Lezersbijdragen rond rust

0

Wat betekent rust voor de lezers van OnderWeg? Op deze pagina een selectie inzendingen rond het thema.


Dingeman van Wijnen zond een fragment uit Duizendmaal dank van Ann Voskamp in:

Haast. Haastig op weg naar het volgende zonder dat wat voor me ligt echt gedaan te hebben. Ik kan geen enkel voordeel bedenken dat ik ooit heb behaald door gehaast zijn. Maar wel duizend dingen die ik kapotgemaakt heb, gemist heb, tienduizend, als gevolg van al dat hollen en vliegen… Door al die haast dacht ik dat ik tijd inhaalde. Maar wat ik deed, was tijd weggooien.

031423 Lezersbijdragen_1Met al die haast, als olifanten in een porseleinkast, slaan we ons eigen leven aan gruzelementen.

Haast zit ernaast.

En ik stond even stil (…) en ik hoor nog meer woorden, van een andere zoekende vrouw: ‘Op elk niveau van het leven, van het huishouden tot de hoogte van het gebed, in alle pogingen om dingen voor elkaar te krijgen, zijn haast en ongeduld de duidelijkste merktekenen van de amateur.’

Ik boen over de schaal en probeer de spijt weg te poetsen van mijn eigen leven als amateur. Want zo heb ik geleefd. Vanaf het moment dat de wekker gaat en ik wakker word op mijn kussen tegen het zijne, me uitstrek over zijn blote rug en naar die genadeloze wijzers kijk. De tijd, altijd die tijd, ik ben een amateur die probeert de tijd te verslaan. De zes kinderen worden wakker. De race begint. De stal… snel. Ontbijt… snel. De boeken, de schriften, snel! In een wereld verslaafd aan snelheid, verdoezel ik de momenten tot één grote, onheilige veeg. Ik deed het. Ik doe het nog steeds. De wijzers van de klok zijn harde meesters. En dus duw ik hard en brom ik hard en val ik hard uit en als hun grote ogen zich vullen met verdriet en hun lippen trillen, dan ben ik moe en weerspiegelt mijn dunne huid hun vermoeidheid, mijn glanzende ogen hun zelfde pijn.
Haast doet ons zeer.

En misschien drijft die pijn ons wel voort. Al dat gejakker, schijnbaar op weg naar iets, kan het ook zijn dat we in werkelijkheid op de vlucht zijn – wanhopig proberen te ontsnappen aan de pijn die ons achtervolgt?

Welk tempo we ook aanhouden, de tijd houdt het wel bij en we kunnen haar niet ontlopen, alleen nog maar harder gaan en harder draven; de minuten gaan even hard mee. Race nog harder en precies op tijd zul je knappen en leeglopen. Hoe langer ik doordraaf, hoe groter de scheur en ik bloed dood.

Haast maakt onze ziel leeg, altijd.

En het zijn die zes zielen die ik liefheb, die daar onder die sparren, daar buiten. Twaalf armen die dennenappels rapen. Twaalf gebogen knieën. De armen van de Jongens-Man harken een berg gras bij elkaar, resten van de winter. Het Grote-Meisje duwt verwaaide blonde lokken van Kleintje terug onder haar voorjaarshoed. Twee kleine jongens bukken om dennenappels in de emmer te gooien, ze stoten voor de grap met hun hoofden tegen elkaar en ik zie de lichte lach op hun gezicht, hun schouders die schudden van plezier. En o, ik ken het geluid en ik lach mee.

De roestige pan waar ik de chocola in gesmolten heb glijdt van de vloer. Ik raap hem op en zie hem wegzinken in de gootsteen.

Ik spreek het uit tegenover God: ik wil niet echt meer tijd; ik wil gewoon genoeg tijd. Tijd om diep adem te halen en tijd om echt te kijken en tijd om vrijuit te lachen, tijd om U eer te geven en diep uit te rusten en vreugde te zingen en net genoeg tijd op een dag om me niet opgejaagd te voelen, onder druk gezet, opgedreven, gekgemaakt om alles af te krijgen – gisteren.

In een wereld waarin koeien moeten worden gekocht en maïsvelden moeten worden bekeken en werk gedaan moet worden, in het geknipper en geflakker van de eenentwintigste eeuw, met zijn rondzingende stelregel ‘leef het moment’, maar niemand van de wervelvermoeide stervelingen lijkt te weten hoe dat moet, wie weet er in die wereld hoe je tijd moet maken en ziel en lichaam en God allemaal op een rijtje moet houden? Tijd om je jas van de kapstok te plukken en tijd om eruit te gaan, er op uit richting lucht en groen en tijd voor verwondering over dat alles in al dat licht, die tijd die breekt in een prisma.
Ik wil gewoon de tijd om dit ene leven goed te leven.

Een zeepbel knapt tegen mijn huid.

Ann Voskamp, Duizendmaal dank. Zoek het ware leven waar het te vinden is: vlak voor je neus, Franeker (Van Wijnen), 2012.


Arjan Minnema uit Baflo schreef een haiku in een Groningse setting:

de rust van het Wad
haalt de onrust van het hart
uit bevende grond

Paesens-Moddergat, Friesland, NL Achter de zeedijk 080510 2028 CEST

(beeld Wutsje/Wikimedia Commons)


Ellen Postma maakte een foto rond het thema. Ter toelichting schrijft ze:

Rust is voor mij een hartsgesteldheid. Ik heb innerlijke rust als ik in mijn hart weet dat ik het leven leef dat God voor mij bestemd heeft, en dat Hij mij helpt met zijn Geest. Dan straalt Gods licht door mij heen naar anderen toe. Ook tijdens zware, donkere en moeilijke tijden is God beschermend om mij heen.

031423 Lezersbijdragen_3


Dirk Jan van Veelen denkt bij rust onder meer aan het boek Gebed als ontmoeting van Anselm Grün. ‘Het heeft mij geholpen om meer rust te vinden in mijn gebed.’ Ook denkt hij aan de film De grote stilte, waarin niet gesproken wordt, en het boekje Tien geboden voor innerlijke rust van Lisette Thooft.

031423 Lezersbijdragen_4

 

Delen.

Over de auteur

Reacties zijn gesloten.