Het koninkrijk: zichtbaar of verborgen?

OnderWeg | 16 mei 2015
  • Opinie
  • Thema-artikelen

In hun bijdragen aan het thema ‘Gods koninkrijk’ schrijven Ronald Westerbeek (lees zijn artikel) en Wim van der Schee (lees zijn artikel) over de zichtbaarheid en onzichtbaarheid van het koninkrijk van God. Hun invalshoeken en uitkomsten verschillen. Wat hebben ze elkaar te vragen?

Beste Wim,

In je artikel zoek je de nuance. Ik vind het mooi wat je schrijft over het verrassende karakter van Gods koninkrijk: het komt in kwetsbaarheid, zet mensen van macht en geweld op het verkeerde been en overwint het kwade door het goede. En terecht schrijf je dat onze ervaringen van het doorbrekende koninkrijk vaak ‘meerduidig’ zijn. Maar ik heb ook een paar vragen aan je.

Zou het voor een Joodse man in de eerste eeuw nu echt minder overweldigend zijn om genezen te worden door een aanraking van Jezus dan voor ons nu? En is een overweldigende ervaring van Gods heil dan meteen hetzelfde als ‘manipulatie’?

Je zegt tamelijk stellig dat genezing op gebed alleen plaatsvindt bij psychosomatische aandoeningen. En over Jezus’ verschijningen aan Paulus en Johannes zeg je: ‘Zo is Hij niet bij ons.’ Jouw ervaring wijkt hier af van de ervaring van een groot deel van de wereldwijde kerk, ook in westerse contexten. Dat zou je iets voorzichtiger mogen stemmen. Om iets te noemen: bij ons in ICF Amersfoort (GKv/CGK) zijn de meeste bekeerlingen tot geloof in Jezus gekomen nadat Hij aan hen verscheen in een droom of visioen, of na een wonder.

Waarom is het zo belangrijk dat Gods aanwezigheid verborgen is? Zou het bedreigend zijn als Jezus zich ondubbelzinnig zou openbaren in je leven? En waarom dan?

Het valt me op dat je voor je duiding van ‘bijzondere ervaringen’ verwijst naar de agnostische antropologe Luhrmann, die niet alleen dergelijke ervaringen maar überhaupt het geloof in God duidt als een ‘idee in het hoofd’ dat als ‘extern reëel’ ervaren wordt. Hoe zie jij je eigen geloof en welke plek heeft zoiets als een Godservaring daarin?

Je probeert een middenpositie in te nemen tussen hen die het heil van Gods koninkrijk naar de toekomst verbannen en hen die dit in het heden trekken, en dat lijkt me volledig terecht. Maar benadruk je de verborgenheid van Gods heil niet zó sterk dat je feitelijk toch de eerste positie inneemt: pas na de wederkomst gaan we iets zien van het heil van Gods koninkrijk?

Ronald Westerbeek

Beste Ronald,

Waar zit het hem in dat ik me toch niet senang voel bij je artikel? Ik heb er echt even over moeten nadenken.

Hoe ben je gekomen bij je insteek over het koninkrijk dat doorbreekt? Er is misschien één Bijbeltekst (Matteüs 11:12) die zo gelezen kan worden, maar het normale begrip bij het koninkrijk is ‘komen’.

De kern van het evangelie is dat ons iets overkomt. Mensen krijgen er deel aan door erop te vertrouwen (= geloven). Ze ontvangen gaven van de Geest en dragen vrucht. Mensen worden erin meegenomen en geactiveerd, maar de bron van alles is passief. Aan de komst van het koninkrijk wordt door mensen nergens in de Bijbel meegewerkt. Het blijft van het begin tot het eind een zaak van God. ‘Medewerkers van God’ zijn wij alleen in de verkondiging van de komst van het rijk.

Wat is de plaats van de dood en het lijden binnen het koninkrijk? Het is bij jou net alsof dat alles erbuiten staat en alleen bij de tegenstander en de ’tegenwoordige boze tijd’ hoort. Maar Jezus is koning als de gekruisigde. Zijn volgers hebben een kruis te dragen (Matteüs 16:24). Er is nog aan te vullen aan Christus’ lijden (Kolossenzen 1:24). Wie wil delen in Jezus’ opstanding, moet ook delen in zijn dood (Romeinen 6:5).

Waarom zijn de mensen gelukkig die om Jezus gehaat, buitengesloten en beschimpt worden (Lucas 6:22)? Waarom begint het christenleven in de dood van de doop? Dit alles krijgt vanzelf zijn plek in de stijl van Jezus’ optreden als koning zoals ik die geschetst heb. Hoe geef jij er plek aan?

Wat doe jij met de afwezigheid van de bruidegom (Marcus 2:20 en verder), de gelijkenis van de ponden (Lucas 19:11 en verder) en de impliciete ontkenning van Jezus zelf dat binnen afzienbare tijd het koningschap over Israël hersteld wordt (Handelingen 1:6-8)?

Het lijkt erop dat jij ‘verborgenheid’ leest als afwezigheid. Ik lees het als meerduidige aanwezigheid. Daarom moeten geesten beproefd worden (1 Johannes 4:1). Tegelijk is het de reden dat ik altijd wat verdrietig word van de tweeslag ‘reeds-nog niet’. Doe mij maar ‘reeds-nog veel meer’.

Wim van der Schee

Meest gelezen

Genesis 3 is een profetische vertelling

Genesis 3 is een profetische vertelling

Ulbe van der Meer
  • Opinie

Honderd jaar geleden sprak de synode van de Gereformeerde Kerken uit dat het spreken van de slang in Eden een zintuigelijk waarneembaar feit was. Ds. Jan Geelkerken zag dat anders en werd uit zijn ambt gezet. Aan dit ‘jubileum’ is tot nu toe slechts een podcast (Dick en Daniel geloven het wel #238) gewijd en een paar verhalen uit de oude doos in het Nederlands Dagblad. Moeten we ervan uitgaan dat het vandaag niet meer zo van belang is hoe je deze tekst leest?

Lees artikel
Waarom het begin van Genesis ook over geschiedenis gaat

Waarom het begin van Genesis ook over geschiedenis gaat

Koert van Bekkum
  • Verdieping

Verwijst het begin van Genesis naar dingen die zijn gebeurd? Of spreken de hoofdstukken vooral over ons menselijk bestaan als zodanig, en over hoe God redt? Het laatste natuurlijk, aldus ds. Ulbe van der Meer afgelopen mei in dit blad. Laten we het profetisch-symbolische karakter van het paradijsverhaal omarmen. Dan zijn we af van ingewikkelde discussies over historiciteit, leren mensen hoe mooi en krachtig de Bijbel spreekt, en werpen we geen onnodige drempels op voor jongeren en buitenstaanders. 

Lees artikel
Het geheim van de kerk

Het geheim van de kerk

Cors Visser
  • Boekbespreking

Het was de ondertitel die me naar dit boek deed grijpen: herontdekken wat de kerk is. Na het omslaan van de laatste bladzijde was er een lichte teleurstelling. Dit boek gaat niet in de eerste plaats over de kerk. Maar naast teleurstelling was er ook een aangename verrassing: Wright werpt nieuw licht op Handelingen en ja, ook een beetje op de kerk. Wat de Britse nieuwtestamenticus doet, is de lezer in iets meer dan 200 bladzijden meenemen door heel Handelingen. Elk hoofdstuk behandelt drie of vier hoofdstukken, met uitzondering van Handelingen 1 en Handelingen 17 – die krijgen beide een eigen hoofdstuk. Door deze aanpak zit er vaart in het boek en komen de kwaliteiten van Wright naar voren: grote lijnen trekken en vergelijkingen maken met andere Bijbelboeken en verhalen. Voor mensen die Tom Wright doorgaans wijdlopig en ongestructureerd vinden – zoals ikzelf – is dit boek een stuk prettiger leesbaar. Een aantal hoofdthema's uit eerder werk komt voorbij: de nadruk op de opstanding van Jezus, het koninkrijk van God en de ontmoeting van hemel en aarde. Via Handelingen valt daar weer nieuw licht op.

Lees artikel
Waarom in het kerkblad Onderweg mag klinken dat de slang in het paradijs niet sprak

Waarom in het kerkblad Onderweg mag klinken dat de slang in het paradijs niet sprak

Redactie
  • Redactioneel

Er is alle reden om binnen de Nederlandse Gereformeerde Kerken van gedachten te wisselen over hoe je het begin van Genesis leest en welke plek de zondeval daarin inneemt. Reina Wiskerke besprak in haar column het opinieartikel van dominee Ulbe van der Meer over Genesis 3 (ND 6 juni, link). Ze vroeg zich daarin af waarom Onderweg, maandblad voor de Nederlandse Gereformeerde Kerken (NGK), zijn opvatting ‘dropt’ bij de lezers, zonder reflectie op de noodzakelijkheid, reikwijdte en consequentie van zijn opvatting.

Lees artikel

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief