Uitzien naar de Verloskundige

Hans Slotman | 15 december 2023
  • Beschouwing
  • Thema-artikelen

Aan de hand van Romeinen 8 gaat Hans Slotman in op het wachten op de wederkomst van de Here Jezus. In een tijd van barensnood kijken we reikhalzend uit naar de verlossende hulp van de Verloskundige. Betekent dit dat we dan maar stil en moedeloos moeten wachten, zoals het kinderliedje zegt: ‘Stil maar, wacht maar, alles wordt nieuw’?

Jezus is nog steeds niet teruggekomen. Het duurt lang. Al meer dan tweeduizend jaar wacht de kerk op zijn terugkomst. Misschien ben ik wat ongeduldig. Bij God is een dag immers als duizend jaren en duizend jaren als een dag. Maar tweeduizend jaar?! Als kind leerde ik zingen: ‘Stil maar, wacht maar, alles wordt nieuw’. Ik word moe van het wachten. Steeds vaker bid ik met klem: ‘Heer, waarom blijft U weg, waarom komt U niet terug?’ De oorlog in Oekraïne, de oorlog in Israël, de aardbevingen in Afghanistan, de ecologische crisis, de klimaatcrisis. Ik huil en zucht mee met vluchtelingen, met armen, verdrukten, verschoppelingen, met de schepping. Ik herken bij mezelf steeds meer het reikhalzende verlangen uit Romeinen 8.

Barensnood

In Romeinen 8 schrijft Paulus dat ‘de hele schepping nog altijd als in barensweeën zucht en lijdt’. Paulus gebruikt hier het beeld van de bevalling. Wat een treffend beeld is dat! Kenmerkend voor een bevalling is de dubbelheid van lijden en hoop. Of, zoals Paulus het zegt: ‘Het lijden van de tegenwoordige tijd staat in geen verhouding tot de luister die in de toekomst zal worden geopenbaard’. De pijn van de bevalling wordt verdragen en doorstaan vanwege de hoop en verwachting van nieuw leven.

Een tijd geleden keken mijn vrouw en ik de serie Dag en Nacht (NPO). Dat is een serie over een afdeling verloskunde in het ziekenhuis. Telkens kwamen er nieuwe, aanstaande moeders op de afdeling met gebroken vliezen, pijnlijke weeën en wat al niet meer. Eenmaal op de afdeling werden ze liefdevol opgevangen en geholpen door het ziekenhuispersoneel. Verpleegkundigen en artsen gaven alles wat ze hadden om deze moeders en vaders te helpen bij de geboorte van hun kind. Ongeacht afkomst, status, relaties, (bizarre) verhalen, opstelling van de vrouwen en hun partners – het personeel was er en deed zijn werk. Bij een van de afleveringen stonden de tranen ons in de ogen. Een vrouw moest bevallen, terwijl het kindje in haar buik niet meer leefde. Er waren weeën, er was pijn, maar er was geen hoop en geen uitzicht op nieuw leven. Het voelde zo intens verdrietig, zo pijnlijk zinloos, zo stil.

Wanhoopsfase

Hoe zit dat eigenlijk met de schepping? De schepping zucht en lijdt weliswaar als in barensweeën, maar is er wel hoop voor deze wereld? Of zal het uiteindelijk levenloos en zinloos zijn? De moed zakt mij geregeld in de schoenen. De oorlogen in Oekraïne en Gaza hebben als gevolg dat er veel haat wordt gezaaid; je vraagt je bezorgd af wat er straks geoogst gaat worden. Ronduit somber stemt het dat de verschrikkingen van de Tweede Wereldoorlog het antisemitisme niet met wortel en tak hebben uitgeroeid. Wanhopig hoor ik aan dat slechte leiders ontwikkelingsgeld in eigen zakken stoppen en ondertussen hun burgers laten creperen. Dan heb ik het nog niet eens over milieuvervuiling, klimaatverandering, epidemieën en meer van dat soort onheil. Ik moet vaak aan het lied ‘Vrede’ van Ruth Jacott denken: ‘We bouwen huizen om orkanen te weerstaan en maken schepen om in elke storm te varen; er wordt gesleuteld aan een lamp die nooit kapot zal gaan. Het wil alleen nog niet zo lukken om de vrede te bewaren.’ Met al onze technische mogelijkheden lukt het niet om duurzame vrede te realiseren. Telkens weer gaat deze kapot. Is er eigenlijk wel hoop voor deze wereld? Het is toch om moedeloos van te worden!

 

De moed verliezen gebeurt vaak ook tijdens echte bevallingen. Verloskundigen noemen het wel de wanhoopsfase. Vlak voor de geboorte van een kind, wanneer er al zoveel gebeurd is en er al zoveel pijn is geleden, roept de moeder het soms uit: ‘Ik kan niet meer. Het gaat niet meer. Het komt niet goed.’ Zo kun je ook in een wanhoopsfase terechtkomen wanneer je de gebeurtenissen en de pijn in deze wereld op je af ziet komen: ‘Het wordt niet wat. Dit kan toch niet goed gaan!’

Alle dingen nieuw

Gelukkig denkt God daarover anders. In het bijbelboek Openbaring lezen we over een nieuwe hemel en een nieuwe aarde. In Openbaring 21:5 zegt Hij die op de troon zit: ‘Zie, Ik maak alle dingen nieuw.’ God gaat alles nieuw maken. Denk daarbij niet aan een schoonmaker die met een doekje en een zwabber door het huis gaat en alles weer ‘als nieuw’ eruit laat zien. Nee, als God zegt: ‘Ik maak alle dingen nieuw’, is het ook echt nieuw. Dan wordt het echt anders dan het was. In Openbaring 21:5 horen we een echo van Jesaja 43:18-19 waar God zegt: ‘Blijf niet staan bij wat eertijds is gebeurd, denk niet terug aan het verleden. Zie, Ik ga iets nieuws verrichten.’ ‘Mensen, vergeet die uittocht uit Egypte, want het zal echt anders zijn, het zal nieuw zijn, het zal het vroegere overtreffen. De vernieuwing, die God gaat bewerken, betekent een radicale breuk met het bestaande. Met minder kan het niet toe, omdat het bestaande te diep getekend is door vergankelijkheid en kwaad’ (Christelijke Dogmatiek, Brink, Kooij).

De vernieuwing door God betekent een radicale breuk met het bestaande

Troon

Hij die op de troon zit, maakt alle dingen nieuw. God zal iets nieuws scheppen. De christelijke verwachting van de toekomst is niet gebaseerd op optimisme over de mens en zijn mogelijkheden, maar rust in de verwachting dat God iets nieuws gaat maken. Het beeld van de troon spreekt daarbij over Gods macht en majesteit. Zijn wil is wet. Als Hij zegt dat er iets nieuws komt, komt er ook iets nieuws. Daarom is christelijke hoop geen ijdele hoop. Ik schreef zojuist over die verdrietige aflevering van Dag en Nacht waarin een vrouw een levenloos kind ter wereld brengt. Veel van onze menselijke inspanningen blijken, ondanks alle goede bedoelingen, uiteindelijk toch vruchteloos te zijn. Denk aan de vredesonderhandelingen in het Midden-Oosten. Jaren geleden zagen we foto’s van breed lachende regeringsleiders die met elkaar een akkoord sloten. De toekomst leek hoopvol. Kijk nu naar het Midden-Oosten en je weet: het was toch weer ijdele hoop.

In het bijbelboek Prediker staat: ‘Wat er was, zal er altijd weer zijn, wat er is gedaan, zal altijd weer worden gedaan. Er is niets nieuws onder de zon. Wanneer men van iets zegt: “Kijk, iets nieuws”, dan is het altijd iets dat er sinds lang vervlogen tijden is geweest’ (Prediker 1:9-10). Er zit iets vervelends in onze werkelijkheid. Iets wat cynisch kan maken: uiteindelijk loopt het toch stuk; uiteindelijk wint toch het geld; uiteindelijk zijn wij toch niet in staat om de vrede te bewaren; uiteindelijk trekken de armen toch aan het kortste eind; uiteindelijk… zo kan ik nog een tijdje doorgaan. Als iemand een hoopvol initiatief ontwikkelt, blijkt na verloop van tijd het enthousiasme weggeëbd en het toch niet zo nieuw te zijn als gedacht. Maar wanneer Gód iets nieuws gaat maken… dan zal het anders en echt nieuw zijn! Daarop mogen wij hopen. Dat mogen we verwachten. Hij die op de troon zit, zegt: ‘Ik maak alle dingen nieuw.’ Dat belooft wat voor de toekomst!

Wankelend hemelgeloof

Ter gelegenheid van de fusie van de NGK en de GKv is de bundel Niet zonder elkaar uitgegeven. In deze bundel schrijft Jan van Helden een artikel over de uitdagingen waarvoor de gefuseerde kerken staan. Hij schetst kort een ontwikkeling in de westerse cultuur, waarbij het eindige bestaan totaal omarmd wordt en een al te grote concentratie op het eeuwige leven verdacht is. De auteur wijst daarbij ook op de tieners in het catechisatielokaal. Zij vinden eeuwig leven saai en zien de dood juist als een verlossing van het sterfelijk bestaan. Op een gegeven moment is de glans van het leven af en is het beter om te sterven. De dood is een passend sluitstuk van een leven dat zijn beste tijd op een gegeven moment gehad heeft. Het eeuwige leven moet vóór de dood plaatsvinden. Tot zover van Helden.

Ik vermoed dat veel mensen – en dus niet alleen jongeren –  dit zullen herkennen. Eeuwig leven? Pfff, de gedachte alleen al is vermoeiend. Op een gegeven moment ben je wel klaar met dit aardse leven. Dan heb je alles gezien en is het leven voltooid. De gedachte om eeuwig te moeten leven kan zelfs aanvoelen als een loden last. Wat ook niet helpt, is dat wij geen geschikte taal hebben om die nieuwe wereld van God te beschrijven. De enige taal die ons ter beschikking staat, is de taal van het hier en nu. Daarmee lukt het niet goed om te spreken over wat het hier en nu overtreft. We komen niet veel verder dan spreken over ‘stadspoorten als parels en straten van goud, die schitteren als glas’. Een beschrijving die eerder aan Las Vegas of Dubai doet denken dan aan het Vrederijk van God.

Tegenover dit soort gedachten helpt het om te benadrukken dat God het is die alles nieuw zal maken. God die zelf ooit een schitterende schepping in het leven riep; die met macht en majesteit zijn volk Israël uit Egypte bevrijdde; die met liefde en genade ons in Christus tegemoet is gekomen. Als Hij alles nieuw zal maken en daarmee al het voorgaande zal overtreffen, zal dat niet tot verbazing en verrukking leiden en al onze verwachtingen overtreffen? Is dat niet iets om reikhalzend naar uit te kijken?

Handen uit de mouwen

Wanneer God het is die alles nieuw zal maken, is er dan nog een taak voor mensen weggelegd? Ik schreef al dat ik als kind het liedje ‘Stil maar, wacht maar, alles wordt nieuw’ heb geleerd. Dit lied kan de indruk wekken dat we nu in een soort wachtkamer voor de eeuwigheid zitten totdat Gods tijd is aangebroken. Tegen een christelijke demonstrant die de A12 blokkeert, zou je dan kunnen zeggen: ‘Maak je toch niet zo druk, jij gaat de wereld niet redden, God gaat dat doen, dus: stil maar en wacht maar op God.’ Toch moet het opvallen dat we deze passiviteit in de Bijbel nergens tegenkomen. De gelijkenis van de talenten (Matteüs 25: 14-30) schetst, behalve die ene, dienaren die de handen uit de mouwen steken. Hoewel Paulus zich niet als de bouwer van Gods rijk beschouwt, kan hij zichzelf onbevangen aanduiden als medewerker van God. Dat God alles nieuw maakt, betekent niet dat wij niets te doen hebben. Er is werk aan de winkel.

Het door Paulus gebruikte beeld van de bevalling kan dat ook duidelijk maken. Bij een bevalling is het alle hens aan dek. De serie Dag en Nacht over de afdeling verloskunde laat goed zien dat het bij de komst van nieuw leven een drukte van belang is. Er moet verschoond, er moet gepuft, er moet gedept, er moet gesust, er moet gezorgd, er moet bemoedigd, er moet van alles gebeuren! Onze schepping zucht en is in barensnood. Ook wijzelf zuchten in afwachting van de verlossing van ons sterfelijk bestaan. Het nieuwe leven komt eraan. De bevalling is niet het moment om relaxed achterover te gaan zitten, maar een tijd om de handen uit de mouwen te steken. In een schepping waar wordt geleden en mensen zich soms in een wanhoopsfase bevinden, moet er bemoedigd worden; een schepping die kreunt, moet ondersteund worden, zoals een barende steun van zijn omgeving ontvangt. Ondertussen zien we reikhalzend uit naar het nieuwe dat God voor ons in petto heeft!

 

Over de auteur
Hans Slotman

Hans Slotman is hoofdredacteur van OnderWeg

‘Met jezelf bezig zijn doe je ook voor een ander’

‘Met jezelf bezig zijn doe je ook voor een ander’

Arie Kok
  • Ontmoeting
  • Thema-artikelen
Schoonheid in de ogen van God

Schoonheid in de ogen van God

Alain Verheij
  • Beschouwing
  • Thema-artikelen

Reageer op dit bericht

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief