In de kerk zijn we allemaal hulpbehoevend

Bram Beute | 14 oktober 2017
  • Opinie

Hulp vragen is niet makkelijk. Je voelt je dan kwetsbaar en zwak. Dus doen we ons vaak sterker voor dan we zijn. Wat mooi dat we dat in de kerk niet hoeven te doen. Daar zijn we immers allemaal hulpbehoevend: we moeten allemaal gered worden.

Ik hoorde ooit het verhaal van een man die op de één of andere manier zijn auto had dichtgegooid met de sleutel erin. Dat was nog uit de tijd voor de centrale vergrendeling en afstandsbediening. Tegelijk met het dichtgooien van de deur kwam ook zijn jas klem te zitten en wel zo dat hij hem niet kon uittrekken. Hij zat letterlijk vast aan zijn auto. Hij voelde zich er behoorlijk stom over. En dus kon hij zichzelf er niet toe zetten om hulp te vragen. Telkens als er iemand voorbijkwam, deed hij net of er niets aan de hand was. Zelfs als iemand vroeg of hij hulp nodig had, zei hij dat alles in orde was. Dat hield hij uren vol, totdat iemand het verdacht begon te vinden en de politie waarschuwde.

Hoewel dit verhaal vrij extreem is, is het patroon waarschijnlijk voor veel mensen wel herkenbaar. Hulp vragen is niet gemakkelijk, ook niet als je echt hulp nodig hebt. Als je om hulp vraagt, moet je iets van je zwakte en kwetsbaarheid laten zien en dat roept al gauw gevoelens van schaamte op.

Ik vind het daarom bijzonder dat we in onze kerken vrijwel elke kerkdienst beginnen met de woorden: ‘Onze hulp is in de naam van de HEER.’ We zetten onszelf direct neer als hulpbehoevende mensen. Dat we hulpbehoevend zijn, blijkt ook uit het vervolg van de kerkdienst: we belijden samen en persoonlijk onze zonden; we vieren (soms) avondmaal, waarmee we laten zien dat we alleen door Jezus’ dood nog kunnen leven; we zingen in liederen dat we zonder God en zonder Jezus Christus nergens zouden zijn; en in ons gebed leggen we onze nood bij God neer.

Ongemakkelijk

Tegelijk moet ik toegeven dat ik het niet altijd zo beleef en beleefd heb. Soms voel ik me bij het zingen in de kerk ongemakkelijk. Als we van die psalmen en liederen zingen waarin het gaat over de ‘diepten van ellende’ en ‘de ganse nacht wenen’, of als we zingen: ‘help mij haastig, red mijn leven’, dan denk ik soms: nou ja, zo erg is het nu ook weer niet. En ik denk dat ik het ‘onze hulp’ aan het begin van de kerkdienst onbewust nogal eens vertaald heb als: fijn dat God er is als ik hulp nodig heb. God als een verzekering voor moeilijke tijden, die wellicht nog komen.

Soms denk ik: nou ja, zo erg is het nu ook weer niet

Ik ben niet de enige in de kerk die de neiging heeft om zichzelf niet vanzelfsprekend te scharen onder degenen die hulp nodig hebben. Vaak wordt er in de kerk gebeden voor de zieken, de mensen die eenzaam zijn, enzovoort. Ik doe dat als voorganger niet of nauwelijks meer. Ik wil niet doen alsof zieken een uitzonderlijke groep vormen in een kerk met vooral gezonde mensen, of suggereren dat de meesten van ons natuurlijk niet eenzaam zijn, maar een enkele zieligerd wel. Meestal zoek ik naar formuleringen als: ‘wij bidden U als we ziek zijn’, of: ‘we bidden U als we ons eenzaam voelen’, enzovoort. En ik bid vaak net zo nadrukkelijk voor ons als we gezond zijn, rijk zijn of een druk sociaal leven hebben. Volgens de waarden van het koninkrijk loop je dan namelijk eerder het gevaar dat je uit het oog verliest waar het werkelijk om gaat.

Jezus zelf sprak uit dat het slecht zou aflopen met de rijken en de mensen die lachen (Lucas 6:24-26). De armen en de mensen met verdriet prees Hij daarentegen gelukkig (Lucas 6:20-23). Hij is niet gekomen voor de rechtvaardigen, maar voor de zondaars (Lucas 5:31-32). Mensen die hulp aanvaarden zijn welkom in zijn nieuwe wereld. Hij roept zijn leerlingen dan ook op om als een kind te worden. Want wie niet als een kind het koninkrijk van God ontvangt, kan het koninkrijk niet binnengaan (Lucas 18:17; vertaling NBG1951). Dat kunnen kinderen: ontvangen, hulp aanvaarden. Al roepen ze af en toe nog zo hard: ‘Zelf doen!’, ze weten heel goed dat ze heel veel dingen niet zelf kunnen en vinden dat ook niet erg.

Bijzondere plek

Ook al beleven we het niet altijd zo en vergeten we het in de praktijk nogal eens, toch is de kerk een gemeenschap van hulpbehoevende mensen. Als zodanig kan ze een bijzondere plek innemen in de samenleving. De kerk is een gemeenschap van mensen die leren dat ze niet hun eigen leven vorm moeten kunnen geven om gelukkig te worden.

Mensen die hulp aanvaarden zijn welkom in Gods nieuwe wereld

De suggestie dat we ons eigen leven kunnen (en misschien ook wel moeten) vormgeven, wekken we als mensen in de moderne tijd wel voortdurend. Het meest duidelijke voorbeeld is waarschijnlijk Facebook, waar veel mensen hun vrienden en ‘vrienden’ vooral laten zien hoe geslaagd hun leven is. Leuk dat zij zich zo laten zien, maar als het bij jou allemaal wat minder gaat, voel je je nog verder in de put zakken: iedereen heeft een leuk leven, behalve jij. In zo’n Facebooksamenleving is er behoefte aan een plek waar je kwetsbaar en veilig kunt zijn.

Niet perfect

Renate Dorrestein vertelt in haar roman Weerwater over een stad die afgesloten is van de rest van de wereld en waar langzamerhand alle technologische verworvenheden van de moderne tijd verdwijnen. Op zeker moment constateert een voormalige crimineel dat er niemand meer een einde aan zijn of haar leven maakt. Hij legt uit: ‘Het heeft één groot voordeel om in een wereld te leven die niet perfect is: je hoeft zelf ook niet volmaakt te zijn. Hier heeft niemand het gevoel dat je een loser bent als je ergens geen succes van weet te maken. Hier word je niet depressief als je de uitzondering bent die het niet redt, want niemand redt het hier’ (pagina 226). Dat is een mooie typering van de kerk: niemand redt het hier. We moeten allemaal gered worden.

Over de auteur
Bram Beute

Bram Beute is redacteur van OnderWeg en voorganger van Oase voor Nieuw-West en De Bron in Amsterdam Nieuw-West.

Meest gelezen

Waarom het begin van Genesis ook over geschiedenis gaat

Waarom het begin van Genesis ook over geschiedenis gaat

Koert van Bekkum
  • Verdieping

Verwijst het begin van Genesis naar dingen die zijn gebeurd? Of spreken de hoofdstukken vooral over ons menselijk bestaan als zodanig, en over hoe God redt? Het laatste natuurlijk, aldus ds. Ulbe van der Meer afgelopen mei in dit blad. Laten we het profetisch-symbolische karakter van het paradijsverhaal omarmen. Dan zijn we af van ingewikkelde discussies over historiciteit, leren mensen hoe mooi en krachtig de Bijbel spreekt, en werpen we geen onnodige drempels op voor jongeren en buitenstaanders. 

Lees artikel
Waarom in het kerkblad Onderweg mag klinken dat de slang in het paradijs niet sprak

Waarom in het kerkblad Onderweg mag klinken dat de slang in het paradijs niet sprak

Redactie
  • Redactioneel

Er is alle reden om binnen de Nederlandse Gereformeerde Kerken van gedachten te wisselen over hoe je het begin van Genesis leest en welke plek de zondeval daarin inneemt. Reina Wiskerke besprak in haar column het opinieartikel van dominee Ulbe van der Meer over Genesis 3 (ND 6 juni, link). Ze vroeg zich daarin af waarom Onderweg, maandblad voor de Nederlandse Gereformeerde Kerken (NGK), zijn opvatting ‘dropt’ bij de lezers, zonder reflectie op de noodzakelijkheid, reikwijdte en consequentie van zijn opvatting.

Lees artikel
Kerknieuws juni 2026

Kerknieuws juni 2026

Redactie
  • Kerknieuws

Op 15 mei is ds. Johannes Theodoor Jonkman overleden. Hij werd op 13 januari 1950 geboren in Groningen en studeerde theologie in Kampen. In 1983 werd hij door GKv Drachten Zuid-Oost uitgezonden als zendingspredikant naar Kalimantan Barat (Indonesië). In 2000 werd hij gemeentepredikant in NGK Hardenberg-Centrum, waar hij vanaf 2015 aan verbonden was als emerituspredikant. De NGK Hardenberg-Centrum telt ruim 550 leden. Binnenkort verschijnt op onderwegonline.nl een in memoriam over ds. Jonkman.

Lees artikel
Professorsprofiel: Myriam Klinker-de Klerck

Professorsprofiel: Myriam Klinker-de Klerck

Lyanne De Haan-Wilts
  • Kerkelijk leven
  • Professorsprofiel

Ik ontmoet Myriam digitaal. Haar vakantie is net voorbij en dat is te zien, ze kijkt ontspannen met een kop thee de camera in. Toch geeft ze aan dat vakantie iets ingewikkelds heeft. Het leven als hoogleraar is gefragmenteerd en kent een permanente druk. De rust die vakantie brengt is elke keer weer even wennen. De adrenaline van haar dagelijks leven moet eruit en ze vindt het lastig om geen grip op zaken te hebben. Tegelijk hoopt ze dat ze de rust van de afgelopen vakantie mee kan nemen in haar werk van de komende tijd.

Lees artikel

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief