Hij heeft in een tent gewoond

0

Bij begin
is er het spreken geweest;
het spreken is God nabij geweest,
ja God is het spreken geweest;

Het spreken is vlees-en-bloed geworden
en heeft bij ons zijn tent opgeslagen;
(Johannes 1:1 en 14a; Naardense Bijbel)

De Naardense Bijbel heeft een paar eigenaardigheden waardoor hij naar mijn mening minder geschikt is als Bijbelvertaling. Het is wel een vertaling die je vaak aan het denken zet. Het bekende ‘Woord’ (logos in het Grieks) uit Johannes 1 is hier vertaald met ‘spreken’. Je eerste reactie is: dat kan toch niet zomaar. Maar we moeten wel bedenken dat het Grieks meerdere woorden heeft voor ons woord ‘woord’. Voorbeeld: als Jezus tegen Satan zegt dat de mens leeft van ieder woord dat klinkt uit de mond van God (Matteüs 4:4), dan staat daar in het Grieks het woord rèma.

Het gaat dus niet zozeer om wat het is, maar om wat het doet. Denk maar aan ons woord ‘logopedie’, dat afgeleid is van logos. Een logopedist is niet zozeer een woordleraar, maar vooral een spraakleraar. Zoals uitgedrukt in Gezang 1 van het Liedboek: ‘Hij spreekt nog altijd voort.’

Het tweede dat opvalt in de vertaling van de Naardense Bijbel is dat in vers 14a niet staat dat het Woord of het Spreken1 vlees is geworden of mens is geworden, maar dat het ‘vlees-en-bloed’ geworden is. Vlees-en-bloed, met streepjes ertussen, om aan te geven dat het Woord (of hier: het Spreken) niet zowel vlees als bloed is geworden (niet twee dingen dus), maar vlees-en-bloed als één begrip, zoals in onze uitdrukking ‘een mens van vlees en bloed’. Dat is hier natuurlijk ook bedoeld: dat het Woord echt mens is geworden, waarachtig mens, zoals wij.

Poëtisch

Een opvallende eigenschap van de Naardense Bijbel is dat alles poëtisch wordt weergegeven. De tekst staat in korte zinnen onder elkaar. Dat zien we ook hier.

Een vertaling hoort het origineel zo veel mogelijk te volgen, daarom is dat een minpunt van deze vertaling. Maar in dit geval is het niet zo heel erg. In de Bijbelse poëzie zien we namelijk heel vaak dat een dichter met net iets andere woorden twee keer hetzelfde zegt.

De NBV besteedt daar bijvoorbeeld in de ‘Inleiding op Psalmen’ aandacht aan. Je zou kunnen zeggen dat Johannes dat hier ook doet. Johannes 1 heeft een poëtisch karakter: korte zinnen of zinsdelen met herhalingen. En hier in vers 14 worden ook twee kanten van dezelfde zaak benoemd. De ene kant is dat het Woord vlees is geworden, de andere kant is dat het Woord onder ons heeft gewoond.

Getabernakeld

De NBV vertaalt dat het Woord ‘bij ons’ heeft gewoond. Veel andere vertalingen hebben hier dat het Woord ‘onder ons’ heeft gewoond. Dit is een klein verschil en het valt de meeste mensen niet eens op. Maar het hier gebruikte Griekse voorzetsel (èn) betekent in de eerste plaats ‘in’ of ‘te midden van’. Hij heeft dus niet bij ons ergens aan de rand gewoond, maar in ons midden! Daar heeft Hij zijn tent opgeslagen: in ons midden. Want zo moeten we dat ‘wonen’ eigenlijk vertalen: Hij heeft onder ons ‘getent’ of ‘getabernakeld’. Daar zit het woord ‘tent’ in.

Alles overwegende kom ik tot de volgende proefvertaling van vers 14a: ‘Het Woord is vlees-en-bloed geworden en heeft zo in ons midden in een tent gewoond.’

1) Zelfs de NBV, die spaarzaam is met hoofdletters, schrijft ‘Woord’ met een hoofdletter. Jammer dat de Naardense Bijbel ‘Spreken’ niet met een hoofdletter weergeeft.

Om over na te denken
1. De Bijbel in Gewone Taal vertaalt het begin van Johannes zo: ‘In het begin was Gods Zoon er al. Hij was bij God, en hij was zelf God.’ Wat vind je daarvan? Wat is het voordeel en wat is het nadeel?
2. Wat valt je op als je 1 Johannes 1:1 vergelijkt met Johannes 1:1? Wat zegt dat jou?
3. Als Jezus het Woord is, wat is dan jouw antwoord?

Delen.

Over de auteur

Simon Kadijk heeft theologie gestudeerd en is directeur van Donatus Verzekeringen. Hij is lid van de NGK.

Laat een reactie achter