Kerk2030: oude waarheden opnieuw aanbieden

Kerk2030 is geen hip kerkvernieuwingstraject, zeggen Klaas Koelewijn en Janneke Burger-Niemeijer. Zij zijn kernteamleden van Kerk2030. Kerk2030 is een vernieuwingsbeweging ‘die inhoudelijk niet veel nieuws zegt, maar wel manieren aanreikt om te gaan doen wat in deze tijd vernieuwend is: als kerken weer terug naar de basis van geloven.’

tekst Esther de Hek

Klaas Koelewijn en Janneke Burger-Niemeijer. (beeld Gert Jan Kole)

Klaas Koelewijn en Janneke Burger-Niemeijer. (beeld Gert Jan Kole)

We zitten in een driehoekssetting in de kerkzaal van de Utrechtse Kerk aan het Lint, het gezamenlijke kerkgebouw van NGK RijnWaarde en GKv Leidsche Rijn. Het nieuwste kerkgebouw binnen beide kerkverbanden dat sinds vorig jaar zomer in gebruik is. ‘Eigenlijk wel een heel passende plek voor dit gesprek’, zegt Janneke. Ze is deze ochtend uit Kampen komen rijden en Klaas uit Maastricht, waar hij nu twintig jaar met zijn gezin woont en betrokken is bij NGKv Zuiderkruis. ‘Toen ik jaren geleden voorzitter werd van het bestuur van de protestants-christelijke basisschool in Maastricht, vertelden ze mij niet mee te doen met carnaval’, had Klaas in het gesprekje na binnenkomst verteld. ‘Dat zijn we dus juist wel gaan doen, participeren is verbinding maken.’

In stilte

Hier spreekt de organisatieadviseur, iets wat vaker tijdens het gesprek met hem en Janneke zal blijken. Dat is ook een belangrijke reden dat hij betrokken is bij Kerk2030. ‘We hebben ambities en die vragen goede doordenking.’ Janneke is theoloog en werkt als redacteur bij een uitgeverij. Dat was de reden dat zij in 2017 gevraagd werd deel te nemen aan een conferentie van Kerk2030, vertelt ze. Ze preekt sinds een klein jaar in de GKv. ‘Ik houd van de kerk, de kerk gaat over God en mensen, dat is het mooiste dat er bestaat.’

Het project Kerk2030 draait al een paar jaar in stilte, zonder de aandacht van kerken en pers te vragen. Deze maand volgt, na een paar maanden uitstel vanwege corona, de online publiekspresentatie. ‘Ik vind het bijzonder hoe het tot Kerk2030 gekomen is’, vertelt Janneke. ‘Er was een groep oudere, je zou kunnen zeggen ‘institutionele’, mannen die hun zorgen uitspraken over de toekomst van de kerken. Ze concludeerden dat het hard nodig was om ruimte te maken voor de dertigers en hun te vragen hoe zij de toekomst van de kerk zagen. Die oudere mannen maakten plaats voor jongeren en creëerden zo ruimte voor een vernieuwingstraject dat in gesprek en ontmoeting veel dynamiek kent.’

Waarin zit het vernieuwende van Kerk2030?
Janneke: ‘Er is niet een of ander nieuw systeem bedacht. Er zijn veel kerkvernieuwingstrajecten, maar die zijn vaak gefocust op een deelthema, iets nieuws dat even opflakkert en dan zomaar weer verdwijnt. Het bijzondere van de route die wij als kernteam samen met voorgangers en gemeenteleden gelopen hebben, is dat er iets uitkwam wat bijna saai is. De zes geloofspraktijken die Kerk2030 hanteert (deze zes geloofspraktijken zijn na te lezen in de beschouwing) zijn simpel, maar tegelijkertijd gericht op de kern van geloven.’

Klaas: ‘Als je onze brochure Geloven doe je samen leest, denk je: wat staat hier voor nieuws in? Wat er staat, is eigenlijk tweeduizend jaar oud. Maar daarin zit juist de clou: we willen die oude waarheden opnieuw aanbieden aan kerken. Kerkvernieuwing hoeft ook niet hip te zijn, want het evangelie is het evangelie.’

Dit interview komt uit OnderWeg nr. 16 (5 september 2020). Meer lezen van magazine OnderWeg? Neem gratis een proefabonnement!

Wat Kerk2030 voorstaat en gemeenten weer laten ontdekken is dus eigenlijk gewoon: het aloude evangelie dat we allen leven door genade en dat ook elkaar gunnen?
Klaas: ‘We zetten simpelweg in op de basispraktijk van kerk-zijn. Het gaat om kerken waar wel veel geloof is, maar waar het zomaar niet meer over de essentie gaat. Wat Kerk2030 brengt, is een infrastructuur om de dialoog daarover weer op gang te brengen of te houden; dat gesprekken op kerkenraadsniveau weer over de essentie van het evangelie gaan en hoe wij dat in ons leven handen en voeten kunnen geven. Met de zes praktijken bieden we een soort diagnostisch instrument. Daarmee kijk je naar je kerk-zijn en de praktijken en concludeert dat het bijvoorbeeld met de eerste praktijk, Christus zien en God ontmoeten, wel goed zit, maar dat een andere praktijk, rentmeesterschap, nog te onzichtbaar is. Voor iedere gemeente zal het weer anders zijn.’

‘Het is misschien geen leuke conclusie’, reageert Janneke, ‘maar als kerken zijn we het leven van dat basale, simpele evangelie soms kwijtgeraakt. In onze gereformeerde kerken, gebeurt het ons zomaar dat we deze praktijken van kerk-zijn laten overwoekeren door bijvoorbeeld een agenda vol kerkelijke vergaderingen, of juist door misschien wel goedkope genade: dat we vergeten wat het ons echt kost om met Jezus te gaan leven. We zijn teveel gaan lijken op de wereld om ons heen. Blijkbaar vinden we het als kerk en gelovigen, ikzelf incluis, niet zo gemakkelijk om het simpele evangelie te leven en vorm te geven. Daarom heb je af en toe een vernieuwingsbeweging nodig die dus inhoudelijk niet veel nieuws zegt, maar wel manieren aanreikt om te gaan doen wat in deze tijd eigenlijk heel vernieuwend is: als kerken weer terug naar de basis van geloven.’

‘Als kerken zijn we het leven van het basale,
simpele evangelie soms kwijtgeraakt’

Jullie geven tijd en denkkracht aan Kerk2030 en zijn al drukbezette mensen. Wat is je diepste drijfveer?
‘Het maakt me verdrietig dat de kerk mensen en relevantie verliest’, zegt Janneke. Ze las, voor ze naar Utrecht reed, een rouwadvertentie. ‘Daar stond boven “Leven op de adem van zijn stem”, een zinnetje uit de berijmde psalm 103. Zo leven is het kostbaarste wat ik heb, dat ben ik door COVID-19 nog meer gaan beseffen. Dat is ook wat Kerk2030 gemeenten wil brengen en dat drijft mij. Want daardoor kan de kerk weer de plek worden van die ‘aloude genade’ in plaats van – en ik chargeer – een plek waar we in slaap vallen doordat er weer vergaderverslagen gedeeld worden.’

Klaas vertelt – ‘ik moest er eerst even over nadenken of ik dit wel wil vertellen’ – dat hij eigenlijk al zijn hele leven gedreven wordt om ‘met hart en liefde zijn kwaliteiten in te zetten voor de kerk.’ Als jongetje werd hij drie keer geopereerd aan zijn hart. Was dit niet gebeurd, dan zou hij waarschijnlijk niet ouder dan 25 zijn geworden. ‘In mijn studententijd besefte ik opeens hoe trouw God geweest is dat hij mijn ouders de keuze liet maken voor die hartoperaties. Sindsdien leef ik elke dag alsof ik in de verlenging leef en mag ik er ook iets van maken in het leven, in Gods koninkrijk.’

Janneke Burger-Niemeijer en Klaas Koelewijn. (beeld Gert Jan Kole)

Janneke Burger-Niemeijer en Klaas Koelewijn. (beeld Gert Jan Kole)

Wie zich verdiept in de ins en outs van Kerk2030, ontdekt al snel dat het een goed doordacht en deskundig concept is. Naast de visie van de ‘zes praktijken’, doorlopen alle deelnemende gemeenten een geloof-, leer- en ontwikkeltraject, het zogeheten ‘GLOW-traject’. Gemeenten die ermee aan de slag gaan, zullen er ook de nodige tijd en energie in moeten steken. Klaas: ‘Kerk2030 vraagt inderdaad inzet en tijd, allereerst van een aantal gemeenteleden en kerkenraadsleden, maar het doel is natuurlijk dat het de hele gemeente doortrekt. Daarom is het belangrijk dat gemeenten van harte ernaar verlangen een levende en bloeiende gemeente te zijn. Dan nog is Kerk2030 geen trucje waarbij je de praktijken toepast en klaar. Het bijzondere van dit vernieuwingstraject is dat het gemeenten bij het kruis wil brengen. Daar zet het GLOW-traject, waar jaarlijks tien gemeenten aan kunnen deelnemen, bewust op in. Tijdens het traject zullen, naast veel mooie zaken, in iedere gemeente ingewikkelde situaties aan de orde komen die misschien niet op te lossen zijn. Dan is erkenning van gebrokenheid en ermee naar het kruis gaan de enige optie. Want daar, geloven we, ligt de uiteindelijke oplossing. In de wetenschap dat God het vandaag of volgende week kan oplossen, maar straks doet Hij het zeker. Dat is de essentie van het evangelie.’

Toch kan ik me voorstellen dat er in gemeenten, die in de basis welwillend tegenover Kerk2030 staan, de vraag opkomt: hoe gaan we dit qua tijd en motivatie doen? Het is gewoon heel lastig om mensen in gemeenten duurzaam bevlogen te houden voor allerlei initiatieven, hoe waardevol en belangrijk ook.
Janneke: ‘Natuurlijk begrijpen we dat. Maar weet je wat dit traject zo bijzonder maakt? Eigenlijk betekent het niet meer dan dat je zegt: we gaan er regelmatig over praten. En als we daarbij een gebed uitspreken en geloven dat de Geest erbij is, dan gaat dat iets doen. Dan helpt Kerk2030 je om dat gesprek te blijven voeren. In veel kerken blijven de belangrijkste dingen, de basics die wij de zes praktijken noemen, te vaak in de schaduw. Wat wij beogen, is dat juist deze basics zichtbaar worden, ze in het licht komen te staan door het er met elkaar, biddend, over te hebben. Het is allemaal niet zo ingewikkeld of hogere wiskunde.’ ‘Gebed met en voor elkaar is essentieel in het Kerk2030-traject’, vertelt Klaas, ‘het is allemaal ingebed in gebed.’

‘Kerk 2030 is gelukt als Jezus terugkomt’

Kan dat voor sommige gemeenten zo maar te charismatisch, te spannend zijn?
Janneke: ‘Ik vind het spannende niet zozeer dat dit bij Kerk2030 hoort. Het spannende is dat we misschien wel te veel kwijt zijn geraakt dat gebed er helemaal bij hoort. De gereformeerde kerken hebben altijd veel Bijbel- en gebedspraktijken gehad. Eigenlijk tot de jaren negentig werd er heel veel gebeden en Bijbel gelezen, op standaard momenten. Toen kwam er echter een moment dat dit als ballast van de traditie werd ervaren. We vonden het bijvoorbeeld niet meer nodig om elke vergadering of maaltijd met gebed te beginnen en te eindigen. Dat geeft een zekere vrijheid, maar je kunt er ook te veel mee kwijtraken. De strakke praktijk is verdwenen, maar daarmee is niet direct een nieuwe praktijk ontstaan. Daarom is het nodig te investeren in een nieuw soort onbekommerdheid. Die onbekommerdheid zie ik bij Kerk2030: de simpele geloofspraktijk van de Bijbel pakken om naar God luisteren en te bidden om te horen wat Hij te zeggen heeft.’

Wanneer is Kerk2030 gelukt, vinden jullie?
Janneke: ‘Weet je, voor mij is iets in de kerk gelukt als mensen gaan zeggen: “Ik ben verrast door God en wil daarover vertellen.” Als ik iets hoop dan is het dat er in gemeenten veel onbekommerdheid komt om God aan het werk te zien en dat te delen.” Klaas: ‘Wij doen ons best hier, soms gaat het goed en soms wat minder. Kerk2030 is gelukt als Jezus, voor of na 2030, terugkomt.’

Dit interview komt uit OnderWeg nr. 16 (5 september 2020). Meer lezen van magazine OnderWegNeem gratis een proefabonnement!