Wat kunnen ouderen voor de gemeente betekenen?

0

Wat kunnen ouderen betekenen voor de gemeente, en dan vooral voor de jonge generatie? Elze Sietzema voerde vier gesprekken met betrokkenen.


‘De Geest is niet klaar met je wanneer je ouder wordt’

Is ouder worden een noodzakelijk kwaad? Volgens klinisch psycholoog Wil Doornenbal (1938) doet dat geen recht aan onze bestemming als mens. Ze schreef er een boek over: Reizen door nieuw land. Ouder worden met perspectief. In het voorwoord schrijft ze: ‘Iemand op leeftijd wordt in de Bijbel vergeleken met een oudere boom waaraan nieuwe vrucht kan blijven groeien. Levenskwaliteiten zoals liefde, blijdschap, vrede, geduld. Ouder worden kan kennelijk meer inhouden dan dingen kwijtraken; het levert zijn eigen vrucht op.’ Een gesprek over wat dit inhoudt voor de kerk.

Er is veel vergrijzing in de kerk. Tegelijkertijd probeert men met man en macht de jongeren vast te houden. Niet zelden worden ouderen daarbij gezien als een sta-in-weg. Herkent u dit?
‘Veel kerken focussen inderdaad op jongeren, waardoor ouderen soms het idee kunnen krijgen dat ze er minder toe doen. Maar dat ze een sta-in-de-weg zouden zijn, daar ben ik het niet mee eens. Dat is een etikettering die niemand recht doet. Ja, natuurlijk zijn er mopperaars, maar dat betekent nog niet dat elke oudere zo is! Tegelijkertijd moet je er als oudere voor zorgen dat je niet in de slachtofferrol schiet, maar dat je gericht blijft op deze maatschappij en nadenkt over hoe je gevend kunt leven, in plaats van dat je denkt: het moet wel mijn kerk blijven, het moet wel op mijn manier gaan. In geloof gevend leven, dat betekent: zie jij jouw waarde en belang? Je leven lang is dat de centrale vraag. En dat blijft het, ook als je ouder wordt.’

Wil Doornenbal: 'Zie jij jouw waarde en belang? Je leven lang is dat de centrale vraag.' (beeld Niek Stam)

Wil Doornenbal: ‘Zie jij jouw waarde en belang? Je leven lang is dat de centrale vraag.’ (beeld Niek Stam)

Toch staat ouderdom ook in het teken van aftakelen. Wordt het dan geen tijd om te ontvangen, na wellicht een leven lang geven?
‘Paulus schrijft dat de tent wordt afgebroken; dat is het uiterlijk. Maar innerlijk wordt hij van dag tot dag vernieuwd (2 Korintiërs 4:16). Ja, er is lichamelijk verlies. Niemand vindt dat leuk. Ik wil ook niets afdoen aan het lijden dat men daarin ondergaat. Tegelijkertijd biedt de Bijbel een ander perspectief. Ouderen moeten we niet zien als consumenten die alleen getroost moeten worden, maar als mensen die vrucht kunnen blijven dragen, die zich kunnen blijven ontwikkelen en die van dag tot dag vernieuwd kunnen worden. Omgekeerd: als ouderen zich als slachtoffer zien, ontnemen ze zichzelf alle geluk. Bovendien maken ze zich dan afhankelijk van hun omgeving om in hun levenszin te voorzien. Die omgeving kan jou wel steunen, maar uiteindelijk moet je zelf je eigen waarde bevestigen.’

Hoe doe je dat?
‘Dat doe je zoals je dat je hele leven al doet: stapje voor stapje, met vallen en opstaan en in relatie met God. Door amen te zeggen op de waarde die Hij geeft aan jou als persoon, aan je eigen bijdrage en aan de dag die voor je ligt. Een oudere is iemand in ontwikkeling, net zoals ieder mens. Het is de taak van de kerk om er te zijn voor de totale mens, dus ook voor ouderen. De kerk mag die ontwikkeling stimuleren, ondersteunen en bevragen. Dat is ook in lijn met de Bijbel.’

Dus als het gaat om ouderen is het de taak van de kerk om hen te ondersteunen in hun ontwikkeling?
‘Onder meer. Ze kan ondersteunen bij de vragen en het “huiswerk” van de oudere. Zoals: Hoe beleef jij je levensfase in je geloof? Wat is het belang van ouderen in Gods ogen en in de kerk? Hoe helpen we jou, oudere, om invloed te hebben? Het zou goed zijn als gemeenten dit meer aan de orde stellen, zowel in preken als in het pastoraat. Soms vind ik de benadering van ouderen in de kerk wat eenzijdig. Er ligt vaak een zwaar accent op het helpen bij verdriet, de troostkant. Wellicht heeft dat te maken met een ander etiket dat ouderen vaak krijgen: dat ze zielig zijn en niet gelukkig. Maar weet je dat de gelukscurve een U-curve is? Hij is het diepst rond de 40-50 jaar en gaat omhoog tot de 80 jaar. Het gaat mij er niet om zo’n getal te verabsoluteren, maar wel om aan te geven dat er nog zo veel te winnen valt!’

Ik heb wel te doen met de ouderen. Onze maatschappij is zo snel aan het veranderen, zelfs als 29-jarige wordt het me weleens te veel…
‘De maatschappij is voor bijna elke leeftijd ingewikkeld, ook voor ouderen. Ik merk bijvoorbeeld hoe moeilijk jongeren het soms hebben, door keuzestress of doordat ze voelen dat ze anders zijn dan anderen. Maar ook jonge ouders hebben het niet gemakkelijk. “Het leven is de Kruisbanier tot in Gods handen dragen”, dichtte Guido Gezelle. Het klinkt een beetje zwaar, maar zo is het leven soms ook. Elke leeftijd geeft z’n eigen huiswerk. Met ouderen is dat niet anders. Of het zoveel moeilijker is voor ouderen… Dat weet ik niet. Voor sommigen wel, voor anderen niet. Het hangt er ook van af of je redelijk gezond blijft.’

De vraag die overblijft is natuurlijk: hoe is de kerk gebaat bij dat investeren in ouderen?
‘Als je mensen bevestigt in hun waarde, in plaats van in hun zieligheid, of welk ander etiket ook, en als je hen ondersteunt in hun ontwikkeling, dan zullen ze vrucht dragen. Welke vruchten dat zijn en hoe die tot rijping komen bij ouderen, daar heb ik Reizen door nieuw land over geschreven. Maar voor wat betreft de kerk zou ik zeggen dat er in het algemeen veel schatten liggen verborgen. Schatten in levenservaring: mensen hebben van fouten geleerd, hebben bitterheid overwonnen en zijn tot vergeving gekomen. Maar ook schatten in de huidige levenservaring als oudere. Het zou leerzaam en opbouwend zijn om deze schatten op te diepen en aan gemeenteleden door te geven, juist ook voor de toekomst van de kerk. De Geest is immers niet klaar met je wanneer je ouder wordt.’


It takes a village to raise a child

Welke waarde hebben ouderen voor de kinderen in de kerk? Ik vraag het Janneke Burger (1978), moeder, theoloog, hoofdredacteur van het magazine Jente en schrijver.

Janneke Burger: 'Ouderen kunnen in de kerk een glimlachende en verwelkomende aanwezigheid voor kinderen zijn.'

Janneke Burger: ‘Ouderen kunnen in de kerk een glimlachende en verwelkomende aanwezigheid voor kinderen zijn.’

‘Ik geloof heel erg in het Afrikaanse gezegde: it takes a village to raise a child. Zo is het ook met geloven in God. Gemeenschap is voor geloven zo belangrijk. Er wordt van alles georganiseerd in de kerk, maar vaak is dat op bepaalde leeftijdsgroepen gericht. Dat is echt zonde. Zo zoeken gezinnetjes elkaar op. Eigenlijk vind ik dat een verlies voor de kinderen. Het is voor een kind heel goed om ook ouderen te spreken en te zien. Eén van de verrijkingen van een kerk is dat je juist niet in die vanzelfsprekende gemeenschappen vervalt. Het is jammer als we kinderen en volwassenen in hun eigen leeftijdsgroepen opsluiten.

In onze vorige gemeente in Franeker zaten we in een huiskring waarbij onze kinderen de enige kinderen waren. Anderen vonden dat zielig, maar dat was niet zo. Ze werden juist heel hartelijk ontvangen door de ouderen. Ouderen kunnen in de kerk een glimlachende en verwelkomende aanwezigheid voor kinderen zijn. Dat is belangrijk.

Toen we verhuisd waren naar Kampen, kwamen we in een grote kerk terecht. Te midden van die onrust zag ik altijd een oude man zitten. Hij zei heel weinig en zat stil op zijn stoel, maar hij glimlachte wel af en toe. Hij was voor mij een soort ankerpunt. In de onzekerheid van al die nieuwe mensen keek ik even naar hem en dan glimlachte hij vriendelijk.

Ouderen als ankerpunten, daar heeft de kerk en hebben gelovigen behoefte aan. Nu is het nog de kunst om hen als zodanig te gaan zien én op te zoeken. Hun ervaringen en wijsheid zijn vaak wat verstopt en niet alle ouderen praten gemakkelijk over hun geloof in God en over het leven. Het is dan zaak om creatieve manieren te bedenken om met elkaar in gesprek te gaan en ons geloof te delen. Daarvoor is ook tijd en geduld nodig. Iets wat ik en zo veel anderen niet meer lijken te hebben…’


Jong en oud: een dreamteam

Ouderen kunnen veel bijdragen aan de kerk, getuigen Hans (1947) en Janny (1950) de Groot. Na jaren in het speciaal voortgezet onderwijs te hebben gewerkt, genieten ze nu van hun pensioen. Maar stilzitten is niets voor​ hen. Ze zetten zich actief in binnen hun ​​​​kerkelijke gemeente, de NGK Enschede​, w​aar ze hun passie voor jongeren gestalte blijven geven.

‘We vinden het belangrijk om ons steentje bij te dragen, voor zover dat in ons vermogen ligt. We zijn betrokken bij het pastorale bezoekwerk en de zusterhulp, en maken deel uit van het “Dreamteam”, een groepje gemeenteleden dat een klankbord wil zijn voor alle mensen die iets doen in het jeugdwerk. We proberen vanuit onze werk- en levenservaring mee te denken’, vertellen Hans en Janny.

‘Juist omdat ouderen veel tijd hebben, kunnen ze een grote bijdrage leveren ​aan de gemeente. Ze kunnen bijvoorbeeld overdag zieke of eenzame mensen bezoeken. Maar ook het positief in contact blijven met jongeren is belangrijk, voor de ouderen en voor de kerk. Reageer niet meteen negatief op veranderingen in bijvoorbeeld de liturgie, maar sta open voor wat jongeren beweegt. Zij groeien op in een heel andere tijd dan wij. Daar moet je rekening mee houden en je activiteiten op afstemmen. Zo is het fijn als ouderen een jeugddienst bezoeken, ook al is dat een Twitterdienst, en als jongeren rekening houden met de ouderen. Het is mooi als de liefde van twee kanten komt!’

‘We geven jongeren graag mee hoe belangrijk het is om van jongs af aan mee te doen in de kerk door naar clubs, verenigingen en catechisatie te gaan, om op te groeien in geloof, maar ook om vrienden te maken en zo meer binding te krijgen met de kerk. We zien verdrietig genoeg jongeren afhaken, maar gelukkig zien we ook steeds weer jongeren die voor God kiezen en belijdenis doen. Door alles heen willen we onze gaven gebruiken in de gemeente, opdat we iets kunnen betekenen voor broers en zussen, jong en oud. Zo proberen we in de voetsporen van Jezus te gaan.’


‘Jongeren zijn op zoek naar doorleefde wijsheid en authenticiteit’

Jongerenwerker Martijn Dekker (1991) droomt van een kerk waar jongeren en ouderen wederzijds van elkaar leren, waar persoonlijk contact centraal staat en waar openheid is om in alle kwetsbaarheid vragen aan elkaar te stellen.

Martijn Dekker: 'In Bijbelse tijden stonden grijze haren voor levenswijsheid en ervaring. Op dat punt kunnen ouderen veel betekenen voor jongeren.'

Martijn Dekker: ‘In Bijbelse tijden stonden grijze haren voor levenswijsheid en ervaring. Op dat punt kunnen ouderen veel betekenen voor jongeren.’

‘Als jongeren en ouderen in gesprek gaan, vallen vooroordelen aan beide kanten weg. Jammer genoeg gebeurt dit nog te weinig: de generaties praten veel over elkaar, maar niet met elkaar. Dat is een gemiste kans. Er valt zo veel van elkaar te leren!’

‘De pracht van jonge mensen is hun kracht, de sier van oude mensen is hun grijze haar’, staat in Spreuken 20:29. Martijn: ‘In Bijbelse tijden stonden grijze haren voor levenswijsheid en ervaring. Op dat punt kunnen ouderen veel betekenen voor jongeren. Jongeren willen graag horen hoe ouderen hun weg met God gaan en hoe dat ook bij hen met vallen en opstaan gepaard gaat. Maar dergelijke ontmoetingen en gesprekken ontstaan vaak niet vanzelf. We geven hier onvoldoende aandacht aan in de kerk. Maar met een beetje creativiteit valt er veel te bedenken.

In mijn gemeente in Zuidhorn hebben we geëxperimenteerd met een vorm die enorm aansloeg. We organiseerden gespreksavonden, voorbereid door koppels van een oudere en een jongere, die samen een thema bedachten. In de kerk legden we intekenlijsten neer, waarop gemeenteleden zich voor een thema konden inschrijven. Daarbij letten we op een gelijke verdeling van jong en oud. De avonden begonnen met een maaltijd, waarna de groep met elkaar in gesprek ging. Zowel jongeren als ouderen vonden het fantastisch. Sommige jongeren waren verbaasd dat je met ouderen zowel goed kon praten als goed kon chillen. Eén jongen, die erg zoekende is, zei tegen mij: “Wat mij betreft schaffen we catechisatie af en doen we dit gewoon altijd.” Ik vind dat een prachtig idee. Deze generatie jongeren is echt op zoek naar doorleefde wijsheid en authenticiteit. Wat dat betreft heeft die jongen een belangrijk punt: het is jammer dat we in de catechese het geloofsgesprek tussen de verschillende generaties vaak onbenut laten.

Tegelijkertijd mogen jongeren ook serieus genomen worden. Ouderen zijn niet de enigen met wijsheid en goede inzichten! God gebruikt ook jonge mensen, zo laat de Bijbel zien. Jammer dat we hun wijsheid vaak onbenut laten. Ook daar liggen zo veel verborgen schatten.’

Delen.

Over de auteur

Elze Riemer is godsdienstwetenschapper en journalist.

Laat een reactie achter