De landbelofte

Bob Wielenga | 10 januari 2025
  • Achtergrond
  • Blog

Aan wie heeft God ‘het land’ beloofd? Of we het nu Kanaän noemen of Palestina of Israël, iedereen weet over welk land in het Midden Oosten we het hebben. God beloofde dat land aan Abraham en zijn nazaten (Genesis 12:1-3). Maar wie is de God die dit beloofde? En wie zijn Abrahams nazaten? Verschillende mensen geven hier verschillende antwoorden op.

Joden en Palestijnen

Joden claimen dat zij alleen de echte afstammelingen van Abraham zijn. Hun God (Jahwe) beloofde dit land aan Abraham en zijn nageslacht te geven. Als de biologische afstammelingen van Abraham, Isaak en Jakob, vinden zij dat zij alleen recht hebben op dit land. Hier heeft God op aarde onder hen gewoond, in de tempel op de berg Sion in Jeruzalem. Zij beroepen zich hiervoor op de TeNaCh (ons Oude Testament), de Hebreeuwse bijbel. Hier horen zij thuis. In 1948 werd deze landbelofte politiek bevestigd door de Verenigde Naties. God is getrouw! Maar er woont al eeuwen lang ook dat andere volk in dit land, de Palestijnen. Zij zien zichzelf ook als biologische nazaten van Abraham, zij het niet via Isaak maar via Ismaël (Genesis 16). Hun God (Allah) heeft hen dit land gegeven. Niet maar politiek, ook religieus is Palestina belangrijk voor hen. Een van de heiligste plekken in de Islam is de Al-Aqsa moskee op de tempelberg in Jeruzalem waar God (Allah) zijn dienaar Mohammed ontmoette (Koran, soera 17:1). Palestijnse verzetsbewegingen als Hamas en Hezbollah hebben niet alleen politieke maar ook diep geestelijk-religieuze motieven om Palestina terug te veroveren op Israël. Het is ook een heilige oorlog die zij voeren waarom zij dan ook gesteund worden door het Sji’itische Iran.

Christenen

Nu zijn er ook nog niet-biologische nazaten van Abraham: de volgelingen van Jezus, de messias beloofd aan Israël. Hij was een volbloed Jood die afstamde van Abraham, Isaak en Jakob (Matteüs 1:2). De eerste christenen waren dan ook Joden. Maar heidenchristenen mochten zich ook nazaten van Abraham noemen als zij geloofden in zijn God. Dan hoorden ze ook bij Israël, ‘het Israël van God’ (Galaten 6:16). Dit herinnert aan de landbelofte uit Genesis 12:3. In het land zouden de nazaten van Abraham een zegen voor alle volken op aarde moeten zijn. Jezus belichaamde die zegen. Hij was die zegen, juist omdat Israël dat niet was. Door zijn leven en werk gingen heidenchristenen uit de volken ook deel uitmaken van ‘het Israël van God’ dat zich over de hele wereld heeft verspreid. Wij christenen zijn ook nazaten van Abraham.

Landbelofte

Wat vinden wij als geestelijke kinderen van Abraham van de landbelofte? Is die ook voor ons bedoeld of juist niet? Speelt zij nog een rol in Gods toekomstplannen met de wereld? Er zijn christenen die dat laatste beamen. In de eindtijd rond de stichting van het duizendjarige rijk (Openbaring 20) zal het beloofde land, met de Joden als de rechtmatige bewoners, nog een centrale rol spelen. Heel biologisch Israël zal dan behouden worden (Romeinen 11:25-26). De beloofde toekomst breekt dan aan voor Joden en christenen. De God van Israël (Jahwe), onze Vader in de hemel  om Chirstus’ wil, staat daarvoor garant. Volgens deze christenen hebben alleen de Joden recht op het land, juist met het oog op deze toekomst. Mijns inziens speelt de landbelofte echter geen rol meer sinds ‘het Israël van God’ zich wereldwijd heeft verspreid. Dat was de bedoeling van Jezus overeenkomstig Gods belofte aan Abraham: je nazaten zullen daar een zegen zijn voor alle volken op aarde. Zijn leven en werk in het beloofde land maken dat ook duidelijk. Ja, Gods zegen voor de wereld begon bij Israël in het beloofde land. In Matteüs 10:6 stuurt Jezus zijn leerlingen op weg naar de verloren schapen van Israël, niet naar de Samaritanen of de heidenen. Eerst de Jood en dan de Griek, is ook zijn devies. Jezus zelf liet echter al zien dat hij ook de heidenen op het oog had (Johannes 4; Matteüs 15).  Maar de verloren schapen lieten hun goede herder kruisigen. Gods zegen voor de wereld zoals belichaamd in Jezus, zijn Zoon, wilden ze niet. Maar dat stopte Gods plan niet. Jezus stond op uit de dood en keerde terug naar de hemel nadat hij eerst zijn apostelen op weg had gestuurd naar alle volken om hen tot zijn leerlingen te maken. Ze zouden door de doop worden ingelijfd in ‘het Israël van God’, waar ook in de wereld. Daar zouden zij op hun beurt een zegen zijn voor hun eigen volk en land door te leven volgens alles wat Jezus hen via de apostelen geleerd had (Matteüs 28:18-20). De eindtijd breekt aan wanneer Gods zegen door de verkondging onder alle volken wereldwijd is verspreid (Matteüs 24:14). Niet het beloofde land maar de beloofde wereld staat centraal. Over de landbelofte nog een laatste opmerking.

Niet het beloofde land maar de beloofde wereld staat centraal

Onder voorbehoud

Te gemakkelijk vergeten wij dat God de landbelofte onlosmakelijk verbonden heeft met mogelijk landverlies (Deuteronomium 4:26-31; 28:64-68). God verwachtte van Abrahams nazaten dat zij er een zegen voor de volken zouden zijn. Als zijn medewerkers zouden zij de volken naar Hem toe aantrekken (Deuteronomium 4:6-8) door hun Gode welgevallige leven (Deuteronomium 12-26). Zou Israël echter in Gods land een leven opbouwen dat dwars inging tegen Gods geboden, te beginnen met afgodendienst, dan zou Hij haar het land afnemen. Al blijft er altijd hoop na het oordeel (Deuteronomium 30:1-10). Zit hierin ook geen waarschuwing voor ons? Jezus belooft zijn leerlingen dat Hij met hen zal zijn tot aan de voltooiing van deze wereld (Matteüs 28:20). Zoals Israël het beloofde land kon verliezen, zo kan ons de beloofde nieuwe wereld ontgaan. Als wij geen zegen voor de wereld willen zijn, waarom zou Jezus ons dan nabij blijven?

Over de auteur
Bob Wielenga

Ds. Bob Wielenga is emeritus predikant van de NGK Kampen en woonachtig in Zuid-Afrika.

Meest gelezen

Waarom het begin van Genesis ook over geschiedenis gaat

Waarom het begin van Genesis ook over geschiedenis gaat

Koert van Bekkum
  • Verdieping

Verwijst het begin van Genesis naar dingen die zijn gebeurd? Of spreken de hoofdstukken vooral over ons menselijk bestaan als zodanig, en over hoe God redt? Het laatste natuurlijk, aldus ds. Ulbe van der Meer afgelopen mei in dit blad. Laten we het profetisch-symbolische karakter van het paradijsverhaal omarmen. Dan zijn we af van ingewikkelde discussies over historiciteit, leren mensen hoe mooi en krachtig de Bijbel spreekt, en werpen we geen onnodige drempels op voor jongeren en buitenstaanders. 

Lees artikel
Waarom in het kerkblad Onderweg mag klinken dat de slang in het paradijs niet sprak

Waarom in het kerkblad Onderweg mag klinken dat de slang in het paradijs niet sprak

Redactie
  • Redactioneel

Er is alle reden om binnen de Nederlandse Gereformeerde Kerken van gedachten te wisselen over hoe je het begin van Genesis leest en welke plek de zondeval daarin inneemt. Reina Wiskerke besprak in haar column het opinieartikel van dominee Ulbe van der Meer over Genesis 3 (ND 6 juni, link). Ze vroeg zich daarin af waarom Onderweg, maandblad voor de Nederlandse Gereformeerde Kerken (NGK), zijn opvatting ‘dropt’ bij de lezers, zonder reflectie op de noodzakelijkheid, reikwijdte en consequentie van zijn opvatting.

Lees artikel
De synodebesluiten over homoseksualiteit – de balans opgemaakt

De synodebesluiten over homoseksualiteit – de balans opgemaakt

Redactie
  • Kerkelijk leven
  • Ruimte en richting

In drie voorgaande edities, januari, februari en april, lieten wij verschillende personen aan het woord om een beeld te geven van hoe de synodebesluiten over het rapport ‘Ruimte en richting’ op uiteenlopende plekken in het land gevallen zijn. En we blikten terug met enkele hoofdrolspelers van de synode. Omdat duidelijk is dat verscheidenheid toeneemt, vroegen we voormalig scriba van de PKN René de Reuver zijn licht te laten schijnen over deze groeiende diversiteit binnen de NGK. In deze editie maken we de balans op.

Lees artikel
‘Ik vergelijk Alkmaarders graag met zebra’s’

‘Ik vergelijk Alkmaarders graag met zebra’s’

Wilfred Hermans
  • Alphen tot Ommen
  • Kerkelijk leven

Ze zijn recht voor hun raap, daar in Alkmaar. Dominee Paul van der Velde weet er inmiddels alles van en kan in die cultuur goed aarden. Waar de PKN-betrokkenheid in Noord-Holland afneemt, groeit het aantal leden in de eeuwenoude Kapelkerk in hartje Alkmaar gestaag. ‘ kan een klein beetje blokfluit spelen en dat klinkt thuis voor geen meter, maar in de Kapelkerk klinkt het alsof ik een concert geef.’

Lees artikel

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief