De wereldwijde kerk: Peru

1

Wat is belangrijker: een zuivere leer of een levende gemeente? Met die vraag werd de Peruaanse gemeente van predikant Gerard Castro hard geconfronteerd.

Gerardo Castro: 'Na verloop van tijd merkten we dat onze “superieure” leer niet leidde tot een verandering van de harten van mensen.'

Gerardo Castro: ‘Na verloop van tijd merkten we dat onze “superieure” leer niet leidde tot een verandering van de harten van mensen.’

Ook al ben ik een Peruaanse predikant, ik ben gevormd door de gereformeerde theologie. Ik kende en verdedigde de ‘zuivere leer’, de catechismus en de belijdenissen die ons zijn overgeleverd door westerse zendelingen. Onze gemeente kende een klassieke leer en een gestructureerde liturgie, overgeleverd door de gereformeerde traditie. Het doel daarvan was om vrijblijvendheid en ketterij te weren. Het gaf ons de zekerheid dat we ‘in de waarheid’ waren en zo konden we ons duidelijk profileren tegenover andere kerken en predikanten.

Zonder twijfel is de gereformeerde intellectuele manier van denken van grote waarde geweest. Ik sta er in de kern nog steeds van harte achter. Maar na verloop van tijd merkten we dat deze puurheid en ‘superieure’ leer niet leidden tot een verandering van de harten van mensen en van het karakter van de gemeente.

Door de leer zo’n belangrijke plaats te geven, loop je het gevaar dat je denkt dat je het altijd bij het juiste eind hebt. In de praktijk is dat een voedingsbodem voor conflicten binnen de gemeente. De meest orthodoxe gemeenteleden waren het meest betrokken bij conflicten in de gemeente. Door het exclusiviteitsdenken waren we vervallen in een theologisch farizeïsme.

Woestijn

Over Job lezen we hoe hij in een kort tijdsbestek al zijn zekerheden kwijtraakt: zijn bezittingen, zijn kinderen, zijn gezondheid, de steun van zijn vrouw en ook zijn ‘zuivere leer’. In de woestijn waarin hij terechtkomt, leert hij God zien. Het geloof was voor hem tot die tijd van horen zeggen geweest. Maar dat verandert. ‘Alleen door het luisteren met het oor had ik U gehoord, maar nu heeft mijn oog U gezien’ (Job 42:5).

Dit zien we ook bij anderen. De relatie van Abraham met God ontwikkelt zich in de woestijn van het wachten op de onmogelijke geboorte van een zoon. Mozes, grootgebracht aan het hof van de farao, leert God kennen als eenvoudige herder en balling in de woestijn.

Op dezelfde manier heeft God onze gemeente in een bittere woestijn gebracht. Naarmate de theologische discussies toenamen en de zuivere leer feller verdedigd werd, namen de conflicten toe. Er speelden ook externe factoren mee, maar als je die analyseert, zie je dat ook daarin leerverschillen belangrijk waren. Ik werd in die periode ziek en God bracht me dus ook persoonlijk in een woestijn. Naar God kijken vanachter een bureau is niet hetzelfde als naar Hem kijken vanuit een woestijn.

Zien

In deze periode zijn we – in plaats van vast te houden aan een zuivere leer – op zoek gegaan naar een ‘gehavende’ geloofsleer. Gehavend, aangeraakt door de weerbarstige realiteit van het leven: contextueel, toegepast, levend. In plaats van een geloofsleer die bediscussieerd wordt, zochten we naar een leer die geleefd wordt. Geen theologie die ons leert over God, maar een leer die ons in relatie brengt met God. We hebben de zuivere leer ontdaan van alle ruis en teruggebracht tot ‘niets anders dan Jezus Christus en die gekruisigd’. We willen leren, leven en werken vanuit dat middelpunt. En dan is iedereen welkom die ook Christus centraal stelt.

Ja, het geloof is door het gehoor, maar daar mag het niet bij blijven. Mijn verlangen is dat we Hem ook zullen zien. En dan zullen we onze ogen niet meer van Hem kunnen afhouden en zal onze mond niet meer kunnen zwijgen.

Delen.

Over de auteur

Gerardo Castro is predikant van de presbyteriaanse gemeente in de grote kuststad Trujillo in Peru. Hij werd er predikant op het moment dat de gemeente een diepe crisis beleefde.

1 reactie

Laat een reactie achter