Vervreemd van je land

0

Af en toe kan ik me knap vervreemd voelen van het land waar ik woon. Soms heeft dat letterlijk te maken met wat we met dat land – de grond – doen.

Het boerenland in Nederland wordt steeds grootschaliger en intensiever benut. Daarmee wordt het ook saaier. Landschapselementen worden met de grond gelijkgemaakt, natuurwaarden gaan teloor. Nieuwe snelwegen doorsnijden waardevolle natuur, steden breiden uit. We krijgen als we niet oppassen een economisch rendabel, maar akelig eentonig landschap – als dat al niet het geval is.

Drama

Recent las ik twee boeken over wat we met het boerenland doen. Het eerste was De graanrepubliek, de bestseller van Frank Westerman over Noordoost-Groningen, waar ruilverkaveling en intensivering van de landbouw eindigden in overproductie: een drama voor de boeren. Ondanks de enorme opbrengsten konden ze nauwelijks een droge boterham verdienen.

Het andere boek was Dit is mijn hof van de Vlaamse journalist Chris de Stoop. Hij beschrijft hoe Vlaamse boeren langzaam de duimschroeven kregen aangedraaid. Milieubeschermers en havenuitbreiders hadden elkaar gevonden in ontwikkelings- en natuurcompensatieplannen. De boeren trokken aan het kortste eind. Het oude boerenlandschap verdween, havens en nieuwe natuur kwamen ervoor in de plaats.

Op de achtergrond spelen gevoelens van vervreemding in beide boeken een rol. Boeren raken vervreemd van hun eigen land, als verre ambtenaren beslissen dat het onder water wordt gezet om ‘vogeltjesland’ te worden. Mensen met hart voor de natuur raken vervreemd van het kale boerenland, dat in hun ogen weinig meer is dan ‘groen asfalt’. Geen bloemetje groeit er meer, geen vogel wil er meer broeden. Kijk maar naar de dramatische neergang van de Nederlandse weidevogels.

Vlinders

Als ergens in de Bijbel mensen zich vervreemd voelden in het land waar ze leefden, dan was het wel het volk Israël in Babel, in de ballingschap. God was op afstand, het beloofde land – overvloeiend van melk en honing! – leek voor altijd verloren. Daar zaten ze, vol verlangens naar dat andere land, ver weg.

In die diepte van vervreemding komt de profeet Jeremia met een voor hen bijna stuitende opdracht: ga op deze verre plek gewoon leven met God en met mensen (Jeremia 29:4-7). Dat leven met God in tijden van vervreemding mag heel basic beginnen. Een huis bouwen, een tuin aanleggen; zorgen dat je eten verbouwt en wellicht ook een plek geeft aan planten, vlinders en vogels. Je kinderen laten huwen; dus hen goed opvoeden en een toekomst geven. Bidden voor de stad, en vast ook voor je buren. Doen wat je hand vindt om de vrede te bewaren en te laten toenemen.

Ik hoor er een duidelijke weerklank in van Genesis 1. Ook daar gaat het over een tuin (‘bomen die er aanlokkelijk uitzagen, met heerlijke vruchten’), voedsel voor de mensen (‘Ik geef jullie alle zaaddragende planten en vruchtbomen’), nakomelingen (‘wees vruchtbaar en word talrijk’) en goed omgaan met de schepselen (‘heers over de vissen van de zee, de vogels van de hemel en over alle dieren die op aarde rondkruipen’). Met al deze aardse zaken begint kennelijk het leven met God. Ben je vervreemd van de grond waar je leeft? Dan weet je wat je te doen staat. Wil je leven met God, wijd je dan toe aan de plek waar je leeft.

Wortelen

Dat is het Bijbelse principe dat ik hieruit haal: ga wortelen op de plek waar je leeft. Het land waar je woont, is niet zomaar een willekeurig stukje grond. Het verdient zorg, voor jezelf, je nakomelingen en alle andere schepselen. En als je dat doet, kom je tot je bestemming als mens – de bestemming die God je geeft. Een mooi principe, tegen alle gevoelens van vervreemding in!

Delen.

Over de auteur

Embert Messelink is zelfstandig tekstschrijver.

Laat een reactie achter