De boodschap van bevrijding – kan die onderdrukkend zijn?
- Algemeen
- Eyeopener
Het begon met een passage uit een boek van Louise Gosbell, een Australische onderzoekster op het gebied van het Nieuwe Testament. Zij houdt zich vanuit disability studies (gehandicaptenstudies) bezig met het thema handicap in de Bijbel. In haar boek las ik iets dat me aan het denken zette. Gosbell schrijft dat sommige mensen het Evangelie ervaren als een ‘onderdrukkende’ boodschap. Eerlijk gezegd was ik ietwat geschokt. Zo had ik het zelf nog nooit bekeken.
‘Hij gaf op sabbat onderricht in een synagoge. Er was daar ook een vrouw die al achttien jaar bezeten was door een geest die haar ziek maakte. Ze was helemaal krom en kon met geen mogelijkheid rechtop staan. Toen Jezus haar zag, riep Hij haar bij zich en zei tegen haar: ‘U bent verlost van uw ziekte’, en Hij legde haar de handen op. Meteen ging ze rechtop staan en loofde God.’
Lucas 13:10-13
Wat is het een prachtig verhaal: Lucas vertelt hoe een vrouw met een kromgebogen rug na achttien jaar door Jezus eindelijk verlost wordt van haar ziekte. Letterlijk maakt Hij Psalm 146:8 waar: de HEER richt de gebogenen op. Jezus wekt hiermee de ergernis van de Joodse leiders, omdat Hij mensen geneest op sabbat. Zo had Hij ook al op een sabbat een man met een verschrompelde hand genezen. Maar ik sta hier niet stil bij het feit dat Jezus op sabbat geneest, alleen bij het ‘basale’ gegeven dat Jezus geneest. Daarover ben ik de laatste tijd meer gaan nadenken en een eyeopener uit deze gedachtezoektocht wil ik graag delen.
Onderdrukking
Louise Gosbells boek The Poor, the Crippled, the Blind, and the Lame, Physical and Sensory Disability in the Gospels of the New Testament gaat, zoals de titel laat raden, over fysische beperkingen in de evangeliën. Voor haar en sommige andere disability onderzoekers is het verhaal over de kromgebogen vrouw in Lucas 13 een typisch voorbeeld van de door Gosbell gesignaleerde onderdrukking. Waarom? Omdat Jezus’ boodschap van redding blijkbaar inhoudt dat ‘sociaal onacceptabele lichamen’ omgevormd worden tot lichamen die ‘sociaal meer acceptabel’ zijn. Daar komt nog bij dat in het Nieuwe Testament soms (niet altijd) een oorzakelijke link wordt gelegd tussen handicap of ziekte aan de ene kant en zonde aan de andere. Deze onderzoekers beschuldigen de Bijbel ervan negatieve voorstellingen van handicaps te promoten en zo bij te dragen aan de marginalisatie en afwijzing van mensen met een beperking in de bredere samenleving. Nu is die relatie tussen zonde en ziekte of beperking in het Nieuwe Testament niet altijd duidelijk aanwezig. In Johannes’ verslag van de genezing van een blindgeborene wijst Jezus die relatie juist van de hand (Johannes 9:3). Maar Paulus, in zijn eerste brief aan de Korintiërs, lijkt die relatie weer wel te leggen als hij zegt dat er in hun gemeente veel zieken en sterfgevallen zijn, omdat ze het avondmaal op een onwaardige manier vieren (1 Korintiërs 11:27–30). In Lucas’ verhaal van de kromgebogen vrouw wordt het woo
rd zonde niet gebruikt, maar haar beperking is in ieder geval het gevolg van bezetenheid door een geest waarachter Satan zit (Lucas 13:16).
Zonde en ziekte
Het is niet vreemd dat in het Nieuwe Testament dit soort links al dan niet onderhuids worden gelegd. Het hoorde bij de vooronderstellingen uit de joodse traditie dat God zonde kon bestraffen met ziekte. Zo krijgt Mirjam in Numeri 12 een ernstige huidaandoening omdat ze kwaadsprak over Mozes. Ook in de hellenistische cultuur werden lichamelijke imperfecties vaak gekoppeld aan morele zwakte. Het ideale Grieks-Romeinse mensbeeld was mannelijk, goed geproportioneerd en symmetrisch, gecombineerd met een overeenkomstige intelligentie en morele deugdzaamheid. Tegenover dit ideaal werden lichamelijke misvormingen, ziekte en handicaps vaak als schandelijk beschouwd en in verband gebracht met een ‘overeenkomstig’ moreel zwak of minderwaardig karakter. Er bestond zelfs een hele ‘kunde’ die erop gericht was aan het uiterlijk van personen hun karakter af te lezen (fysiognomie). In onze tijd leggen wij dit soort verbanden gelukkig niet meer zo rechtstreeks – hoewel, Jacqueline Kool (zie leestip op pagina 14) geeft veel pijnlijke voorbeelden van hoe dit idee ook in de christelijke opvoeding binnen haar generatie subtiel en minder subtiel heeft doorgewerkt. Maar hoe kun je je verhouden tot bijbelteksten die dit verband wel leggen en hoe verwerk je het punt dat deze disability onderzoekers aandragen op een goede manier? Gosbell stelt een drietal benaderingen voor. De eerste noemt ze een benadering van ‘verlossing’: deze benadering probeert de Bijbel zelf te verlossen van zijn negatieve imago door de negatieve voorstellingen die in de genezingsverhalen meekomen zo minimaal mogelijk voor te stellen. Zo lijkt de Bijbel minder kritisch over ziekte en handicap. De tweede benadering is er eentje van ‘verwerping’: wij moderne mensen moeten de negatieve voorstellingen van handicaps in de Bijbel niet wegpoetsen, maar wel duidelijk verwerpen. De derde benadering noemt Gosbell ‘historiserend’; daarbij worden de genezingsverhalen puur historisch beluisterd en beoordeeld, zonder te proberen een hedendaagse vertolking te bieden.
Voluit leven
Ik kan me eigenlijk in geen van deze drie benaderingen helemaal vinden. De ‘Bijbel-imago-verlossende’ benadering doet geen recht aan de bronteksten en de toenmalige cultuur. De ‘puur-historisch-lezen’ benadering geeft niet echt een antwoord als het gaat over wat deze teksten kunnen betekenen voor ons eigen leven hier en nu. En de ‘verwerp-genezingsverhalen’ benadering lijkt me juist met het badwater een belangrijke kern van het Evangelie weg te werpen, namelijk dat Jezus voluit Leven, met grote L, zonder pijn en gebrokenheid wil brengen. Leven zonder enige vorm van pijn… het is een troostvolle verwachting die ook helder geschetst wordt in het slotvisioen van het laatste bijbelboek (Openbaring 21:4). Maar daar gaat het niet alleen over pijn als gevolg van ziekte en beperking. Het gaat ook heel uitdrukkelijk over sociale pijn die mensen en volkeren elkaar aandoen. Denk aan oorlog en vervolging, maar ook negeren, stigmatiseren of discrimineren. Zo is het boek Openbaring zelf een aanmoediging voor gelovigen in een situatie van verdrukking, opgetekend door Johannes, die zich hun broeder noemt, delend in dezelfde ellende maar ook – door Jezus – in het koninkrijk en in standvastigheid. Wie consequent de toevlucht zoekt bij Jezus, zich onvoorwaardelijk toevertrouwt aan Hem, mag ook op dat gebied veel verwachten. Een wereld zonder tranen vanwege sociale pijn. Dat is een bevrijdend perspectief, ook voor miljoenen onderdrukte en ontheemde mensen vandaag.
Het boek Openbaring is een aanmoediging voor gelovigen in een situatie van onderdrukking
Wij allemaal
Juist daarom voel ik me sterk aangetrokken tot de emanciperende dynamiek in disability studies. Daarin wil men een handicap niet langer beschouwen als een mindere vorm van mens-zijn maar als een andere vorm van mens-zijn. Onze samenleving, met al haar nadruk op zelfontplooiing, vooruitkomen en perfectie – niet het minst op het perfecte en gezonde lichaam – heeft dit nog niet voldoende verwerkt: dat mondt uit in veel stille, onopgemerkte, sociale pijn. Dit is vooral óns groot gemeenschappelijk gebrek. De bijbelse link tussen zonde en gebrek kun je in ieder geval vandaag ook lezen als een keiharde aanklacht aan onszelf en aan ons als samenleving. Het is niet de persoon met een beperking of ziekte die ‘gebroken’ is. We zijn allemaal ‘gebrekkige’ mensen in ons onvermogen om goed, gastvrij, respectvol en liefdevol voor elkaar te zijn, om elkaar voor vol aan te zien, elkaar ruimte en kansen te geven, omdat we sociaal gevangen zitten in allerlei concurrentiestructuren. Niemand is in staat daaraan te ontsnappen. Wij zijn stuk voor stuk en samen ziek. Deze ziekte (en zonde!) wil Jezus net zo goed genezen. Ook daarvan zijn de genezingsverhalen beeldende voortekenen: Gods koninkrijk – zijn rijk van vrede waar het heel anders zal gaan – breekt dankzij Jezus door. Volgens mij mogen en moeten we genezingsverhalen ook begrijpen op dat niveau. Want als je deze laag niet meeneemt, kan een blijde boodschap zomaar onderdrukkend werken. Lichamelijk ziek of niet, genezingsverhalen gaan altijd ook over onszelf: wij zijn allemaal krom en ernstig bezeten. En er is maar Eén die dit kan veranderen.
Om over door te praten:
- Kan een boodschap van bevrijding onderdrukkend zijn? Hoe sta jij daar tegenover? Heb je dit wellicht al ervaren?
- Ken jij voorbeelden in jouw omgeving van hoe ziekte en zonde – al dan niet uitgesproken – met elkaar in verband worden gebracht?
- In haar boek Goed bedoeld beschrijft theoloog Jacqueline Kool vanuit eigen ervaring met een beperking hoe mensen met de beste bedoelingen toch pijnlijke fouten kunnen maken in de omgang met mensen met een beperking. Op welke dingen zou je extra alert kunnen zijn, ook als kerkgemeenschap?
Myriam Klinker is universitair docent Nieuwe Testament.

