Een snoeptrommeltje vol onuitputtelijke liefde

0

Ik droom best vaak over een andere, nieuwe toekomst van de kerk, ook van mijn eigen kerk. Toch heb ik flink gestoeid met het verzoek om die droom op papier te zetten. Analyse, opinie en drang naar evenwichtigheid liet ik uiteindelijk los om mijn fantasie alle ruimte te geven. ‘De gestelde toestanden zijn vrucht van de verbeelding’, schreef C.S. Lewis ergens. ‘Maar het bevat natuurlijk – dat was althans mijn bedoeling – wel een moraal.’ Dat geldt ook voor mijn droom hieronder.

Het begon allemaal nadat zuster Gulhand een zilverkleurig doosje met snoephartjes had doorgegeven. Ze deelde altijd snoepjes uit, daar stond ze om bekend. Maar dit keer was het een doosje vol glanzend rode hartjes. Ik rook wierook en mirre.

Waar een rol pepermunt normaal gesproken aan het einde van de kerkbank weer teruggaat naar de gever, ging het doosje nu ook naar de bank voor ons. Niemand keek daarvan op, ook niet toen de hartjes de volgende en weer de volgende bank doorgingen, net zo lang tot letterlijk alle kerkgangers op een snoephartje sabbelden.

Zuster Gulhand had het glanzende doosje weer op schoot. Ik zag dat het nog vol hartjes zat. ‘Onuitputtelijke liefde’, krabbelde ik in mijn aantekeningenboekje.

Nog voordat ik mijn pen van het papier haalde, zette het orgel in, terwijl iedereen ging staan. Tot mijn verbazing hief de altijd bedrukt kijkende zuster Heidelberg haar handen omhoog. Achter haar nam broeder Strengers het immer wiebelende dochtertje van het gezin Rumoer op de arm. Zonder aarzelen stond ook ik op en zag de liedtekst van ‘Samen in de naam van Jezus’ op de muur verschijnen. Op het donkere psalmbord ernaast verscheen een streepje verfrissend ochtendlicht. Massaal (sommige gemeenteleden hand in hand, een verloste glimlach op het gezicht) galmde het bekende lied door de kleine, orthodox-gereformeerde kerk.

Toen we stopten met zingen, ging de deur naast de preekstoel open. De koster kwam binnen, droeg een groot, ruwhouten kruis de kerk in en zette het voorin. De stilte die plots inviel, kan ik moeilijk beschrijven. Wel wat daarna gebeurde.

Zwijgend liepen we met elkaar naar het kruis toe. Gemeenteleden, maar ook mensen die ik nooit eerder gezien had. Vier buurtbewoners knielden neer voor het kruis, evenals een groepje vluchtelingen die ooit in de kerk te gast waren geweest.

Als laatste liep zuster Gulhand naar voren, in haar hand het zilveren snoepdoosje. Of het een droom was wat er toen gebeurde of echt, weet ik niet. Misschien kom ik het wel nooit te weten. Maar toen zij knielde voor het houten kruis, haar handen open om te ontvangen, veranderde haar zilveren snoeptrommeltje in een glanzende schaal en beker. Er lag brood op de schaal en er zat wijn in de beker.

Daar, bij het kruis, in die kleine orthodox-gereformeerde kerk, lagen de universele tekenen van Gods onvoorwaardelijke liefde voor het grijpen voor heel de knielende, kleurrijke gemeenschap. ‘Onuitputtelijke liefde’, schreef ik opnieuw in mijn boekje. ‘Amen’, klonk het uit ieders mond.

Esther de Hek (43) is tekstschrijver, OnderWeg-columnist en lid van de CGK Utrecht-West.

022089-zesde-droom_2Kerken worden kleiner doordat jongeren eruit stappen. Volgens mij vooral omdat de meeste kerken heel erg bij het oude willen blijven, terwijl veel jongeren juist vernieuwing zoeken. De dominees preken te ‘oud’, dus meer gericht op veertig- en vijftigplussers, en de liederen blijven te traditioneel: psalmen op het orgel. Niet dat de psalmen weg moeten, maar alleen psalmen en gezangen is voor de jeugd niet genoeg. Ik droom van een kerk die meer op jongeren gericht is, door ‘jongere’ preken, andere liederen, een bandje en avonden waarop jongeren hun ei kwijt kunnen. Ik zie het om me heen te veel gebeuren dat jongeren uit de kerk stappen, omdat alles bij het oude blijft.

Roel, 19 jaar

Delen.

Over de auteur

Laat een reactie achter