Het evangelie van Christus’ glorie

Wolter Rose | 19 september 2015
  • Woordzoeker

Hun denken is door de god van deze wereld zo verblind, dat zij de glans niet ontwaren van het evangelie van de glorie van Christus, die het beeld van God is.
(2 Korintiërs 4:4, Willibrordvertaling)

De vraag: waar gaat het over in het evangelie?, wordt in de boeken van het Nieuwe Testament op verschillende manieren beantwoord. In een brief aan zijn collega Timoteüs omschrijft Paulus de kern van het christelijke geloof op een verrassende manier als: ‘het evangelie over de glorie van de gelukzalige God’ (1 Timoteüs 1:11, NBV gebruikt ‘majesteit’). Met andere woorden: het evangelie gaat over Gods glorie, het overwicht van zijn grootheid en schoonheid, en dan hebben we het over de God van wie je zonder overdrijving kunt zeggen dat er niemand zo gelukkig is als Hij.

(beeld Gerd Altmann/Pixabay.com)

(beeld Gerd Altmann/Pixabay.com)

Iets vergelijkbaars zegt Paulus in een brief die hij jaren daarvoor had geschreven aan christenen in Korinte. In dit geval heeft hij het over Christus: ‘het evangelie van Christus’ glorie’, het overwicht van de grootheid en schoonheid van Christus. Je moet maar durven. In het Oude Testament wordt op verschillende momenten over JHWH’s glorie gesproken. Maar daar zal nooit de glorie van iemand anders, wie dan ook, naast gezet worden. JHWH sluit zoiets zelfs met zoveel woorden uit: ‘Ik ben de HEER, dat is mijn naam, mijn glorie deel Ik met geen ander, Ik geef mijn roem niet aan godenbeelden’ (Jesaja 42:8, WV).

Wat in het Oude Testament werd gezegd over JHWH, de God van Israël, wordt door Paulus in 2 Korintiërs 4:4 vrijmoedig over Christus gezegd. Eén van de manieren waarop je de inhoud van het evangelie kunt omschrijven is blijkbaar: het evangelie vertelt ons over Christus’ glorie, Hij deelt in de glorie van de ene God van Israël. Christus’ glorie is, zoals de apostel Johannes het later zou zeggen, ‘de glorie van de enige Zoon van de Vader’ (Johannes 1:14, eigen weergave).

Gods gezicht

Een paar verzen verder maakt Paulus duidelijk dat Gods glorie en Christus’ glorie inderdaad samenvallen: ‘De God die heeft gezegd: “Uit de duisternis zal licht schijnen,” heeft in ons hart het licht doen schijnen om ons te verlichten met de kennis van zijn glorie, die afstraalt van het gezicht van Jezus Christus’ (2 Korintiërs 4:6, NBV heeft ‘luister’). De handelende persoon in het evangelie van Christus’ glorie is de schepper van het licht, ‘de God die heeft gezegd: “Uit de duisternis zal licht schijnen’’.’ Hij richt een lichtbundel, zodat Hij rechtstreeks in een mensenhart schijnt. Die lichtbundel maakt het voor mensen mogelijk Gods glorie te leren kennen.

Het meest bijzondere woord hier is ‘gezicht’. Denk aan wat JHWH tegen Mozes zei toen die Hem vroeg zijn glorie te tonen: ‘Mijn gezicht zul je niet kunnen zien, want geen mens kan Mij zien en in leven blijven’ (Exodus 33:20).

Vergeleken met de situatie van Mozes is er een overeenkomst en een verschil. De overeenkomst is dat we moeten luisteren om Gods glorie te zien: we ‘zien’ Gods glorie in het evangelie, het verhaal van het goede nieuws over het leven, lijden, sterven en de opstanding van de Zoon van God, die mens werd. Maar er is ook een belangrijk verschil. Mozes kreeg het gezicht van God niet te zien. In Christus heeft God zijn glorie een gezicht gegeven. Gods glorie straalt vanaf het gezicht van Jezus Christus.

Vraag
Noem drie dingen – meer mag ook – waarin je in de verhalen van de evangeliën (bijvoorbeeld in het evangelie van Johannes) Christus’ glorie, het overwicht van zijn grootheid en schoonheid, aan kunt wijzen.

Over de auteur
Wolter Rose

Wolter Rose is universitair hoofddocent Semitische talen, geschiedenis en cultuur van het Oude Nabije Oosten aan de TU Kampen.

Meest gelezen

Gods blik op migratie

Gods blik op migratie

Koert van Bekkum
  • Column

En weer was er gedoe in Ter Apel. Houdt het dan nooit op? Nee, zolang de volken woeden – elders door oorlog en uitzichtloosheid, of hier met verzet tegen asiel als electoraal verdienmodel – zijn we er niet vanaf. Gelukkig beschikken Bijbellezers in Genesis 10 over een breder perspectief op geopolitieke verschuivingen en migratie. Deze ‘volkerentafel’ vertelt over de afstammelingen van Noachs zonen, Sem, Cham en Jafet. Nu is Genesis 10 vaak gebruikt voor een nogal statisch beeld van landen en volken. God lijkt ieder volk immers een vaste plek te geven. En inderdaad biedt het geslachtsregister een soort wereldkaart. Maar de tekst doet meer, er zit beweging in.

Lees artikel
Begin van Genesis – geschiedenis?

Begin van Genesis – geschiedenis?

Mark Janssens
  • Opinie

Ik geloof dat het begin van de Bijbel fundamenteel is. Niet voor niets opent de Bijbel met deze hoofdstukken. Is het begin van de Bijbel geschiedenis in onze westerse zin verstaan? Dat is de vraag in het artikel van collega Ulbe van der Meer (‘De slang heeft niet gesproken’, Onderweg, mei 2026) en de reacties daarop in het nummer van juli 2026. Waarbij geschiedenis vooral betrekking heeft op feiten en concrete gebeurtenissen. Dan kun je aan de ene kant of aan de andere kant uitkomen, al dan niet met voorzichtigheid en nuances. 

Lees artikel
Predikantsprofiel: Bob Wielenga

Predikantsprofiel: Bob Wielenga

Jan Mudde
  • Kerkelijk leven
  • Predikantsprofiel

De afstand tussen Bob Wielenga en mij bedraagt ongeveer 9.300 km als we met elkaar beeldbellen via de smartphone van zijn vrouw Geertje. Vanaf 1980 woont en werkt Bob namelijk in Zuid-Afrika als zendeling, predikant en theoloog – Bob is tweemaal gepromoveerd aan de Universiteit van Zuid-Afrika te Pretoria. Sinds 2002 is hij met emeritaat, maar tot voor kort schreef en publiceerde hij volop. Momenteel is hij nog als docent verbonden aan het KwaZulu-Natal Missionary and Bible College. We hebben een gesprek waarin het woord ‘afstand’ de rode draad is.

Lees artikel
De mythe van de schuldige omstander?

De mythe van de schuldige omstander?

Louren Blijdorp
  • Boekbespreking

De Breepleinkerk in Rotterdam siert de cover van het indrukwekkende boek van Geert Hovingh. In die kerk verborgen de latere Kamper ethicus dr. Gerrit Brillenburg Wurth en zijn vrouw Gerda van Leeuwen samen met kostersechtpaar Jacobus en Annigje de Mars-Ouwens, 34 maanden lang zeven joodse onderduikers. Een van hen werd geboren tijdens de onderduik, in de kosterswoning. Het is een van de bijna onuitputtelijke hoeveelheid verhalen die Hovingh op tafel heeft gelegd.

Lees artikel

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief