Dominees in dienst
1990-11-09
Een vreemde gewaarwording- Jaargang 34
- nummer 23
Zondagmorgen, kwart voor 10. Vaag klinkt het geluid van de kerkklokken van Bussum over de heide door in het bivak, waar een honderdtal dienstplichtigen, nog wat onwennig en onzeker, aangetreden staan bij de vlaggemast. Er wordt appèl gehouden.
Iedereen blijkt nog aanwezig te zijn. Deze jonge mensen, nog maar zes dagen in militaire dienst, worden opgeleid tot onderofficier.
Hun kennismaking met het leger begint met een bivak van tien dagen.
Tijdens het appèl wordt aandacht gevraagd voor de kerkdienst te velde. Een vreemde gewaarwording.
Tot nu toe móesten ze van alles, maar vanmorgen zijn ze vrij om naar de kerkdienst te gaan. Een enkele pelotonscommandant heeft de manschappen misschien wel voorgehouden: dit moeten jullie als toekomstige kaderleden eens hebben meegemaakt.
Alsof het Campari was dat je eens moet hebben gedronken.
Wat aarzelend verlaten de mannen de appèlplaats. Wat gaan ze doen?
Het eerste schaap gaat over de dam in de richting van de tent, waaruit de klanken klinken van keyboard, blokfluiten en gitaar. Er volgen meer.
Gedreven door nieuwsgierigheid?
Omdat het iets anders is dan wat ze tot nu toe hebben meegemaakt? Wie weet. De belangstelling is doorgaans groot te noemen. Van de 70 tot 90 % die naar de kerkdienst komen zijn er misschien 5 à 6 % trouwe kerkgangers. Wordt er iets aparts gedaan om ze te lokken?
Helemaal niet. Voor hen die een kerk van binnen kennen komt deze kerkdienst te velde zo vertrouwd over. Dàt nu waarderen ze. Juist dat herkenbare geeft ze wat houvast in die voor hen volslagen vreemde wereld van het leger, waarmee menigeen toch al de nodige moeite heeft. In deze kerkdienst te velde kom je even tot jezelf. Wanneer in de gebeden het ouderlijk huis, familieen vriendenkring, vrienden en verloofdes in Gods hoede worden aanbevolen, dan wordt het extra stil.
06k onder hen die in kerk noch klooster komen. Aanvankelijk is het zingen nog aarzelend en onzeker.
Maar tegen het einde van de dienst zingt menigeen uit volle borst. In de laatste kerkdienst te velde heb ik mogen preken over de barmhartige Samaritaan met als thema "Wie ben ik voor de ander". Dat is een vraag waar wij onze handen aan vol hebben, maar dat geldt ook voor hen die voor het eerst onder de wapenen zijn geroepen. Wie ben ik voor de ander - terwijl je nog maar een paar dagen een wapen draagt! Deze vraag komt ook op de soldaten af, die geconfronteera worden met zovele lotgenoten uit alle delen van het land. En daar zitten vreemde snuiters bij!
Zo heb ook ik mijn werk als legerpredikant te zien. Je hebt er gewoonweg te zijn voor al die mensen die in militaire dienst zitten. Je hebt je een naaste te tonen voor hen.
Daarvan komt ook iets tot uiting in een kerkdienst te velde, waarin ik mag wijzen op onze goede God die ook niet aan ons, aan de overkant, is voorbijgegaan.
(P. Dekker is legerpredikant op de Kol. Palmkazerne te Bussum.)