Goede voornemens
2011-01-07
Ik ben niet iemand die bij de start van een nieuw jaar een lijstje met goede voornemens paraat heeft. Ik rook niet, dus ik hoef er ook niet mee te stoppen. Een glas wijn schuw ik niet, maar mijn alcoholgebruik blijft binnen de perken. Voor mijn woon-werkverkeer kies ik vaak de fiets en bovendien speel ik badminton, dus mijn lichaam hoeft niet te klagen over een gebrek aan beweging. Toch is het goed om op de grens tussen twee jaren weer eens na te denken over wat belangrijke zaken zijn voor de komende tijd.- Jaargang 55
- nummer 1
Juist nu is zo'n bezinning geen overbodige luxe. Het Nederland waarin ik als christen leef, is in hoog tempo aan het veranderen. Wie de kolommen van Opbouw regelmatig doorneemt, kan het niet ontgaan zijn dat Nederland een zendingsland is geworden. Ook Gordon zei het in Op Zoek Naar God: Nederland is een ongelovig land.
Dat is het land waarin ik mijn werk doe en met mijn collega's en buren omga, waarin mijn kinderen opgroeien en waarin we samen als leden van de kerk naar onze rol zoeken.
Als ik dan hoor over het zoveelste geval van seksueel misbruik van kinderen, bekruipt mij een gevoel van 'bekijk het maar met z'n allen; dit land glijdt in hoog tempo op een hellend vlak naar beneden; laat mij nou maar bezig zijn met m'n eigen leuke dingen en voor de rest zal het mijn tijd wel duren'. Terecht? Nee, natuurlijk niet. Ik vind het een belangrijke vraag, ook voor 2011: hoe stel ik me als individu op in een ongelovige omgeving als Nederland en hoe doen we dat samen als kerk?
Een mooi aanknopingspunt voor een antwoord op deze vragen heb ik gevonden in mijn trouwe metgezel van de afgelopen twee jaar: het dagboek Tijd Met Jezus van Jos Douma. In het stukje voor tweede kerstdag gaat het over het verschil tussen een huurling en een herder (Johannes 10). Douma geeft aan dat een huurling de schapen hoedt om er zijn brood mee te verdienen, maar een herder houdt van zijn schapen. Tussen de huurling en de herder ligt een scherpe scheidslijn.
Wat typeert mijn houding ten opzichte van mijn omgeving het beste: ben ik huurling? Of ben ik herder? Zal het mij een worst wezen wat er verder met dit land en mijn landgenoten gebeurt of wil ik mijn houding baseren op positieve betrokkenheid, persoonlijke verantwoordelijkheid en bereidheid mijn medemens te wijzen op Jezus Christus? 'Want God had de wereld zo lief dat hij zijn enige Zoon heeft gegeven...' (Johannes 3:16).
Over betrokkenheid op de wereld gesproken! De komst van de goede herder kwam voort uit liefde voor de wereld. Ben ik een huurling of een herder in een seculiere omgeving? Wordt mijn optreden in 2011 gekenmerkt door desinteresse of door een warm hart? Doorgaans heb ik geen boodschap aan goede voornemens op het moment dat er voor miljoenen euro’s aan vuurwerk de lucht in gaat, maar voor 2011 neem ik me voor om wat minder huurling te zijn en wat meer herder. Met Jezus als voorbeeld.
Jan Smit