Johannes de Doper (1)
1990-11-23
Het is zinvol om in de eerste week van Advent ons bezig te houden met de voorbereider. Zo heet Johannes de Doper immers in de bijbel, de Voorbereider van de Here Jezus. Hij is de stem van één die roept in de woestijn: bereid de weg des Heren, maak recht zijn paden.- Jaargang 34
- nummer 24
Johannes is dat ook nu nog. Hij staat aan de ingang van het evangelie om er op te letten dat niemand zomaar naar binnen loopt, zonder geestelijk entree-biljet.
Maar, zegt u, de toegang is toch gratis? "Komt allen tot Mij die vermoeid en belast zijt en Ik zal u rust geven". Dat betekent toch dat er geen voorwaarden vooraf vereist zijn? Zeker!
Toch durf ik zeggen dat een mens die tot de Here Jezus komt, aan één voorwaarde moet voldoen. Hij moet zijn trots afleggen. Je kunt te trots zijn om in de Heiland te geloven en je kunt te trots zijn om naar de kerk te gaan. Je kunt daarvoor te hoog in de boom zitten, het teveel met jezelf getroffen hebben. Niet God legt jou dan iets in de weg, maar je staat jezelf in de weg.' Zeker, dat hoeft dan nog niet te betekenen dat je een onaangenaam mens bent. Je kunt dan nog wel een bepaalde welwillendheid bezitten.
Zo zelfs dat je de Heiland een kans geeft, een eerlijke kans. Dat je zegt: Hij zou toch nog best eens iets kunnen zeggen waar ik wat aan heb en waar ik wat mee kan.
Naar Johannes de Doper zijn ook heel wat welwillende mensen gekomen.
Farizeeërs en schriftgeleerden uit het joodse volk. Maar toch kregen die van hem de wind van voren, omdat ze niet echt ernst maakten met het Koninkrijk van God waar de Doper het over had. Omdat ze zelfgenoegzaam waren, tevreden over hun leven zoals zij dat leidden. Ze waren te zelfvoldaan om daar echt verandering in aan te brengen. Dat hoefde niet, vonden ze. Ze waren goed genoeg.
Johannes de Doper is de man die ons helpt om in de juiste houding naar de Here Jezus te gaan. En dus ook: die ons helpt in een goede gesteldheid van het hart het Kerstfeest te vieren. In die zin is hij de wegbereider.
Ook nu.
Paulus heeft ergens van de wet gezegd dat die een tuchtmeester tot Christus is (Galaten 3:24). Dat kun je van Johannes de Doper ook zeggen: een tuchtmeester was en is hij tot Christus.
Zo'n tuchtmeester was in vroeger tijd een slaaf die de kinderen van het huis de nodige dingen bijbracht, zodat die te zijner tijd als welopgevoede jonge mensen het ouderlijk huis konden verlaten. Zo is Johannes de Doper de man die ervoor moet zorgen dat wij niet als ongelikte beren met het evangelie omgaan.
Dat wij de goede boodschap van Gods genade in Christus niet te schande maken.
En hier aangekomen wil ik nu een misschien onverwachte vraag stellen.
Hoe komt het dat we op het zendingsveld die tuchtmeester nergens tegenkomen?
Voor Paulus uit heeft niet een Johannes de Doper gelopen om de weg van het evangelie voor te bereiden.
Paulus, en alle andere zendelingen na hem, ook Willibrord die we in deze tijd herdenken als de man die in onze streken het evangelie heeft gebracht en de kerk heeft gesticht,zij zijn gewoon met de verkondiging van de goede boodschap begonnen, zonder een Johannes de Doper als voorbereider. En dat onder de heidenen!
Dat wil zeggen: onder de mensen die - zouden wij zeggen! - toch zeker zo'n voorbereider nodig hadden.
Want heidenen, dat zijn toch ongelikte beren?
Maar nee, niets daarvan. Zonder Johannes de Doper deed Jezus bij die heidenen zijn intrede. Vindt u dat niet vreemd en opvallend?
Heeft de figuur vat'! Johannes de Doper dan misschien iets eenmaligs gehad? Hadden soms alleen de mensen van toen en daar hem nodig?
En is dus zijn gestalte alleen maar van historische betekenis?
Hier dreigt een treurig misverstand.
Dat we namelijk gaan zeggen: ja, kijk, die Joden van toen, hè, die waren zo trots dat ze een Johannes de Doper nodig hadden om hen een toontje lager te laten zingen. Want hoor maar eens, hoe deze boeteprediker tegen hén te keer gaat. "En beeldt u niet in dat gij bij uzelf kunt zeggen: wij hebben Abraham tot een vader, want Ik zeg u dat God bij machte is uit deze stenen Abraham kinderen te verwekken" (Matth. 3:9).
Juist, zeggen wij, hier zie je nu in alle duidelijkheid hoezeer de Jóden de prediking van de tuchtmeester nodig hadden. Voor ons, heidenen van oorsprong, is dat blijkbaar overbodig geweest. Want kijk het maar na, daar lees je niets van, dat een Paulus, of een van de andere predikers van het evangelie in de wereld, door zo'n bulldozer als een Johannes de Doper vooraf is gegaan.
Een treurig misverstand noem ik dat. Want u moet niet zeggen: het waren speciaal de Joden die door de Doper van hun trots en zelfvoldaanheid afgeholpen moesten worden. Nee, het zijn de doorgewinterde kerkmensen naar wie God zulke figuren stuurt. De Joden van toen waren de kérkmensen van die tijd. De mensen die om zo te zeggen aan God en de bijbel gewend waren. Maar ... die van God en de bijbel toch niet meer koud of warm werden. Die het allemaal gewoon waren gaan vinden dat ze volk van God mochten zijn. Die zeiden: God mag blij wezen dat Hij ons nog heeft.
Naar zulke geborneerde en zelfvoldane en trotse kerkmensen heeft God de figuur van Johannes de Doper gezonden. Dat wil dus zeggen dat Johannes de Doper een binnenkerkelijke gestalte is. Buitenkerkelijken en heidenen hebben hem inderdaad niet of minder nodig. Vandaar dat voor een Paulus uit geen Johannes de Doper gelopen heeft. Dat was overbodig.
Waarom? Is heiden-zijn of buitenkerkelijk-zijn dan zo iets positiefs?
Natuurlijk niet! Dat niet nodig hebben zit 'm niet in hun heiden-zijn, maar in hun nieuw-zijn, in hun niet gewend zijn.
Ach, we weten het toch? Als een niet-christen, als een buitenkerkelijke door het evangelie geraakt wordt, dan houdt hij niet op zich te verbazen. Wat? Ik? Wou u zeggen dat God mij aanvaard heeft? Mij bemint? Mijn zonden vergeeft? Nee toch? Verwondering, verbazing, dankbare vreugde.
Nu, bij zo'n instelling is een voorbereider inderdaad overbodig. Wat zou die hier nog aan toe moeten voegen?
Nee, God heeft de voorbereider naar zijn eigen volk gestuurd. Naar die mensen die van ouds aan de klank van het evangelie gewend waren. Zo gewend dat ze over de goede boodschap van Gods liefde waren gaan heenhoren. Tot hen moest Johannes gaan zeggen: de Beloofde komt!, maar vergis je niet in Hem! Hij is niet de vlag op jullie schip, maar Hij is de bijl aan jullie boom. Hij is niet de schuur voor jullie koren, maar hij is de vlam voor jullie kaf. Hij is niet de kroon op jullie werk, maar hij is de streep door jullie rekening.
Ik denk dat God ook vandaag de boodschap van de Doper vooral in de kerken wil laten klinken. Om te bewerken dat dáár weer een sfeer van verootmoediging en echte verwachting zal komen. Van verwonderde vreugde over de komst van de Zaligmaker.
Onthoud het maar: Johannes de Doper is een bij uitstek binnenkerkelijke figuur die een boodschap heeft aan een volk dat noodlottig gewend is geraakt aan het evangelie van Gods genade.
1 Middagpauzedienst in de Engels Hervormde kerk op het Begijnhof te Amsterdam op woensdag 29 november 1989.