Geheim of geheimenis?

0

Geheimenis is een woord waaraan ik gehecht ben geraakt. Het is geen woord uit een spannende roman. Daarin gaat het over geheimen, geheimen die ontraadseld moeten worden. Geheimenissen ontraadselen we niet: we eerbiedigen hen. Ze hebben iets te vertellen dat we ons eigen moeten maken. Maar ze zijn gewikkeld in een taalkleed dat verhullend werkt.

Geheimenissen ontraadselen we niet: we eerbiedigen hen.

Geheimenissen ontraadselen we niet: we eerbiedigen hen.

Een geheimenis behandelen we niet als een geheim. Voor geheimen hebben we denkkracht nodig, het vermogen om logische gevolgtrekkingen te maken. Zo wordt een geheim onthuld. Maar als we zo met een geheimenis omgaan, ontsnapt het steeds weer aan ons bevattingsvermogen. Of we breken het zelfs af.

In de vorige eeuw gingen theologen op deze manier met de lichamelijke opstanding van Jezus om. Met een duur woord heette dat de ‘ontmythologisering’ van het evangelie. Alsof het in Jezus’ opstanding om een geheim ging, dat zich rationeel laat oplossen.

Niet alleen vrijzinnigen verwarren geheim en geheimenis. Ook gereformeerden maken zich er schuldig aan. Een voorbeeld: vanaf de zeventiende eeuw werd in de gereformeerde orthodoxie het leerstuk van de predestinatie heel logisch uitgewerkt. Vanuit de eeuwige raad van God werd stap voor stap naar het leerstuk van de dubbele uitverkiezing – tot eeuwig heil of tot eeuwige doem – gewerkt. Daar hoorde als conclusie ook de leer van het vredesverbond bij.

Dit hield in dat men besluiten moest tot een beperkt aanbod van Gods genade: Jezus is alleen voor de uitverkorenen gestorven. Het klopte allemaal als een bus, als een systeem gekenmerkt door rationale doorzichtigheid. Maar het levert geen geloofsversterking op; geloofsonzekerheid is er de vrucht van.

De verkiezing is een geheimenis. De Bijbel is er niet onduidelijk over, maar nooit wordt het gebruikt als uitgangspunt van een logisch leersysteem dat we rationeel kunnen beheersen. Paulus zingt over de verkiezing als de vaste grond van zijn behoud – niet in zijn dogmatiek, maar in zijn doxologie. Hij legt niet uit ‘hoe het zit’. Hij roemt in God, de Vader van onze Heer Jezus, zodat alle menselijke roem is uitgesloten. ‘Onverdiende zaligheên heb ik van mijn God genoten.’

Laat het geheimenis geheimenis blijven!

Een ander voorbeeld, uit evangelische hoek: het geheimenis van Jezus’ terugkomst wordt soms ‘ontmanteld’ in een systematische leer over de laatste dingen. Uitgangspunt is hoe de profeten de ‘geschiedenis van de toekomst’ beschrijven. Heel nauwkeurig wordt de krant ernaast gelegd. Allerlei seculiere gebeurtenissen plaatsen ze in het grote kader van de eschatologie, ‘letterlijk’ af te lezen uit de Bijbelse profetieën.

Hiertoe moet natuurlijk wel het taalkleed waarin het geheimenis van de toekomst beschreven wordt uiteengerafeld worden. Waar in de Bijbel de toekomst beschreven wordt in een taal die recht doet aan het geheimenis ervan – poëtische en symbolische taal, die openbaart en tegelijk verhult – daar wordt in deze evangelische benadering een haast wetenschappelijke taal gebruikt, die we eerder in een academisch handboek zouden verwachten. De terugkomst van Jezus kan zomaar onderdeel worden van een futuristische voorspelling, waaraan je als gelovige in het heden weinig geestelijke houvast hebt.

We geloven dat Jezus zal terugkeren, maar we erkennen het geheimenisvolle karakter ervan en eerbiedigen de taal waarmee de Bijbel over dit geheimenis spreekt. Onze kennis over de toekomst vermindert dan weliswaar, maar ons vertrouwen erin groeit. Laat het geheimenis geheimenis blijven!

Geloofskennis die het geheimenis van het evangelie eerbiedigt, levert geloofsvertrouwen op, waaraan we in leven en sterven houvast hebben.

Delen.

Over de auteur

Ds. Bob Wielenga is emeritus predikant van de NGK Kampen en woonachtig in Zuid-Afrika.

Laat een reactie achter