Iedereen telt mee

Jan Mudde | 17 september 2016
  • Woordzoeker

Groet Asynkritus, Flegon, Hermes, Patrobas, Hermas en de broeders en zusters die bij hen samenkomen.
(Romeinen 16:14)

Over de groeten waarmee Paulus zijn brief aan de Romeinen afsluit, lees je gemakkelijk heen (Romeinen 16:3-16). Van de meeste personen die genoemd worden, kunnen we ons geen enkele voorstelling maken en over de uitspraak van menige naam breken we onze tong. Toch kunnen we met deze groeten volop onze winst doen, bijvoorbeeld voor ons omgaan met de namengids van de gemeente.

Handpalm

021722-woordzoeker-foto-nieuwTen eerste valt op dat Paulus erg veel namen noemt, hoewel hij nog nooit in Rome is geweest. Via zijn reizen en van horen zeggen heeft hij de gemeenteleden leren kennen. Dat zegt wellicht iets over Paulus’ goede geheugen, maar vooral over zijn oprechte interesse in mensen. Je kunt je van Paulus niet voorstellen dat hij, als hij al jaren lid is van een gemeente, nog moet vragen: ‘Die vrouw die altijd links in het midden zit, wie is dat eigenlijk?’

Vervolgens geeft Paulus blijk van warme gevoelens voor de mensen die hij noemt. Het woord ‘geliefde’ is niet van de lucht! Hierin is Paulus doorzichtig tot op Christus’ liefde. Die heeft onze namen immers in zijn handpalm gegrift. Zo mogen wij ook aankijken tegen de namen in het gemeentelijke namenboek: het is een opsomming van Gods beminden. Die liefde wil Hij overdragen op ons. De namengids nodigt uit tot betrokkenheid op en meeleven met elkaar.

Hondennaam

Het is ook leerzaam. Uit historisch namenonderzoek blijkt dat de genoemde mensen uit heel verschillende sociale milieus komen. Hij groet mensen uit de Romeinse elite, maar ook slaven. De naam Flegon bijvoorbeeld werd vooral aan honden gegeven, maar ook aan slaven. (Het toppunt van humor in Rome: je slaaf een hondennaam geven.) Paulus noemt Flegon bij name! Verder groet Paulus zowel mannen als vrouwen en zowel Joden als niet-Joden. Iedere naam doet ertoe, iedereen telt mee.

Daar komt nog bij: de gemeente van Rome was divers samengesteld en opmerkelijk multicultureel. Een echte pinkstergemeente dus. Ik word daar heel enthousiast van, en ik bid dat de gemiddelde Nederlandse kerk een wat rijker geschakeerde namenlijst mag krijgen.

Het verdient ook aandacht dat Paulus over de meesten een bijzonderheid vermeldt. Hij spreekt over hun inzet, lijden, offers, inspanning. Hij benoemt wat ze voor hem of anderen betekend hebben. Het is niet onopgemerkt gebleven en wordt hartelijk gewaardeerd! Kortom, niet alleen onze namen, ook onze daden zijn bij God bekend. Je bent gezien – al heb je soms misschien het gevoel dat anderen over je heen kijken.

Perspectief

Ten slotte is er een wijds perspectief: ‘Alle gemeenten van Christus laten u groeten.’ Zo sluit Paulus zijn lijst met groeten af en brengt hij die op katholiek niveau. Geen gemeente bestaat op zichzelf. Iedere gemeente van Christus staat in relatie met andere gemeenten. Van dat besef getuigt ook menig namenboek. Want iedere gemeente is een gemeente van Christus. Zijn naam, de naam aller namen, bindt alle gemeenten en alle leden van de kerk – het lichaam van Christus – in liefde samen, hier en nu, altijd en overal.

Zo geven Paulus’ groeten ons enkele mooie eyeopeners voor ons omgaan met het gemeentelijke namenboek:

  • deze namen zijn er niet om te vergeten;
  • deze namen willen met liefde uitgesproken worden;
  • iedere naam doet ertoe;
  • hoe diverser de namen, hoe mooier;
  • niet alleen onze namen, ook onze daden zijn bij God bekend;
  • de naam aller namen maakt ons één en bindt ons samen, ver weg en dichtbij!

Om te doen
Pak de namengids van je gemeente erbij en laat daarover je gedachten gaan, terwijl je concreet dankt, luisterend bidt en actief handelt. Probeer zo je omgaan met de namengids op het niveau van Romeinen 16 te brengen.

Over de auteur
Jan Mudde

Ds. Jan Mudde is als predikant verbonden aan de NGK Enschede-Lasonderkerk. Hij is ook kernredacteur van Onderweg.

Meest gelezen

Gods blik op migratie

Gods blik op migratie

Koert van Bekkum
  • Column

En weer was er gedoe in Ter Apel. Houdt het dan nooit op? Nee, zolang de volken woeden – elders door oorlog en uitzichtloosheid, of hier met verzet tegen asiel als electoraal verdienmodel – zijn we er niet vanaf. Gelukkig beschikken Bijbellezers in Genesis 10 over een breder perspectief op geopolitieke verschuivingen en migratie. Deze ‘volkerentafel’ vertelt over de afstammelingen van Noachs zonen, Sem, Cham en Jafet. Nu is Genesis 10 vaak gebruikt voor een nogal statisch beeld van landen en volken. God lijkt ieder volk immers een vaste plek te geven. En inderdaad biedt het geslachtsregister een soort wereldkaart. Maar de tekst doet meer, er zit beweging in.

Lees artikel
Begin van Genesis – geschiedenis?

Begin van Genesis – geschiedenis?

Mark Janssens
  • Opinie

Ik geloof dat het begin van de Bijbel fundamenteel is. Niet voor niets opent de Bijbel met deze hoofdstukken. Is het begin van de Bijbel geschiedenis in onze westerse zin verstaan? Dat is de vraag in het artikel van collega Ulbe van der Meer (‘De slang heeft niet gesproken’, Onderweg, mei 2026) en de reacties daarop in het nummer van juli 2026. Waarbij geschiedenis vooral betrekking heeft op feiten en concrete gebeurtenissen. Dan kun je aan de ene kant of aan de andere kant uitkomen, al dan niet met voorzichtigheid en nuances. 

Lees artikel
Predikantsprofiel: Bob Wielenga

Predikantsprofiel: Bob Wielenga

Jan Mudde
  • Kerkelijk leven
  • Predikantsprofiel

De afstand tussen Bob Wielenga en mij bedraagt ongeveer 9.300 km als we met elkaar beeldbellen via de smartphone van zijn vrouw Geertje. Vanaf 1980 woont en werkt Bob namelijk in Zuid-Afrika als zendeling, predikant en theoloog – Bob is tweemaal gepromoveerd aan de Universiteit van Zuid-Afrika te Pretoria. Sinds 2002 is hij met emeritaat, maar tot voor kort schreef en publiceerde hij volop. Momenteel is hij nog als docent verbonden aan het KwaZulu-Natal Missionary and Bible College. We hebben een gesprek waarin het woord ‘afstand’ de rode draad is.

Lees artikel
De mythe van de schuldige omstander?

De mythe van de schuldige omstander?

Louren Blijdorp
  • Boekbespreking

De Breepleinkerk in Rotterdam siert de cover van het indrukwekkende boek van Geert Hovingh. In die kerk verborgen de latere Kamper ethicus dr. Gerrit Brillenburg Wurth en zijn vrouw Gerda van Leeuwen samen met kostersechtpaar Jacobus en Annigje de Mars-Ouwens, 34 maanden lang zeven joodse onderduikers. Een van hen werd geboren tijdens de onderduik, in de kosterswoning. Het is een van de bijna onuitputtelijke hoeveelheid verhalen die Hovingh op tafel heeft gelegd.

Lees artikel

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief