezondheidswetenschapper en ethicus aan het Radboudumc in Nijmegen

Verschillende gaven, één Geest

Verschillende gaven, één Geest

Bram Beute
  • Beschouwing
  • Thema-artikelen
‘Laten we minder in ons hoofd zitten’

‘Laten we minder in ons hoofd zitten’

Arie Kok
  • Interview
  • Thema-artikelen

Reageer op dit bericht

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief