De rust is ver te zoeken – waarom toch?

0

Jezus belooft ons rust als we vermoeid en belast tot Hem komen en zijn juk op ons nemen. Een juk dat niet hard en zwaar is, maar zacht en licht. Maar de rust is tegenwoordig ver te zoeken, ook onder al die mensen die Jezus willen volgen. Hoe komt dat toch? Een antwoord vanuit de psychologie, steeds ook weer terugkerend naar de grazige weiden en stille wateren van het Woord.

Alle prikkels om ons heen leiden tot permante onrust en een onvermogen om werkelijk rust te vinden. (beeld Isaeva Anna/Shutterstock)

Alle prikkels om ons heen leiden tot permante onrust en een onvermogen om werkelijk rust te vinden. (beeld Isaeva Anna/Shutterstock)

Elke dag worden we aan een enorme hoeveelheid prikkels blootgesteld. Ons brein is daar zelfs min of meer verslaafd aan geraakt; als het een poosje rustig is om ons heen, worden we vanbinnen al snel gejaagd. Ons brein vraagt om nieuwe prikkels.

Vergelijk het met een verslaving aan zoetigheid. Het brein geeft dan steeds weer een krachtig signaal af om op zoek te gaan naar nieuwe etenswaar. Maar zo slecht als al die suiker voor ons is, zo slecht zijn al die prikkels voor ons. Het leidt tot permante onrust en een onvermogen om werkelijk rust te vinden. De moderne mens verdraagt geen rust meer. Wat voor een eetverslaafde een gevulde koelkast is, is voor de prikkelverslaafde zijn telefoon: letterlijk een wereld aan prikkels binnen handbereik.

‘Rusteloos blijft ons hart totdat het zijn rust vindt in U.’ Mooie woorden van Augustinus. Maar wie kan die rust nog verdragen, gesteld dat hij die vindt?

Ademhaling

Vaak mist het zoeken naar prikkels een focus. We waaieren met onze gedachten alle kanten op. Voor postmoderne mensen is alles ongeveer even belangrijk. Dat is het gevolg van het verdwijnen van een besef van het heilige, van eerbied.

Eerbied brengt vanzelf stilte en aandacht met zich mee. Niets creëert zo veel rust als de volledige gerichtheid van het hart op God. Dan verandert divergeren in convergeren. We krijgen een focus, een doel en worden bevrijd van de enorme kakofonie aan prikkels. Er ontstaat harmonie, rust. Het verlangen naar die gerichtheid van het hart klinkt prachtig door in Psalm 86:6: ‘Neig mijn hart en voeg het saam tot de vrees van uwen naam’ (berijming 1773).

Wat voor een eetverslaafde een gevulde koelkast is, is voor de prikkelverslaafde zijn telefoon

De enorme vraag naar trainingen in mindfulness heeft alles met dit verlangen naar innerlijke rust te maken. Mindfulnessoefeningen draaien om het richten van de aandacht, vaak op de ademhaling, waarbij gedachten en gevoelens die voorbijkomen wel worden opgemerkt, maar niet meer worden gevolgd. Iedere keer dat iemand afdwaalt, leidt hij zijn aandacht op een vriendelijke manier terug naar het ankerpunt, bijvoorbeeld de ademhaling. Daarbij wordt niet geoordeeld over wat zich in de binnenwereld aandient. Wie voortdurend boos wordt op zichzelf, vindt geen rust. Een mooie christelijke variant hiervan is dat we ons richten op Christus en alle gedachten die ons afleiden bij Hem brengen, naar het advies van Paulus in 2 Korintiërs 5:5.

Inlegkunde

Niet alleen structurele overprikkeling leidt tot onrust, ook onze neiging tot oordelen. De klassieke cognitieve gedragstherapie kent de empirische stroming van Aaron Beck en de filosofische van Albert Ellis. Zou je met je onrust bij Beck aangeklopt hebben, dan zou hij gevraagd hebben waarover je je dan precies zo druk maakt of wat je rust in de weg staat. Stel dat je antwoord is dat je nog zo veel moet doen en voortdurend achter jezelf aanloopt, dan zou Beck doorvragen: Wat moet je allemaal doen? Van wie moet dat? Waar baseer je op dat je niets mag overslaan of dat het allemaal even precies en zorgvuldig moet? En wordt je baas echt boos als je aangeeft dat je voor een bepaalde taak geen tijd hebt? Beck zou ons met andere woorden graag het verschil uitleggen tussen observaties en interpretaties.

Wij vullen voortdurend van alles voor elkaar in. We denken dat anderen kritiek op ons hebben of bepaalde dingen van ons verwachten, maar we kunnen de gedachten van anderen niet lezen. Bij navraag blijkt vaak dat we het toch bij het verkeerde eind hadden. Hoeveel onrust zou ons bespaard blijven als we simpelweg stoppen met deze inlegkunde en ons beperken tot observaties: datgene wat de ander werkelijk zegt en doet.

We kunnen vaak geen wijs worden uit Gods leiding in ons leven, en toch heeft elke draad zijn betekenis

Albert Ellis gaat nog een stap verder. Hij richt zijn pijlen niet op onze interpretaties van het gedrag van anderen, maar op de manier waarop we daarover oordelen. In het geval van de baas die boos zou kunnen worden is de aanpak van Ellis rustgevend. Niet omdat hij ons duidelijk maakt dat dit misschien wel niet gebeuren zal, maar omdat hij dit eventuele boos worden relativeert. Wie vindt dat niemand boos op hem mag zijn, zal heel onrustig worden van het idee dat hij door zijn gedrag mogelijk die boosheid uitlokt. Wie geleerd heeft dat het weliswaar vervelend is dat een ander boos wordt, maar geen ramp, zal veel rustiger blijven.

Die relatieve onverschilligheid ten aanzien van het oordeel van een ander over ons gedrag vinden we ook bij Paulus in 1 Korintiërs 3:3. Tim Keller werkt dit op een rustgevende manier uit in zijn boek Bevrijd van jezelf. Paulus zegt niet alleen dat het hem weinig uitmaakt hoe een ander over hem denkt, maar ook dat hij zichzelf niet oordeelt, maar het oordeel over zijn doen en laten aan God overlaat.

Betaalpas

Onlangs sprak ik een vrouw die net haar zwager verloren had. Hij was een aangenaam, rustig en vriendelijk mens. Toen hem ooit werd gevraagd wat het geheim was van zijn kalme aanwezigheid, antwoordde hij: ‘Bij alles wat gebeurt, hoe naar en vervelend ook, denk ik altijd: het is zoals het is.’

Misschien is dit wel het belangrijkste recept voor rust. Veel mensen besteden driekwart van hun energie aan het piekeren over gemaakte fouten uit het verleden, over wat anderen in hun ogen niet goed gedaan hebben of over vervelende omstandigheden. Rustgevende activiteiten, zoals een vakantie, geven daardoor soms meer stress dan ontspanning. De reden: mensen winden zich op over het slechte weer, het tegenvallende huisje of het drukke verkeer. Deze mensen richten zich almaar op hoe het had kunnen zijn en niet op hoe het is. Ze laten zich leven door het ideaal in plaats van door de werkelijkheid. Het glas is halfleeg, niet halfvol.

Richt je op Christus en breng alle gedachten die je afleiden bij Hem, naar het advies van Paulus in 2 Korintiërs 5:5. (beeld Isaeva Anna/Shutterstock)

Richt je op Christus en breng alle gedachten die je afleiden bij Hem, naar het advies van Paulus in 2 Korintiërs 5:5. (beeld Isaeva Anna/Shutterstock)

Het lijkt zo’n simpele uitspraak: het is zoals het is. Daarachter schuilt echter een optimum aan realiteitszin: het weten dat de dingen gebeuren omdat er aan voldoende voorwaarden is voldaan om ze te laten gebeuren.

Als ik er in de winkel achter kom dat ik mijn betaalpas vergeten heb, kan ik me daar heel druk om maken. Hoe kon ik zo dom zijn? Maar ik realiseer me dan te weinig dat het feit dat ik mijn pas vergeten heb de volstrekt logische en noodzakelijke uitkomst is van een optelsom van factoren, bijvoorbeeld het feit dat ik moe was, dat ik aan iets anders liep te denken of dat ik mijn portemonnee wel bij me had, maar vergeten had mijn pas er weer in te stoppen. Als ik die oorzakelijke factoren ken, helpt dat om in de toekomst die fout niet meer te maken. Ik zou bijvoorbeeld een briefje bij mijn voordeur kunnen hangen waarop ik een paar zaken zet die ik altijd bij me wil hebben. Maak ik diezelfde fout in de toekomst weer – bijvoorbeeld omdat ik door de achterdeur ben weggegaan – dan heeft het geen zin om gestresst of boos te worden, maar kan ik beter bedenken of er een manier is om het in de toekomst te voorkomen. Misschien ook een briefje bij de achterdeur?

Het geeft veel rust, of misschien vooral berusting, als we de werkelijkheid van anderen en onszelf kunnen accepteren. Als ik ergens teleurgesteld over ben, kan ik me afvragen of ik die situatie gemakkelijk kan veranderen. Als dat zo is, kan ik dat uiteraard doen (heb je last van tocht, dan kun je een raam dichtdoen). Maar als dat niet zo is, kan ik de situatie beter accepteren. Rustgevende wijsheid is dat we het verschil kennen tussen wat wel en wat niet veranderbaar is.

Borduurwerk

Ook veel niet-christenen vinden troost in de filosofie dat het is zoals het is. Zij geloven in een blind noodlot. Het kwaad treft hierin toevalsgewijs ieder mens. Louis Couperus zei in dit verband eens dat zijn fatalisme hem ‘eerder een wijsgerige troost was geweest dan een naar het verderf slepende, boze macht’.

Als een atheïst rust kan vinden in een stoïcijns fatalisme, hoeveel te meer zou een christen dan rust kunnen vinden in het geloof dat alle dingen hem worden toegeschikt door zijn hemelse Vader. Wie Zondag 1 van de Heidelbergse Catechismus, het troostboek van de kerk, tot zijn kompas maakt, weet dat zijn leven geleid wordt door zijn hemelse Vader, die het roer stevig in handen heeft, en dat alles mee zal werken ten goede. Geen blind noodlot dus, maar een Vader met wijdgeopende ogen, die precies weet wat nodig is om ook jou aan het beeld van zijn Zoon gelijk te maken.

Als er dan veel op je afkomt dat zeer doet, vind je rust in de wetenschap dat het niet toevallig gebeurt, maar tot jouw nut, jouw heil. Met de woorden van een oud lied: ‘Wat God doet, dat is welgedaan. Zijn wil is wijs en heilig. ‘k Zal aan zijn hand vertrouwend gaan. Die hand geleidt mij veilig.’

Een borduurwerk is hiervan een prachtige illustratie. De zwaarbeproefde Corrie ten Boom trok er de wereld mee rond. Eerst liet ze de achterkant zien: een wirwar van draden, waaraan niet te zien was wat het voorstelde. Dan liet ze de voorkant zien: een prachtige kroon. Zo is het met ons leven. We kunnen vaak geen wijs worden uit Gods leiding in ons leven. En toch heeft elke draad zijn betekenis, ook die zwarte draden.

Diepste schreeuw

Rust vinden heeft alles te maken met overgave. Denk aan een klein kind dat veel energie verliest aan het tegenspartelen als het iets moet doen wat het niet wil. Zo spartelen wij ook nogal eens tegen. Waarom? Omdat we ons niet kunnen voorstellen dat ons leven werkelijk zin heeft en werkelijk geleid wordt. Veel mensen ervaren stress als het meezit, omdat ze bang zijn dat het elk moment weer fout kan gaan, en evenzo als het tegenzit, omdat ze denken dat ze iets heel erg fout doen, anders zouden ze wel gelukkig zijn.

De christenpsycholoog Larry Crabb geeft in zijn boek Gebroken dromen een rustgevende visie op moeite en tegenslag in je leven: dit betekent niet dat God zich niet met je bemoeit of dat zijn zorg tekortschiet. Crabb citeert Luther, die ergens schrijft: ‘We zullen Christus pas zien als onze beste Vriend, als de Bron van alle werkelijke goedheid, als de Ene die zorgt voor de hoogste vreugde voor onze zielen, als we onszelf aan Hem overgeven. En tot volledige overgave, echt vertrouwen, komt het zelden als we niet God ontmoeten tijdens gebroken dromen, en in onze gebrokenheid Hem als het enige en overvloedige antwoord zien op de diepste schreeuw van onze ziel.’

Het gaat er niet om dat we hier de wind mee hebben of dat we ons goed en gelukkig voelen. Het gaat erom dat we ‘dwars door gebroken dromen heen de hoogste vreugde gaan vinden in de ontmoeting met Christus’.

Dan zijn we weer terug bij het begin, want de ontmoeting waar Luther het over heeft, is de ontmoeting met degene die rust belooft als we tot Hem komen. Jezus wist waar de rust te vinden was: bij zijn Vader. Steeds weer zocht Hij stille plaatsen op, om daar in alle rust met zijn Vader te kunnen spreken. Hij leefde volkomen in het ritme van de schepping. Zes dagen deed Hij zijn werk en de zevende nam Hij rust. Maar niet door alle sabbatswetten van de farizeeën in acht te nemen. Hij wandelde door het veld en plukte aren, luisterde en sprak in de synagoge, liet zich omringen door zijn vrienden en schroomde niet om goed te doen en te genezen waar het kon. De sabbat is er voor de mens, niet de mens voor de sabbat.

Venster

Zonder afwisseling van inspanning en ontspanning raken we uitgeput. De 24-uurseconomie staat echter haaks op dit gegeven. Er is zelfs een therapie voor mensen met burn-outklachten die zich volledig hierop richt: neem je pauzes overdag in acht, zorg voor vaste eetmomenten en neem daar de tijd voor, laat het werk ’s avonds los, zorg voor vrije avonden en vrije dagen, wees niet altijd en overal bereikbaar. Laat op inspanning steeds weer ontspanning volgen.

Wat ook waar blijft: we leven hier uiteindelijk niet in het land van de rust. De sabbat is dan ook vooral een venster dat ons een blik verschaft op de eeuwige rust. Want er blijft een rust over voor het volk van God (Hebreeën 4:9), voor hen die aan Jezus’ uitnodiging gevolg gaven. Zij volgen een herder van wie ze zingend geloven: ‘Hij zal mij geleiden naar grazige weiden. Hij voert mij al zachtkens aan waat’ren der rust.’

Leestips

Kees Roest, Niets moet, alles mag. Praktische handleiding voor gezond denken en zelfvertrouwen, Zoetermeer (Boekencentrum), 2016 (twaalfde herziene druk).

Larry Crabb, Gebroken dromen, Vaassen (Medema), 2003.

Rick Timmermans, Hunkeren naar rust. Pelgrimeren door de regel van Benedictus, Utrecht (Ten Have), 2011.

Wil Derkse, Een levensregel voor beginners. Benedictijnse spiritualiteit voor het dagelijks leven, Houten (Lannoo), 2004.

Carianne Ros, Rust. In drie maanden minder stress in je leven, Amsterdam (Buijten & Schipperheijn), 2012.

Jac. Kruidhof, Rust vinden in de samenleving van sabbat en avondmaal, Bedum (Woord en Wereld), 2009.

Tim Keller, Bevrijd van jezelf, Franeker (Van Wijnen), 2012.

Philip Troost, Mindful met Jezus, Kampen (Kok), 2013.

Webtips

www.dailyverses.net/nl/rust
Tien Bijbelteksten over rust.

www.mirjamvandervegt.nl
Op de website van ‘stiltecoach’ Mirjam van der Vegt kun je onder de knoppen ‘Mirjams leestafel’ en ‘Winkel’ al het materiaal vinden dat zij geschreven heeft en aanbiedt.

Delen.

Over de auteur

Kees Roest is klinisch psycholoog, psychotherapeut, gezondheidszorgpsycholoog en cognitief gedragstherapeut. Hij schreef onder meer Niets moet, alles mag en Tijd maken.

Reacties zijn gesloten.