De pastor van boven of van beneden
1990-10-26
Dr. C.J. den Heyer, universitair hoofddocent N.T. en bijbelse theologie aan de Theologische Universiteit te Kampen (Oudestraat), heeft in de serie 'Ter Sprake' een boekje geschreven onder de titel 'Beelden van Jezus'. De serie 'Ter Sprake' is bedoeld om gemeenteleden te informeren en te vormen m.h.o. op ontwikkelingen in samenleving, kerk, pastoraat en theologie.- Jaargang 34
- nummer 22
In 'Beelden van Jezus' stelt Den Heyer oude en nieuwe beelden van Jezus tegenover elkaar. Met de oude beelden wordt bedoeld de Jezus, zoals Hij beleden wordt in de drie katholieke symbolen van de christelijke kerk (Apostolische Geloofsbelijdenis, Geloofsbelijdenis van Nicea en de Geloofsbelijdenis van Athanasius).
Jezus, de Zoon van God, die ook waarachtig mens is. Vere Deusvere homo. De nieuwe beelden van Jezus worden gevormd door hen, die afwillen van de goddelijkheid van Jezus en die Jezus zo ver mogelijk in het menselijk vlees willen trekken. Eén van ons, niet meer en niet anders dan alle andere mensen.
Helemaal mens
Den Heyer heeft zich m.n. laten inspireren door twee boeken van de griekse schrijver Nikos Kazantzakis, 'Christus wordt weer gekruisigd' en 'De laatste verzoeking van Christus'.
Dat laatste boek werd in 1988 in Amerika verfilmd onder de titel 'The Last Temptation of Christ', waar vele christenen verontwaardigd op reageerden.
De bezwaren tegen de film richtten zich vooral op die scènes, waarin geen geheim gemaakt wordt van de sexualiteit van Jezus. Hij deelt eerst het bed met Maria van Magdala en na haar gewelddadige dood leeft Hij in Bethanië samen met de zusters Maria en Martha.
Het lijdt geen twijfel, waar de sympathie van Den Heyer naar uitgaat. De menselijke Jezus wint het van de Jezus uit de belijdenisgeschriften en hij roept vele getuigen op, die ieder op eigen wijze de menselijkheid van Jezus invullen. Maar eerst wordt afgerekend met de oude belijdenisgeschriften, die het unieke van Jezus onder woorden hebben trachten te brengen met behulp van de 'tweenaturenleer' . Dit wordt gezien als een heilloze poging, die de christelijke kerk alleen maar verscheurd heeft (blz. 27).
Scherp ook verzet Den Heyer zich tegen het beeld van Jezus als de koning der koningen, die niet slechts over de gehele wereld, maar over de gehele kosmos regeert. "Jezus werd letterlijk en figuurlijk 'opgehemeld', met als tragische consequentie dat de balans tussen zijn goddelijke en zijn menselijke natuur volledig uit het evenwicht raakte. Zijn ver-goddel ijking leidde tot zijn ont-menselijking.
Hoe kon een gewoon mens zich nog met deze goddelijke mens identificeren? Jezus was niet meer onze broeder, maar onze meester.
Hij stond niet naast, maar boven ons. Hij was niet gezonden om ons leven op aarde te delen, maar hij was op aarde gekomen om ons uit dit leven en deze wereld te verlossen.
De blik was niet op deze wereld gericht maar op de hemel waar Jezus nu reeds als de koning van de gehele kosmos regeert." (blz. 30/31)
Meer dan een mens
Het is bijzonder jammer, dat Den Heyer in dit boekje de Schrift niet aar, het woord laat. Want hoe je het ook wendt of keert, de Schrift geeft ons een beeld van Jezus, dat uitgaat boven de 'menselijke' Jezus, die in dit boekje getekend wordt. De Jezus, die voor ieder mens aanvaardbaar is, vanwege z'n eigen zwakheden en gebreken. Wanneer het 'beeld' van Jezus was opgebouwd vanuit de Schrift, dan was er wellicht ook meer begrip geweest voor het belijden van de christelijke kerk.
De christelijke kerk zet met de belijdenis 'Jezus is de Zoon van God' inderdaad hoog in. Niet uit lust om Jezus te vergoddelijken, om Hem uit de sfeer van het mens-zijn weg te halen, maar om de christelijke prediking in het spoor te houden van de Schrift. Dat is de reden, waarom de kerk de christologische strijd gevoerd heeft. De verlossing van de mens is een verlossing van Godswege. In Jezus is God een volkomen eigen weg gegaan, buiten de mens om, maar tot zijn heil.
In de verlossing wordt duidelijk, dat vlees en bloed, dat de kracht van een man tekort schiet, dat de Geest het moet doen. Dat is ook de betekenis van de maagdelijke geboorte in de lijn van de geboorten uit onvruchtbare vrouwen in het O.T.
Den Heyer gaat in het spoor van hen, die het aanstotelijke voor de mens in Jezus willen elimineren. En het aanstotelijke in Jezus is, dat Hij zonder zonde was. Daarin ervaren mensen, dat Hij met kop en schouders boven hen uitsteekt, en dat wekt irritatie. Een mens, die volkomen gehoorzaam is aan God, die oprecht wandelt in de wegen van zijn Vader, die het kwade buiten de deur houdt. Wij, mensen willen Jezus zo zeer solidair met ons maken, dat erqeen onderscheid meer overblijft.
De herkenning moet zo volledig zijn, dat Hij in niets met ons verschilt.
De voorbeelden, die Den Heyer een paar keer gebruikt, de sexuele omgang van Jezus met vrouwen uit zijn discipelkring, spreken boekdelen.
Zo'n Jezus is een Jezus naar het hart van de mens. Zo'n Jezus is geen haar beter dan alle andere mensen. Zo is Hij voor ieder mens aanvaardbaar, niet als de verlosser, hooguit als één van onze broeders (Buber), niet als de hoogste leraar en profeet, maar één uit de rij van velen.
Wie tegen één van Gods geboden zondigt, zegt Jezus ergens, zondigt tegen alle geboden. Wanneer Jezus zó met de vrouwen, die Hem volgden, is omgegaan, welk voorbeeld geeft Hij dan? Dit is toch pastoraat van het allerslechtste soort? Een therapeut, een dominee, een pastor, die een sexuele relatie aangaat met een patiënt/gemeentelid, die zet je toch direkt buiten de deur? Zo'n pastor deugt niet. Zo'n pastor brengt geen verlossing, maar drukt iemand in nog grotere ellende.
Een bijbelse korrektie
Dit beeld staat haaks op het beeld, dat de Schrift ons tekent. Jezus bindt z'n leerlingen niet aan z'n eigen persoon, maar aan z'n Vader in de hemel. Jezus, die op een warme, maar tegelijk ook diepgravende manier zijn pastoraat uitoefent: helend, genezend, reinigend, vergevend, verlossend. Den Heyer had hier veel kunnen leren van het O.T.
De voorbeelden liggen voor het opscheppen, waar het in sexueel opzicht juist fout is gegaan. De Schrift kent de menselijke zwakheden in dit opzicht heel goed en verbloemt niets. In de sexualiteit is de mens het meest kwetsbaar en daar zet de duivel z'n aanvallen ook het eerst in.
Denk aan David, denk aan Salomo!
Zij konden geen echte verlossers zijn, omdat zij zo menselijk waren, zo echt door en door menselijk. Zij staken bepaald niet met kop en schouders boven hun schapen uit.
Op dit punt herkent Den Heyer Jezus' menselijkheid tenvolle. Onbegrijpelijk.
Want dan zou de duivel Hem toch direkt klein hebben gekregen?
Dan is de strijd bijvoorbaat al verloren en hoef je het evangelie ook niet meer uit te lezen. Wanneer je Jezus zó echt menselijk wilt houden, Hem helemaal op mensenmaat snijdt, dan hou je tenslotte een onmenselijke Jezus over. Een Jezus, die de mens niet echt verlost, maar hem in z'n ellende laat zitten. Het slothoofdstuk is daarom een erg mager hoofdstuk geworden. Het typeert eigenlijk het hele boekje. Het is een gedicht, dat één en al protest is tegen de Jezus van het evangelie, wiens woorden voor verlichte mensen moeilijk te verstaan zijn. Maar geldt ook hier niet: wie oren om te horen heeft, die hore!