Oost-Europa (2)

1990-11-09
  • Jaargang 34
  • nummer 23
"Die Kirche ist der letzte organisierte Feind in der Deutschen Demokratisch Republik."
Albert Norden, 27-11-1957 "

We kunnen in geloof aanvaarden dat ook in een socialistische samenleving de heerschappij van de bevrijdende Christus werkelijkheid is ..."
Heino Falcke, redevoering juni 1972

Informatie
Wie informatie over de (kerkelijke) toestand in de onlangs opgeheven DDR wil bekomen kan ruwweg twee bronnen aanboren. Er zijn de gegevens die we aantreffen in (in ons land relatief schaarse) boeken over de DDR, vaker echter opgenomen in verzamelwerken die heel Oost-Europa bestrijken. En er zijn de artikelen die in niet aflatende stroom hun weg vinden naar kranten en opiniebladen. De eerste soort informatie is vrijwel altijd 'degelijk', maar niet zelden ietwat verouderd. De tweede soort is zo aktueel als maar zijn kan, maar geeft zelden een adequaat overzicht van wat er aan grote en belangrijke gebeurtenissen plaatsvindt; in veel gevallen betreft het de persoonlijke opvattingen van deze of gene predikant, die in ons land op bezoek is en hier wordt gestrikt voor een interview. En daar tussenin zit niet zoveel, althans voorzover mij bekend.

Uit bovengenoemde diverse bronnen heb ik het een en ander aan informatie over de kerkelijke situatie in de DDR bij elkaar gehaald. In de eerste vond ik gegevens in de volgende boeken: David Barrett ed. World Christian Encyclopaedia. Oxford University Press, 1982. Een standaardwerk over de kerkelijke situatie in alle landen ter wereld. (Een beetje bibliofiel moet bij zo'n onvolprijsbaar boek hard bidden niet in bekoring te worden geleid! Bij dat teweerstellen tegen verzoeking helpt de prijs wel mee: plm. f 450,-. Als ik hem had, was het moeiteloos het duurste boek in mijn collectie. Maar goed!)
- Dr. J.A. Hebly, Kerken in Oost-Europa. Ten Have, 1975
- Trevor Beeson. Discretion and Valour. Religious Conditions in Russia and Eastern Europe.
Fontana/Collins.1974
- Friedrich-Georg Hermann. Der Kampf gegen Religion und Kirche in der Sowjetischen Besatzungszone Deutschlands. Quell Verlag. 1966
Vooral de eerste twee hebben veel en goed materiaal, maar, zoals al gezegd, up-to-date kun je ze niet noemen. Toch zou eventuele aanschaf, zeker van het Engelstalige boek, ook nu nog zeer zinnig kunnen zijn.
Temidden van alle artikelen die ik heb gelezen, uit kranten en bladen dus, stak er een met kop en schouders boven de andere uit. Het februari-nummer van 'Religion in Communist Lands' (een werkelijk voortreffelijk blad, uitgegeven door het Engelse Keston College), bevatte een prima 'overzichtsartikel'. Een zekere Arvan Gordon schreef bijna 20 pagina's over 'The Church and Change in the GOR', en dat gaf veel inzicht.

Hoe het was
Eerst wat cijfers betreffende de kerkelijke situatie. De DDR telde tot voor kort 16.699.000 inwoners (opgave in naslagwerk 1989). In dat boek wordt 43% van de bevolking 'Evangelisch-luthers' genoemd, en 5,8% Rooms-katholiek. Barretts monumentale werk, die dezelfde percentages vermeldt, zet dat wat preciezer uiteen: 7.463.900 Protestanten en 1.006.000 Rooms-Katholieken. De 'teldatum' is medio 1980. Die cijfers lijken dus correct.
Het is echter wel de moeite waard te zien of pie getallen significant zijn.
En dat kan de lezer het beste inzien, als er cijfers van vroeger naast!
tegenover worden gezet. Dan merk je al gauw hoe vroeger de aantallen gelovigen veel hoger lagen. Zo meldt Hermanns boek uit 1966 dat er "van de 17.100.000 inwoners 15 miljoen van de Evangelische Kerk lid zijn, en 1,9 miljoen tot de Katholieke Kerk behoren." (a.w. p. 11) Als ik die cijfers betrouwbaar mag achten (wat ik op geen enkele manier kan beoordelen), is het aantal 'Evangelischen' zeer drastisch teruggelopen in de laatste veertig jaren. Is dat mogelijk?
Het antwoord op die vraag lijkt 'ja' te zijn.
Temidden van een duizelingwekkende hoeveelheid gegevens vermeldt Barretts ongelooflijke boek b.v. dat in de stad Leipzig in 1949 5700 kinderen werden gedoopt, tegen 1400 in 1960; ook het aantal 'confirmaties' nam tussen 1949 en 1959 af, van 6200 tot 840. In de 'AIhalt', een streek van de voormalige DDR nam tussen 1954 en 1963 het aantal kerkelijke huwelijkssluitingen af van 2100 tot 860. Aan het einde van de jaren '60 hadden 740 van de 1800 gemeenten in Saksen geen predikant of pastorale bearbeiding.
En ga maar door! Overal blijken de sporen van een geweldige teruggang, die voor een deel zeker door de 'druk van de overheid' is teweeggebracht.

Hoe het ook was
De Evangelische Kerk in de DDR (Luthers dus) kende 8 (zeg maar) Landeskirchen: Anhalt, Berlin-Grandenburg, Pommeren, 'Provinz Sachsen', Mecklenburg, Silezië, 'Sachsen-Land' en Thüringen. In Hermanns boek, uit de jaren '60, lees ik dat er 7000 gemeenten waren met 5300 mensen in de geestelijke stand. Verder zijn er volgens die opgave 55 ziekenhuizen, 328 bejaardentehuizen, 1000 'Gemeindepflegestationen' en 200 tehuizen, o.a. voor moeders en hun kinderen.
Dat geeft al een heel interessant beeld: een groot stuk van het sociale werk in de DDR was in handen van de Kerk, en is dat in al die jaren van communistisch regime ook gebleven.
Uit andere bronnen is me te verstaan gegeven dat in dezen de kerk in de DDR in een volstrekt unieke positie verkeerde. Nergens in de landen achter het IJzeren Gordijn viel er iets vergelijkbaars te melden.
De DDR, die officieel op 7 oktober 1949 werd geproclameerd, verleende aan de Kerk dus duidelijke privileges. Arvan Gordons artikel signaleert dan ook een ,,'gentlemanIy' quality" die de andere Oosteuropese staten en de USSR missen.
Duidelijk is, stelt Gordon, dat ook in de DDR gelovigen zware straffen hebben gekregen op heel wankele beschuldigingen. Er is ook naar de gelovigen toe een heel arsenaal aan smerige streken gehanteerd. Toch "zijn er geen kerkleiders vermoord of naar werkkampen gestuurd ...
Lastige 'dissidenten' mochten (voor een bepaald geldbedrag) naar het Westen vertrekken en werden niet aan foltering blootgesteld."

Betrokken
Of het volgende de reden of het gevolg van bovengenoemde situatie is valt niet zo snel te zeggen, maar de Christenen in de DDR hebben zich vaak sterk 'betrokken' opgesteld t.O.V.de Oostduitse samenleving.
Dat begon al meteen na de Tweede Wereldoorlog, toen de kerkleiders een door het Nazi-bewind aangetaste kerk moesten gaan herbouwen.
Bij de meeste kerkleiders was er een sterke tendens aanwezig geweest om zich tegen het regime van Hitier te verzetten. Een aantal van hen had met Communistische voormannen vastgezeten, wat weliswaar tot wederzijds begrip aanleiding had gegeven maar zeker niet tot wederzijds vertrouwen! Toch hadden kerkleiders zich willen distantiëren van al te rabiaat anti-communisme. Gordon opnieuw, over de hele periode van het bestaan van de DDR: "De meeste kerkleden hebben zich op het standpunt gesteld dat er wezenlijk verschil bestaat tussen het Nazisme en het Communisme. Met het eerstgenoemde is elk vergelijk onmogelijk.
Ook met de fundamentelè ideologie van het laatstgenoemde is een compromis ondenkbaar. Het was echter een andere zaak, als het ging om het praktische beleid van de SED; bepaalde dingen die ze deden waren ronduit slecht, bij andere moest je constateren dat ze door misverstanden waren ingegeven, maar er waren ook dingen die hun verdienste hadden. De kerk heeft de plicht om zich teweer te stellen tegen wat verkeerd is, maar ze moet elke tendens die goed is positief oordelen en aanmoedigen. Die zienswijze is lang samengevat in de uitdrukking "de Kerk in het Socialisme"
(of 'kritische solidariteit')."
Voorbeelden van de verschillende houdingen vinden we in de houding van alom gerespekteerde kerkleiders als Otto Djbelius en Albrecht Schönherr. De ook onder ons bekend geworden Dibelius zei in een boek uit 1964 onder andere dit: "Na lang nadenken heb ik, als man van 70, geleerd om tegen het Communisme en alwat dat denkt en doet 'nee' te zeggen ... Ik heb dat geleerd te doen, niet op politieke gronden, maar omwille van het Christelijk geloof." Dat is geen onduidelijk geluid ...
Anderzijds heb je mensen als bisschop Schönherr, die persoonlijke contacten had met SED-Ieider Erich Honecker. In een belangrijke ontmoeting, die plaats vond op 6 maart 1978, werd officieel een nieuwe relatie tussen 'Kerk en Staat' geregeld, die voor de Kerk zeker niet alleen nadelig was. Schönherr zei daarover later: "de toetssteen voor de verhoudingen tussen Kerk en Staat is de ervaring van de doorsnee Christelijke burger op de plaats waar die woont." Gordon zegt er met nadruk dit bij: "De kerkleiders die zich inspanden voor de benadering van 'de Kerk in het Socialisme' zoals Heino Falcke, Werner Krusche en Albrecht Schönherr waren geenszins bevlogen idealisten of zwakke collaborateurs.
Zij kenden de valkuilen, en kwamen met vrijmoedigheid op voor de noden van de kerk."

Tenslotte
De Kerk is de hele geschiedenis van de DDR door de - enige - vrijplaats geweest voor mensen, die geen communisten waren. Dat is het duidelijkst gebleken tijdens de gebeurtenissen in Leipzig, Berlijn en al die andere steden, waar in oktober en november '89 demonstraties begonnen in de kerken. Toen bleek het enorme prestige dat de Kerk in de Oostduitse samenleving bezat. Dat is ook tot uitdrukking gekomen in de zeer belangrijke plaats die een aantal predikanten in het laatste onafhankelijke Oostduitse bestel innamen.
Mensen als Rainer Eppelmann, een 'dissidente' predikant, die een ministerspost in het kabinet-De Maizière bezette; die echter ook tot grote woede en verbijstering van 'links-radikaal' neigende medestanders - zich uitsprak voor een snelle hereniging van de beide Duitslanden.
(De vraag "hoe kijkt u tegen de 'Wiedervereinigung' aan?" lijkt nog steeds een soort 'lakmoestest' bij het beoordelen van de 'ligging' van Oostduitse predikanten en anderen!)

Het lijkt dus onweerlegbaar dat de Kerk in de Oostduitse samenleving een hoge mate van krediet en respekt bezit. Daarmee is echter niet gezegd dat de kerken zondag aan zondag stampvol zitten. De demonstranten van vorig jaar, die de kerkgebouwen deden uitpuilen, zijn na de 'Wende' weer massaal weggebleven!
Ze hebben hun blik kennelijk toch op iets anders gericht dan op het Evangelie ... En in interviews klaagden predikanten ook dat een ware 'verplaatsingswoede' gelovigen en ongelovigen heeft aangegrepen.
Nu het na zoveel jaren mogelijk blijkt, zijn ze niet te hóuden: in hun Wartburg of Trabi reizen ze langs 's Heren wegen. En elk weekend zijn ze weg. Of dat een voorbijgaand verschijnsel is, de tijd zal het leren.

Ook goed om te memoreren hoe Oostduitse predikanten en kerkleiders hebben gesméékt om bi ijvend contact, ook vanuit ons land. De te verwachten moeiten met de kerkelijke 'Wiedervereinigung' zijn ook zo dat men zich niet eenzijdig aan alleen de Westduitse kerken wenst te binden. Eén zo'n voorbeeld van heel nuttig contact tussen Oost-Duitsland en ons, dat via de 'Stichting Sophiaziekenhuis Weimar' is geïnitieerd, verdient nadere vermelding in ons blad. Maar dat zou moeten komen van mensen die daar deze zomer hebben gewerkt.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief