Commissie NGK verdeeld over homoseksualiteit

2

De studiecommissie ‘ambt en homoseksuele relaties’ heeft een verdeeld advies uitgebracht aan de Landelijke Vergadering van de NGK. De meerderheid vindt dat gemeenteleden met een homoseksuele relatie in liefde en trouw ouderling of diaken kunnen worden, de minderheid wijst dat af.

NGK websiteDe commissie is van mening dat homoseksualiteit een gevolg is van de door de zondeval in de schepping gekomen gebrokenheid en erkent unaniem dat de Bijbel “uiterst negatief” oordeelt over homoseksuele contacten, aldus de toelichting op het rapport, dat vandaag naar buiten werd gebracht.

De leden zijn het echter niet eens over de hermeneutische vertaalslag naar deze tijd en cultuur. De meerderheid van de commissie vindt dat “Gods tegemoetkomendheid en barmhartigheid ruimte bieden voor een duurzame en geordende homoseksuele relatie in liefde en trouw”. Deze leden zien dan ook geen beletsel om gemeenteleden met een dergelijke relatie te roepen tot het ambt van ouderling of diaken.

De minderheid van de commissie is van oordeel “dat de Bijbel ten principale geen ruimte biedt voor een homoseksuele relatie in liefde en trouw”.

De commissie is het erover eens dat er een wezenlijk verschil is tussen een homoverbintenis en een huwelijk tussen man en vrouw en spreekt zich daarom uit tegen het homohuwelijk.

Tegerlijktijd stelt de commissie dat homoseksuele broeders en zusters “beelddragers Gods en geliefden in Christus zijn en daarom in de christelijke gemeente onbekommerd voor hun seksuele geaardheid moeten kunnen uitkomen en daar een veilige plek moeten vinden”.

De commissie ‘ambt en homoseksuele relaties’ werd in 2011 door de LV Houten ingesteld, nadat de GKv-synode een voorstel voor een gezamenlijke studiecommissie afwees.

In het najaar zal de LV Zeewolde zich over het rapport buigen en besluiten of de ambten inderdaad opengesteld kunnen worden.

Het volledige rapport van de commissie is te downloaden op de website van de NGK.

Delen.

Over de auteur

2 reacties

  1. j.diederiks@ziggo.nl'
    J. Diederiks op

    Met alle waardering voor de inbreng vanuit de theologie vind ik het aandeel van ervaringsdeskundigen in het themanummer ‘Homoseksualiteit’ nogal summier. Daarom hieronder een in 2012 geschreven column, die de vaak starre houding van de kerk op een schrijnende manier dichtbij brengt.

    Afhouding

    Dat iemand niet deelneemt aan de tafel van de Heer, kan een heel plausibele oorzaak hebben: hij/zij is te jong, te oud of nog niet ingewijd in de christelijke leer. Maar op de Open Dag van ContrariO (24 november 2012) liep ik weer eens aan tegen het typisch gereformeerde fenomeen ‘afhouding’. Naar woord, dat me op een of andere manier doet denken aan afhouwing of amputatie. Anderen zeggen van jou: Nee, om je eigen bestwil houden we je af. De tafel van de Heer is heilig en mag niet ontwijd worden. Jij leeft in zonde. Eerst moet je je bekeren van je heilloze weg en scheiden van je partner. Allemaal heel kerkelijk en volgens de regels. Lees het formulier of zondag 30 en 31 van de catechismus er maar op na. Daar staat duidelijk waaraan we ons moeten houden. Nu de praktijk.

    Zie hem daar zitten, moederziel alleen. Achterin het koude, ongezellige zaaltje van de Petrakerk in Harderwijk. Net als ik niet meer zo jong, naar schatting 60+. Plastic zakje met meegebrachte boterhammen op de formicatafel. Ernaast een glas melk en een appel, die hij tegen inwisseling van een muntje had meegenomen uit de gezellige hal, waar door velen geanimeerd wordt gekletst en gelachen.
    Ik loop het zaaltje binnen en zoek een plek. Ik zou kunnen aanschuiven bij die anderen daar, maar word aangetrokken door die ene, helemaal achterin. Want dat kan toch niet? Dat je de hele dag met zielsverwanten bij elkaar bent en die ene daar laat zitten? Ik loop naar achteren en vraag: “Goed dat ik bij je kom zitten?’’ Hij heeft z’n mond vol en mompelt iets van ‘ja’. Ik zet me neer en begin ook maar te eten. Als ik niet begonnen was met praten, hadden we daar misschien tot het eind zwijgend tegenover elkaar hebben gezeten. Dat houd ik niet lang vol. Na mijn eerste boterham vraag ik van welke afdeling hij komt – je moet toch ergens beginnen? “Noord’, klinkt het. “Provincie of stad?”, vraag ik. “Stad”. “O, daar woont mijn zoon ook! ” Zo kabbelt het gesprek moeizaam voort. Maar ik wil wat verder komen dan wat algemeenheden. Nadat ik eerst iets vertel over mijn situatie van homo in een heterorelatie, durf ik te vragen of hij alleen is of misschien een relatie heeft. Wel gehad, ja. Zijn vriend is acht jaar geleden overleden. Ondanks bezwaren van de kerk hadden ze bijna twintig jaar samengewoond. “En tóch bij de kerk gebleven?”, vraag ik voorzichtig door. “Ja, wat moet je? We werden wel afgehouden van het Avondmaal, maar ja… Dat was nu eenmaal zo.” Die regel geldt daar trouwens nog steeds, al gaan er nu ook andere stemmen op. En nu? Geen andere vriend? Nee, zo’n vriend als toen is hij nooit meer tegengekomen en nu is hij maar gestopt met zoeken.

    “En het Avondmaal dan? Ben je nu welkom?”
    “Ja, nu wel.” Nu kon het. Logisch toch?
    Ik val even stil. Vriend dood – en dan kan het ineens wel? Ik ben verbijsterd.
    “Maar… als je aan de avondmaalstafel zit, is je vriend dan niet in gedachten bij je?“
    ”Ja, natuurlijk, wat dacht je! “, klinkt het haast verwijtend.
    Voor het eerst kijkt hij me echt aan. Ik kijk in een paar blauwgrijze, wat droeve ogen. Hoe kan ik zoiets vragen. Dat zijn vriend nog steeds zó dichtbij is. Mooi toch?
    En straks samen aan die nog mooiere Grote Tafel! ? Liefde over grenzen heen.
    .
    Eeuwigheidszondag, 25 november 2012

    Jacob Diederiks

Laat een reactie achter