Zending
1990-11-23
Liturgie en zending (3)- Jaargang 34
- nummer 24
Dat de zondagse eredienst en het zendingswerk onlosmakelijk met elkaar verbonden zijn, mag na wat ik daarover in de vorige afleveringen van deze korte serie heb opgemerkt, duidelijk zijn. Toch is het goed er nog een keer op door te gaan. Want is het wel gebruikelijk onder ons de eenheid tussen zondagse eredienst en ons leven door de week in de wereld te belijden (Zondag 38), die tussen eredienst en zending is toch vaak minder vanzelfsprekend, terwijl het van levensbelang voor de kerk is die eenheid niet alleen in theorie toe te stemmen, maar ook in praktijk te beleven.
Zendingsloze eredienst
Laat ik een paar gevaren noemen die de kerk bedreigen, wanneer wij in de kerk 's zondags de zending eigenlijk uit het oog verliezen.
De God die wij in de eredienst ontmoeten is dezelfde die ons uitzendt de wereld in. God gaat met zijn volk om in de eredienst, maar Hij gaat ook met dat volk op weg de wereld door de Toekomst tegemoet. En op die tocht ontmoeten we de volkeren die voor hun behoud met ons mee achter God aan die Toekomst tegemoet moeten gaan. Zending is het instrument dat God gebruikt om die volkeren achter Hem aan te laten aansluiten. Breken we zending en eredienst uiteen, dan houden we een introverte eredienst over, waarin de kerk heilsego"istisch met zichzelf bezig is en zich alleen bekommert over eigen problemen. Geen denkbeeldig gevaar helaas, zoals uit de kerkgeschiedenis kan worden aangetoond.
Ook de eenheid van Gods werk wordt zo verbroken.
Een ander gevaar is dat zending niet gezien wordt als een opdracht aan de samengekomen gemeente als geheel. Er zijn een paar specialisten ver weg bezig met dat werk, en hobbyisten in eigen omgeving in wat we dan evangelisatie noemen. Maar dat zending werk is aan allen gemeenschappelijk en zo ook aan ieder persoonlijk opgedragen, ontgaat ons nogal eens. De onlosmakelijke band tussen eredienst en zending bepaalt ons er bij dat zending net zo belangrijk is voor een kerk als de kerkdienst.
Het is jammer dat in Zondag 38 van de Heid. Cat. het verband met de zending niet wordt gelegd. Gelukkig legt ze wel een verband tussen de kerkdienst en het christelijke leven door de week! Wat een rituele onzin om zondags naar de kerk te gaan maar de rest van de week je geloof thuis te laten! Even onzinnig is het zondags God te ontmoeten in de eredienst om verder door de week aan het christelijk getuigenis in de wereld in zending en evangelisatie niet te denken!
Een derde gevaar moet gesignaleerd worden: zending kan gedaan worden alsof het een menselijk projekt is. Het wordt een zaak van goede planning en organisatie, voldoende financiën en mankracht, de juiste methoden en benaderingswijzen.
Een beetje meer van dit en een beetje meer van dat, en dan zal voor het jaar 2000 de zendingsopdracht zijn voltooid. En natuurlijk mogen we al deze en andere zaken niet verwaarlozen.
Maar de eenheid tussen eredienst en zending leert ons dat zending Gods werk is dat Hij zelf doet door zijn Geest, en dat wij daaraan door zijn genade mogen deelnemen.
Zending is een voorrecht aan de kerk en geen recht van de kerk.
Dat houdt ons ook nederig, een onmisbare houding voor wie zendingswerk wil doen. De God die ons in de eredienst ontmoet, en met ons op weg gaat de wereld door, zet ons ook aan het zendingswerk en houdt het gaande door zijn Geest.
Zendingsgerichte eredienst
Tenslotte een paar praktische opmerkingen over de vraag hoe we in onze liturgie aan deze eenheid tussen eredienst en zending vorm kunnen geven, zodat we er nadrukkelijker bij bepaald worden dat zending er helemaal bij hoort, bij het kerkzijn en bij ons leven in de wereld.
In het kader van de voorbede voor zending - en evangelisatie, want een werkelijk verschil is er nietzou er informatie gegeven kunnen worden, zodat er konkreet gebeden kan worden. Gebedsbrieven kunnen gelezen worden, wanneer er voor de zending gebeden wordt; of wanneer er voor lokaal evangelisatiewerk gebeden wordt, zou daar eerst iets over verteld kunnen worden, misschien door iemand die daar aan mee doet. In de dienst der voorbeden kan heel goed een informatieelement ingebouwd worden zonder dat daardoor afbreuk gedaan wordt aan het karakter van de eredienst.
Hetzelfde geldt natuurlijk voor de dienst der offeranden. We kunnen tegenwerpen dat die informatie in het kerkblad al gegeven wordt; ook al is dat van belang, het gaat ons erom nadrukkelijk gestalte te geven aan de eenheid tussen eredienst en zending. En daar draagt kerkbladinformatie weinig aan bij.
Ook oproepen tot deel name aan bepaalde projekten zouden in dit zelfde kader gedaan kunnen worden.
Informatie over een bepaald zendingsprojekt waar nog medewerkers voor nodig zijn gevolgd door konkrete voorbede zou ons voor een heilzame beslissing kunnen plaatsen: moet ik hier niet op ingaan? De mogelijke vrijblijvendheid van een oproep in de kerkbode is zo te voorkomen.
Ik denk aan de Avondmaalsliturgie.
Kan daarin niet van tijd tot tijd een missionair moment worden aangebracht?
Misschien in de keuze van de Schriftlezingen aan de Tafel, of bij voor- of nabetrachting. Het zelfde geldt ook van de doop: in de formulieren mij bekend wordt aan het verband tussen doop en zending, zo vanzelfsprekend toch, niet zoveel aandacht besteed. Het verbond staat centraal; maar dan kan de zending niet gemist worden, onverbrekelijke twee-eenheid als verbond en zending nu eenmaal in de bijbel zijn. In het dankgebed na de doopbediening zou bij voorbeeld heel verantwoord de relatie met de zending gelegd kunnen worden.
Het zijn maar een paar suggesties om de eenheid tussen eredienst en zending konkreet vorm te geven. Die eenheid is van wezenlijk belang en voor de eredienst en voor de zending.
Zending komt op uit de eredienst van de kerk en mondt daarin weer uit. En die beweging blijft gaande tot de beloofde Toekomst aanbreekt.