Iedereen telt mee

0

Groet Asynkritus, Flegon, Hermes, Patrobas, Hermas en de broeders en zusters die bij hen samenkomen.
(Romeinen 16:14)

Over de groeten waarmee Paulus zijn brief aan de Romeinen afsluit, lees je gemakkelijk heen (Romeinen 16:3-16). Van de meeste personen die genoemd worden, kunnen we ons geen enkele voorstelling maken en over de uitspraak van menige naam breken we onze tong. Toch kunnen we met deze groeten volop onze winst doen, bijvoorbeeld voor ons omgaan met de namengids van de gemeente.

Handpalm

021722-woordzoeker-foto-nieuwTen eerste valt op dat Paulus erg veel namen noemt, hoewel hij nog nooit in Rome is geweest. Via zijn reizen en van horen zeggen heeft hij de gemeenteleden leren kennen. Dat zegt wellicht iets over Paulus’ goede geheugen, maar vooral over zijn oprechte interesse in mensen. Je kunt je van Paulus niet voorstellen dat hij, als hij al jaren lid is van een gemeente, nog moet vragen: ‘Die vrouw die altijd links in het midden zit, wie is dat eigenlijk?’

Vervolgens geeft Paulus blijk van warme gevoelens voor de mensen die hij noemt. Het woord ‘geliefde’ is niet van de lucht! Hierin is Paulus doorzichtig tot op Christus’ liefde. Die heeft onze namen immers in zijn handpalm gegrift. Zo mogen wij ook aankijken tegen de namen in het gemeentelijke namenboek: het is een opsomming van Gods beminden. Die liefde wil Hij overdragen op ons. De namengids nodigt uit tot betrokkenheid op en meeleven met elkaar.

Hondennaam

Het is ook leerzaam. Uit historisch namenonderzoek blijkt dat de genoemde mensen uit heel verschillende sociale milieus komen. Hij groet mensen uit de Romeinse elite, maar ook slaven. De naam Flegon bijvoorbeeld werd vooral aan honden gegeven, maar ook aan slaven. (Het toppunt van humor in Rome: je slaaf een hondennaam geven.) Paulus noemt Flegon bij name! Verder groet Paulus zowel mannen als vrouwen en zowel Joden als niet-Joden. Iedere naam doet ertoe, iedereen telt mee.

Daar komt nog bij: de gemeente van Rome was divers samengesteld en opmerkelijk multicultureel. Een echte pinkstergemeente dus. Ik word daar heel enthousiast van, en ik bid dat de gemiddelde Nederlandse kerk een wat rijker geschakeerde namenlijst mag krijgen.

Het verdient ook aandacht dat Paulus over de meesten een bijzonderheid vermeldt. Hij spreekt over hun inzet, lijden, offers, inspanning. Hij benoemt wat ze voor hem of anderen betekend hebben. Het is niet onopgemerkt gebleven en wordt hartelijk gewaardeerd! Kortom, niet alleen onze namen, ook onze daden zijn bij God bekend. Je bent gezien – al heb je soms misschien het gevoel dat anderen over je heen kijken.

Perspectief

Ten slotte is er een wijds perspectief: ‘Alle gemeenten van Christus laten u groeten.’ Zo sluit Paulus zijn lijst met groeten af en brengt hij die op katholiek niveau. Geen gemeente bestaat op zichzelf. Iedere gemeente van Christus staat in relatie met andere gemeenten. Van dat besef getuigt ook menig namenboek. Want iedere gemeente is een gemeente van Christus. Zijn naam, de naam aller namen, bindt alle gemeenten en alle leden van de kerk – het lichaam van Christus – in liefde samen, hier en nu, altijd en overal.

Zo geven Paulus’ groeten ons enkele mooie eyeopeners voor ons omgaan met het gemeentelijke namenboek:

  • deze namen zijn er niet om te vergeten;
  • deze namen willen met liefde uitgesproken worden;
  • iedere naam doet ertoe;
  • hoe diverser de namen, hoe mooier;
  • niet alleen onze namen, ook onze daden zijn bij God bekend;
  • de naam aller namen maakt ons één en bindt ons samen, ver weg en dichtbij!

Om te doen
Pak de namengids van je gemeente erbij en laat daarover je gedachten gaan, terwijl je concreet dankt, luisterend bidt en actief handelt. Probeer zo je omgaan met de namengids op het niveau van Romeinen 16 te brengen.

Delen.

Over de auteur

Jan Mudde is predikant te Haarlem.

Laat een reactie achter