Verbondsjeuk

Bob Wielenga | 17 januari 2017
  • Blog

In het Nederlands Dagblad van 13 januari stuitte ik op de rubriek Taaltekens van Roel Sikkema. Daarin heeft hij het over woorden die irriteren. Jeukwoorden. Woorden en uitdrukkingen die ineens populair worden en overal en door iedereen worden gebruikt. Ze gaan op den duur irriteren, jeuken. Neem het woord ‘bizar’. Tien jaar terug was dat een Frans leenwoord met een specifieke betekenis. Tegenwoordig is zowat alles, en dus niets meer, bizar.

Sikkema komt met de woordgroep ‘verbinden, verbinding, verbondenheid’ als jeukwoord. Het komt overal voor, in de kerk, in de politiek, in het bedrijfsleven en in de wetenschap. We leven in een verscheurde wereld, waarin centrifugale krachten aan elkaar geknoopt moeten worden. Daarom zijn er verbinders nodig: Obama’s en geen Trumps.

Verbond

Ik ben theoloog met een speciale interesse in het Bijbelse spreken over het verbond. In het verbond gaat het over verbinden; dat is de kern ervan. Mensen die van God vervreemd leven, moeten met Hem verbonden worden. Mensen die verweesd in het leven staan, hebben verbinding nodig met andere mensen. Volken, rassen en talen die met elkaar in oorlog zijn, moeten een verbond met elkaar sluiten, willen ze elkaar niet uitroeien.

De hele Bijbelse religie wordt gekenmerkt door het verbond dat God met mensen sloot, waarin Hij alles en iedereen wil insluiten. Schrap het woord ‘verbond’ uit de Bijbel en je houdt een bundel losse teksten over. Het helpt niet echt om het woord te vervangen door een aansprekender term als relatie, omdat er dan toch echt iets wezenlijks verloren gaat.

Zeker, het gaat in het verbond, Bijbels gesproken, om een relatie, door God aangegaan. Hij nam het initiatief, lezen we al in Genesis, en dat blijft zo de hele Bijbel door. Maar mensen moeten wel op zijn aanbod ingaan, in geloof en met vertrouwen; pas dan kunnen we van een relatie spreken.

In het verbond gaat het om een publieke relatie

Een verbond heeft nog iets extra’s, iets wat het woord ‘relatie’ niet uitdrukt. Het gaat om een publiek gesloten relatie, aangegaan in een publiek ceremonieel. In het Oude Testament kwam er een offerritueel aan te pas en ook in het Nieuwe Testament was dat het geval. In de gereformeerde traditie kunnen we aan de doopbediening denken als een publiek verbondssluitingsritueel. Het verwijst naar het offer van Christus aan het kruis. Het is een met bloed bezegelde relatie, wat in de doop symbolisch wordt weergegeven.

In het verbond gaat het om een publieke relatie. Ze kan met een huwelijk vergeleken worden, zoals we in Hosea lezen. Een huwelijk is niet slechts een relatie (die is er ook al als we ongehuwd gaan samenwonen), nee, een huwelijk wordt op het stadhuis gesloten – iets waarvan de betekenis tegenwoordig ook uit het kerkelijke woordenboek wordt geschrapt.

Duidelijk is dat de verbinding met God verbondenheid met medemensen insluit. Het eerste kan niet zonder het tweede. Natuurlijk hebben we verbinders nodig. In de kerk in de eerste plaats. Wat Paulus ook allemaal deed, hij was ook een verbinder in al die kerken die hij stichtte en diende. Hij verbond mensen met God en met elkaar.

Verbinding is een begrip met een hoog Bijbels-theologisch gehalte. Het is een kernbegrip in de pastorale praktijk. Als dat woord gaat jeuken, irriteren, en we zouden daaraan toegeven, dan gaat er meer dan een woord verloren. Het gevaar dreigt dat we een stuk Bijbels onderricht kwijtraken, met onherstelbare geestelijke schade als gevolg.

Verbondstheologie

Ik begrijp die geestelijke jeuk wel, als het verbond ter sprake komt. In Duitsland had iemand het eens over ‘Bundesinflation’. De markt was overvoerd met literatuur over het verbond, vooral na de ontdekking van oude, oosterse vazalverdragen. Op een gegeven moment was het op. De rek was eruit. We werden moe van die eindeloze verhalen over die vazalverdragen. Wat we er ook van konden leren, er werd een grens bereikt. Verbondsinflatie was het gevolg. De hele woordgroep ging jeuken. Geestelijke irritatie maakte blind voor het Bijbelse spreken over het verbond.

Hetzelfde overkwam ons als gevolg van de klassiek-gereformeerde verbondstheologie in de scholastieke traditie van de na-reformatorische gereformeerde orthodoxie. Verbond en verkiezing werden helemaal in elkaar gevouwen, met allerlei zeer verfijnde onderscheidingen van een hoog intellectualistisch gehalte.

Er staat iets op het spel wat het hart van de Bijbelse religie raakt

Ik noem als voorbeeld de ontwikkeling van het vredesverbond, het pactum salutis. Het was een concept dat na sluiting van de Synode van Dordrecht 1618-19 ontwikkeld werd, waarschijnlijk uit pastorale motieven. Al in de eeuwige raad van God was er een verbond, waarin God drie-enig het eeuwige lot van de mensheid geregeld had. Er werd soms regelrecht in koopmanstaal over dat verbond gesproken. Alsof het verbond een soort juridisch contract was. Er is geen spoor van Bijbelse ondersteuning voor deze speculatieve theologie. Verbondsinflatie was het gevolg.

Een uitloper van deze scholastieke verbondstheologie komen we tegen in de strijd om de doop in de ongedeelde Gereformeerde Kerken, die uitliep op de Vrijmaking van 1944. Het woord ‘verbond’ viel daarna in de GKv te pas en te onpas. Ik herinner me uit mijn jeugd talloze preken en artikelen die overal het verbond bijhaalden. Verbondsgod, verbondskinderen, verbondsmaaltijd… Er was zelfs een Politiek Verbond. Hoeveel waars er ook in al die betogen en verhalen zat – en ik onderstreep dit – op een gegeven moment slaat verbondsinflatie toe. Verbondsjeuk, in moderner jargon.

Laten we zuiniger omgaan met het woord ‘verbond’ en de zaak waarvoor de hele woordgroep staat. Er staat hier wel iets op het spel wat het hart van de Bijbelse religie raakt. Verbond, verbinden, verbinder, verbondenheid: in de kerk kunnen we niet zonder, en in de samenleving niet minder.

Over de auteur
Bob Wielenga

Ds. Bob Wielenga is emeritus predikant van de NGK Kampen en woonachtig in Zuid-Afrika.

Meest gelezen

Het publieke spreken van de NGK tegenover radicaal-rechts

Het publieke spreken van de NGK tegenover radicaal-rechts

George Harinck
  • Verdieping

De Raad van Kerken heeft in april van dit jaar het rapport ‘De weg van discipelschap. De omgang van de kerken met radicaal-rechts gedachtegoed’ gepubliceerd. Daarmee beweegt de raad zich in het spanningsveld van kerk en politiek. Hoe deden kerken dat in het verleden en hoe moeten we in dat licht dit rapport bezien? Deze vraag is mede interessant omdat de Nederlandse Gereformeerde Kerken (NGK) sinds 2025 lid zijn van deze raad. 

Lees artikel
Trouw en gedeelde pijn – gemeente-zijn na een fusie

Trouw en gedeelde pijn – gemeente-zijn na een fusie

Cors Visser
  • Alphen tot Ommen
  • Kerkelijk leven

Een bescheiden, trouwe gemeente met een gedeelde pijn en gedeeld verlangen om kerk te zijn in het dorp; dat is de NGK in IJsselmuiden. Het dorp kijkt uit over de IJssel naar wat ooit het gereformeerde Mekka was: Kampen. 

Lees artikel
Misschien heeft men in deze streken geen ontzag voor God…

Misschien heeft men in deze streken geen ontzag voor God…

Jos Colijn
  • Leespreek

Deze preek van dr. Jos Colijn (tot voor kort werkzaam als universitair docent Interculturele theologie aan de Theologische Universiteit in Utrecht) heeft een spannend onderwerp dat de gemoederen verhit: migratie. Aan de hand van het Bijbelse verhaal over Abraham en Sara die in Gerar een veilig heenkomen zoeken, laat Colijn zien dat er geen gemakkelijke antwoorden zijn als het over migratie gaat. Nee, Genesis 20 gaat niet over onze migratieproblematiek, maar er valt wel veel te leren over onze positie als vreemdeling op aarde en de manier waarop we omgaan met vreemdelingen bij ons in de straat.

Lees artikel
Wat doe jij hier?

Wat doe jij hier?

Gayle Doornbos
  • Column

Tijdens mijn eerste twee jaar aan Dordt University – de christelijke universiteit in Iowa waaraan ik doceer – begroette een van mijn collega’s van de vakgroep theologie mij met de vraag: ‘Gayle, wat doe jij hier?’ Aanvankelijk vond ik die vraag vreemd, omdat het antwoord voor de hand lag. Ik was aan Dordt University om dezelfde dingen te doen als hij: lesgeven, schrijven, studenten begeleiden en commissievergaderingen bijwonen. Maar toen ik besefte dat deze vraag zijn eigenzinnige manier was om ‘hallo’ tegen mij te zeggen, begon ik die vraag te koesteren. Zijn begroeting werd voor mij een moment om stil te staan bij wat mijn werk werkelijk betekent: niet zomaar de taken van de dag, maar leven met en voor mijn gemeenschap, in een wereld die, ondanks alle pijn, leeft van Gods genade.

Lees artikel

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief