Autonomie versus afhankelijkheid

Bert Loonstra | 12 januari 2024
  • Beschouwing
  • Thema-artikelen

Autonomie lijkt het adagium voor mensen in de 21ste eeuw. Zelf bepalen hoe je je leven leeft, dat is een groot goed. Gelovigen hoeven dat niet direct af te wijzen, schrijft Bert Loonstra. Tegelijkertijd knaagt te veel autonomie aan onze overgave en gehoorzaamheid aan God. Leven we als gelovigen onder de zeggenschap van onze Heer?

Marianne houdt veel van Peter, maar durft het niet aan om trouwplannen te maken. Ze voelt zich onzeker. Ze ziet tegen alle veranderingen op. Haar oude, overzichtelijke leven moet ze opgeven. Er komt veel nieuws. Hoe zal het gaan? Ze is bang voor het onbekende. Helpt het misschien als ze eerst met hem gaat samenwonen? Dan kunnen ze kijken hoe het gaat. Dit artikel gaat niet over huwen of ongehuwd samenwonen, maar over autonomie. Het voorbeeld van Marianne en Peter illustreert verwarring over dit thema. Aan de ene kant is er positieve waardering voor autonomie, vooral vanuit het oogpunt van ons functioneren in de maatschappij. Het feit dat Marianne het niet aandurft om trouwplannen te maken omdat ze de veranderingen vreest, is geen goed teken. Het zou weleens een aanwijzing kunnen zijn dat ze het in het algemeen moeilijk vindt om krachtige besluiten te nemen en keuzes te maken, en dat ze een al te afhankelijke persoonlijkheid heeft. Onze maatschappij zit gecompliceerd in elkaar. Op allerlei terreinen wordt van je verwacht dat je zelfbewust je weg gaat en je eigen lijn volgt. Lang niet altijd kunnen anderen je advies geven. Hun leven is weer anders samengesteld, met andere mensen, andere verwachtingen en andere vereisten. We zijn zo ver geïndividualiseerd dat we op onszelf aangewezen zijn. Dat vraagt om autonome keuzes. Je ‘ik-sterkte’ moet op peil zijn. Een ander kan jouw afwegingen niet maken. Dat is de ene kant: een positieve waardering voor autonomie op basis van de eisen van onze samenleving. Dat vormt ook een belangrijke doelstelling in de geestelijke gezondheidszorg.

Heteronomie

Aan de andere kant wordt autonomie met argwaan en afwijzing bekeken. Dat gebeurt vanouds in de geloofsgemeenschap. Autonomie betekent letterlijk: zelf de wet stellen, zelf uitmaken volgens welke regels je wilt leven. Dat komt om de hoek kijken in Mariannes overweging om te gaan samenwonen voordat ze een definitief besluit neemt. Impliciet stelt ze daarmee voor zichzelf als regel dat ongehuwd samenwonen als proefperiode oké is. Zo heeft de kerk er niet altijd over gedacht. De beoordeling van samenwonen wordt weliswaar toenemend genuanceerd, maar duidelijk is dat God de relatie van man en vrouw heeft bedoeld als een relatie voor het leven, waarin ‘trouw’ met hoofdletters wordt geschreven.
In de gemeente van Christus geldt niet de regel dat iedereen zelf moet weten hoe hij of zij het leven inricht, maar dat God ons de weg van het goede leven wijst. Geen autonomie, maar heteronomie. Dat betekent: een Ander stelt ons de wet, de leefregel. Er is een norm die van buiten ons komt en voor ons maatgevend is. Twee verschillende benaderingen van autonomie. De ene zegt: autonomie is goed, de andere: autonomie is fout. En van allebei kun je zeggen: daar zit wel iets in. Hoe moeten wij omgaan met het thema autonomie?

U moet u inloggen om dit artikel te bekijken. Inloggen om toegang te krijgen.
Over de auteur
Bert Loonstra

Bert Loonstra is predikant van de CGK Gouda.

‘Met jezelf bezig zijn doe je ook voor een ander’

‘Met jezelf bezig zijn doe je ook voor een ander’

Arie Kok
  • Ontmoeting
  • Thema-artikelen
Schoonheid in de ogen van God

Schoonheid in de ogen van God

Alain Verheij
  • Beschouwing
  • Thema-artikelen

Reageer op dit bericht

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief