Liturgie en zending (2)
1990-11-09
Inleiding- Jaargang 34
- nummer 23
Dit maal wil ik het hebben over het verband dat er is tussen de prediking en de sakramenten in de eredienst en de zending. Verschillende publikaties van Prof. Dr. C. Trimp zijn me hier van veel nut geweest.
De prediking en de zending
Iedereen zal wel instemmen dat de preek veel met zending te maken heeft, zeker als er een zogenaamde zendingstekst behandeld wordt.
Maar dat is toch nog te weinig, en zelfs ook een te oppervlakkig verband.
De prediking is het centrale gebeuren bij uitstek in een gereformeerde eredienst. Daar gebeurt allereerst waar we voor naar de kerk komen: het Woord wordt ons bediend, dat wil zeggen het heil wordt ons door God via de prediking aangereikt; de Heilige Geest eigent ons door middel van de prediking van het evangelie het heil toe, dat wij dan ook in geloof dienen te aanvaarden. De ontmoeting tussen God en zijn gemeente centreert zich rond de prediking, waarin de levende God ons sprekend tegemoet treedt en wij luisterend naar Hem behouden worden.
De gemeente leeft van deze prediking.
Voor ze zelfs ook maar kan denken aan zending, aan verkondiging van Gods grote daden, 1 Petr. 2:9, in de wereld, zal ze eerst zelf week in week uit die daden moeten horen verkondigen, die ook gedenken aan de Tafel van de Heer. Voor de mond kan getuigen van het heil, zal eerst het hart er vol van moeten zijn en blijven. Zonder de levende verkondiging van het Woord is er niet alleen geen kerk, maar helemaal geen zending. Waar het schort aan de prediking, is de zending het eerste wat schade lijden gaat, ook al draait het kerkelijk bedrijf nog wel door.
In de prediking wordt de gemeente aangesproken; die is het adres van de preek, niet de afwezige wereld.
Vandaar dan ook m.i. dat de preek niet gebruikt kan worden als evangelisatietoespraak, hoe verstaanbaar en eigentijds de prediking ook heeft te zijn. In de eredienst wil God zijn volk ontmoeten. Wel spreken we van een publieke eredienst; ook de prediking is een publiek gebeuren. Dat wijst erop dat het Woord een wijdere horizon heeft dan die van de gemeente alleen. De Schepper van hemel en aarde spreekt tot zijn volk, maar wil graag dat de hele wereld tot haar behoud mee luistert. De prediking in de eredienst heeft geen wijder bereik dan de kerkmuren, maar wil wel alle volkeren bereiken.
En daaraan is de zending dienstbaar naar mijn overtuiging. De prediking in de eredienst worët door de dienst der zending naar de wereld toe verlengd.
De zendingsprediking is het kerkelijke orgaan dat Gods spreken naar de wereld toe vertaalt en vertolkt.
Zo treedt God via de prediking van het evangelie in een heilrijk kontakt met de volkeren. De prediking in de eredienst roept de zendingsprediking op, bereikt door haar haar verste grenzen. Aan deze zendingsprediking draagt iedere gelovige als getuige van Christus, Hand. 1:8, bij, al heeft m.i. de 'ambtelijke zending' hier een specifieke taak.
Maar daarover nu niet!
Er zou meer te zeggen zijn, maar we haasten ons iets over doop en Avondmaal te schrijven in verband met de zending.
De doop en de zending
Gezien de beperkte ruimte vraag ik alleen aandacht voor de doop als teken en zegel van het verbond; dat heeft definitief zendingsimplikaties.
In het O.T. lezen we van Gods verbond met Abraham met het oog op de verlossing van de hele wereld, Gen. 17:5; 18:18; 22:18. Geen moment verloor God de volkeren uit het oog bij zijn verbondssluiting met Abraham. De besnijdenis werd als teken van het verbond aan Abraham gegeven met de bedoeling dat hij zo voortdurend herinnerd werd aan wat God begonnen was te doen voor de wereld en Hij ook zeker zou voltooien.
De besnijdenis was teken en zegel van Gods belofte van heil voor Abraham en zijn nageslacht en al de volkeren. Israel vergat dat laatste meestal, maar er is altijd wel enig besef van geweest, gezien onder meer het profetisch @etuigenis. De besnijdenis zonderde Israel af van de volkeren, maar het was niettemin de weg van God naar de volkeren toe, die dan ook in Mat. 28:19 duidelijk in zicht komen, en vanaf Pinksterdag door God bij het verbond met Abraham betrokken worden. Het verbond met Abraham werd van toen af internationaal. Als teken van het verbond is de besnijdenis door de doop vervangen - ik ga aan alle vragen die hiermee samenhangen voorbij. Maar nog meer dan de besnijdenis moet de doop ons eraan herinneren dat God heil wil schenken aan de volkeren, aan hen die Hem niet kennen. De doop is meer dan een hertnnerinq-aan en verzegeling van Gods heilsplannen met de volkeren, maar elke doopbediening aan kinderen of volwassenen bepaalt ons bij God die in zijn genade heil wil voor de wereld. En zo worden we ook bepaald bij de zending.
Want wat is zending anders dan het instrument waarmee God zelf zijn verbondsbeloften al aan Abraham gedaan vervult temidden van de volkeren hen tot heil? De zending brengt de volkeren door de poort van de doop in de kerk en zo in het Koninkrijk van God. De doop is teken en zegel dat God nog altijd voortgaat zijn heil tot aan de einden der aarde te realiseren. Als dat werk voltooid is, zal ook aan de doop geen behoefte meer zijn. Er wordt gedoopt zolang er zending is!
Het Avondmaal en de zending
Aan het Avondmaal wordt herdacht en gevierd dat God de wereld met zichzelf verzoend heeft door de dood van Christus aan het kruis: Zie het Lam Gods dat de zonden der wereld wegneemt! Maar aan de Avondmaalstafel zit maar een uiterst klein deel van die wereld. Daarom wordt er tijdens het Avondmaal ook al vooruit gekeken naar het Koninkrijk van God dat komt, zie Luk. 22:16,18. Want daar zal de Bruiloft van het Lam gevierd worden samen met alle genodigden die van alle windstreken bijeen vergaderd zullen zijn, Luk. 13:29. Maar tussen het heden van het Avondmaal en de toekomst van het Bruiloftsmaal ligt de tijd van de zending. Avondmaal wordt door de zending verbonden aan het Bruiloftsmaal.
Het vooruitzien aan het Avondmaal naar het Bruiloftsmaal behoort in de tussentijd die oogsttijd is, over te gaan in zendingsarbeid. Aan het Avondmaal gedenken we toch het Lam Gods dat de zonden niet maar van een relatief klein groepje gelovigen wegdroeg, maar die van de hele wereld, 1 Joh. 2:2, en dat schept zendingsverpl ichti ngen.
Volgende keer d.v. het slot.