Christenen en andere religies
2011-01-07
Christenen praten in het algemeen meer in eigen kring over het geloof dan met andersgelovigen. We zouden meer getuigen kunnen zijn in navolging van Jezus die bewogen was met de Samaritanen en hen opzocht en Paulus die met argumenten het gesprek aanging met de Atheners. Een pleidooi dus voor het geloofsgesprek met andersgelovigen.- Jaargang 55
- nummer 1
Afgelopen december vond de Nationale Synode plaats, waarin gelovigen uit allerlei kerken elkaar ontmoetten. Een positief initiatief! Dat kerkmuren niet tot de hemel reiken, werd op hartverwarmende wijze duidelijk. In dit artikel echter pleit ik ervoor om niet alleen met geloofsgenoten contacten aan te gaan, maar ook met andersgelovigen. Meer dan ooit zijn hier vandaag de dag kansen voor. Het aantal moslims in Nederland nadert inmiddels de miljoen. Daarnaast zijn er naar schatting honderdduizend hindoes, vaak mensen met een Surinaamse achtergrond (de zogenoemde hindoestanen). Het aantal boeddhisten is niet precies bekend, maar omdat vele Chinese Nederlanders het boeddhisme aanhangen, zijn het er mogelijk tienduizenden. Andere Chinezen zijn taoïst of confucianist. In deze bijdrage geef ik eerst een korte, persoonlijk getinte schets van een theologische benadering van de niet-christelijke religies. Ik eindig met enkele meer praktisch gerichte opmerkingen en een voorbeeld.
De Bijbel als maatstaf
Als het gaat om de relatie tussen christelijk geloof en andere religies, kom je vaak de volgende redenering tegen. God of het goddelijke, zegt men, is onkenbaar en onuitspreekbaar. Er bestaat geen gezaghebbende openbaring die maatgevend is voor religieuze waarheid. Het hoogste gezag is gelegen in de menselijke ervaring. Alle menselijke ervaringen van God of het goddelijke zijn dan ook even legitiem en relatief even ‘waar’. In feite wordt hier theologie, opgevat als ‘spreken over God’, veranderd in antropologie: uitwisseling van menselijke belevingen van wat men vaag omschrijft als de Uiteindelijke Werkelijkheid. Dit klinkt sympathiek, maar ik ben het er niet mee eens. Naar mijn mening is Gods openbaring in de Bijbel de belangrijkste maatstaf om te bepalen wat (religieuze) waarheid is.
Openbaring
Openbaren betekent het onthullen van iets wat eerder verborgen was, zodat het gezien en gekend kan worden. Zo lezen we in Efeziërs 3:5: ‘Het [mysterie van Christus] is onder vorige generaties niet aan de mensen onthuld, maar nu door de Geest geopenbaard aan zijn heilige apostelen en profeten.’ We zien hier dat het initiatief van God uitgaat. Hij maakt zijn karakter en plannen aan mensen bekend, op een bepaald moment in de tijd. Vroegere generaties wisten nog niet van Christus, maar latere wel.
Dit blijkt ook uit 1 Johannes 1:2 (NBG ’51): ‘… het leven toch is geopenbaard en wij hebben gezien en getuigen en verkondigen u het eeuwige leven, dat bij de Vader was en aan ons geopenbaard is …’ Ook hier komen we het woord ‘geopenbaard’ tegen, twee keer zelfs. De inhoud van deze openbaring is het (eeuwige) leven. Uit de context blijkt dat Johannes hiermee doelt op Jezus Christus. Voor hem, alsook voor de andere Bijbelschrijvers, is deze openbaring niet een product van menselijk zoeken of van menselijke religieuze verbeelding. Nee, ze was aangereikt door God zelf. Kortom, zonder goddelijk initiatief is het onmogelijk Hem te kennen.
Tegelijkertijd geldt dat onze interpretatie van de Bijbel soms correctie behoeft. Immers: God is volmaakt, wij mensen zijn dat niet. Vanuit deze basisovertuiging vat ik hieronder in drie punten samen hoe ik de verhouding tussen de verschillende religies bezie.
Jezus als de Waarheid
Als het gaat om de verhouding tussen het christelijke geloof en andere religies, dan staat voor mij de persoon van Jezus Christus centraal. Hij schroomde niet om naar zichzelf te verwijzen als bron van waarheid, bijvoorbeeld hier: ‘… ieder die de waarheid is toegedaan, luistert naar wat ik zeg’ (Joh. 18:37, NBV). Ik vind dit een fascinerende tekst, temeer omdat het zoeken naar waarheid een drijfveer is in mijn leven. Dit is soms verwarrend. Maar wat mij helpt, is het tweede gedeelte van deze tekst: het luisteren naar Jezus. Hij is het centrum van het christelijke geloof – de Waarheid in eigen persoon! Dat geeft oriëntatie, rust en inspiratie, ook in gesprek met andersgelovigen. Naar mijn overtuiging is niet een boek, maar een persoon - Jezus Christus - het fascinerende middelpunt van het christelijke geloof. Hij is mateloos boeiend, en volkomen uniek. Alleen al in de dingen die Hij over God en zichzelf zei was Jezus anders dan Boeddha, Confucius, Mohammed, of welke profeet of (hedendaagse) goeroe dan ook.
Kwade elementen
Een tweede invalshoek. Ik meen dat machten der duisternis proberen de waarheid over de werkelijkheid - zoals belichaamd in en verkondigd door Jezus Christus - ten onder te houden. In plaats daarvan stellen zij allerlei andere ideologieën en praktijken van zelfverlossing of zelfverwerkelijking als wijs en verlicht voor. We treffen dan ook leugens en kwade, zelfs demonische elementen aan in de verschillende wereldreligies. Die moeten niet worden onderschat of verdoezeld. Denk bijvoorbeeld aan magie, verering van godenbeelden en tempelprostitutie in het hindoeïsme; mensen- en kinderoffers in natuurreligies; zwaar occulte praktijken in het (Tibetaanse) boeddhisme, of moslims die menen via het ontsteken van bommen het paradijs te beërven. Het christendom in zijn historische gestalte kent overigens ook zijn zwarte bladzijden, zoals kruistochten en heksenjachten. Daarom benadruk ik ook steeds dat Jezus de waarheid is en niet de kerk of het christendom.
Leren van andersgelovigen
Een derde opmerking. Er is waarheid en wijsheid te vinden in de verschillende wereldreligies, dankzij Gods algemene openbaring en genadige bemoeienis met mensen. Het is boeiend om hiernaar op zoek te gaan in interreligieuze ontmoetingen. Van boeddhisten bijvoorbeeld kunnen we leren minder materialistisch te zijn en meer begaan met het lijden in de wereld. Confucianisten houden ons een spiegel van beleefdheid en deugdzaamheid voor. Hindoes weten als geen ander wat mediteren inhoudt. Moslims kennen een grote discipline in hun gebedsleven en een diepe eerbied voor God. Joden kunnen ons bemoedigen om te ‘worstelen’ met deze wereld, en met God zelf. Taoïsten hebben soms meer dan menig christen besef van wat ‘overgave’ betekent en wat leven met paradoxen inhoudt. Een natuurvolk als de Hopi-Indianenstam of een populaire film als Avatar waarschuwt ons voor de verstoring van de balans van het ecosysteem waarvan wij deel uitmaken. En zo kunnen we nog wel even doorgaan. Genoemde elementen zijn overigens ook te vinden in de christelijke traditie, maar soms zijn ze buiten beeld geraakt.
Praktische suggesties
Nu wil ik ingaan op de vraag hoe om te gaan met andersgelovigen. Hiervoor gaan we in de leer bij Paulus in Handelingen 17 (zie vers 15 e.v.). Hoe ging hij om met zijn heidense tijdgenoten?
Ten eerste valt op dat Paulus naar de mensen toe gaat, op het marktplein en (later) de Areopagus. Hij interacteert levendig met Joden en Grieken en wie ook maar. Daarbij lezen we niet dat Paulus zegt: ‘Het is een kwestie van geloof’ of ‘Het moet je geschonken worden’, maar hij gebruikt argumenten. Een les voor ons zou kunnen zijn: knoop actief relaties aan met andersgelovigen en probeer met hen inhoudelijke gesprekken te voeren.
In de tweede plaats blijkt Paulus goed op de hoogte te zijn van wat mensen zoal lezen en geloven. Hij gebruikt buitenchristelijke ‘waarheden’ (quotes van bekende dichters) en gaat in op door hem gevonden sporen van geestelijk zoeken (het altaar aan de onbekende god). Dit roept voor ons de vraag op welke waarheden en sporen van existentieel of spiritueel zoeken wij kunnen vinden bij onze gesprekspartners. Denk aan thema’s rondom hoop en verlangen, (verstoorde) relaties, dood en hiernamaals. Opvallend is verder dat Paulus zijn publiek niet vijandig benadert. Ook hierin schuilt een les voor ons. Immers, christenen staan erom bekend dat zij snel klaarstaan met hun negatieve oordeel, in plaats van dat zij zich eerst serieus verdiepen in de opvattingen van andersdenkenden en daarbij positief waarderen en benoemen wat hierin waardering verdient.
Tot slot: Paulus schroomt niet om het gesprek te leiden naar Jezus en diens opstanding. Hiermee riskeert hij dat sommigen afhaken – wat inderdaad gebeurt. Samengevat bestaat de methodiek die wij kunnen afkijken van Paulus uit drie stappen. (1) Wandel door het ‘Athene’ van vandaag: verdiep je in hedendaagse (sub-)culturen en in vragen en interesses van andersgelovigen. (2) Ga relaties met hen aan en voer waar mogelijk op creatieve wijze gesprekken over geloofsvragen. (3) Ga confrontaties niet uit de weg – wees niet te terughoudend met het getuigen over Jezus en de betekenis van zijn leven en opstanding. Bij dit alles mag je open staan voor en blij zijn met alle waarheid, waarden en wijsheid die je bij je gesprekspartner(s) aantreft, aangezien deze (indirect) verwijzen naar en hun vervulling vinden in Jezus Christus.
In gesprek met moslims
In de opleiding waaraan ik verbonden ben, gaan we jaarlijks een week naar Rotterdam om geloofsgesprekken te voeren met moslims. Telkens opnieuw is dit verrassend en leerzaam. Een studente reageerde als volgt: ‘Ik heb het gevoel dat ik tot nu toe in een grot heb geleefd!’ Haar beeld van de islam en van moslims bleek ingrijpend te zijn bijgesteld, in positieve zin. Veel van onze studenten hebben vergelijkbare ervaringen opgedaan. Na afloop beleed iemand in een publiek uitgesproken gebed dat hij vroeger de moslims had geháát. Maar dat tijdens deze week de liefde voor hen was gegroeid. Niet alleen de gastvrijheid van de moslims maakte indruk. Het was vooral hun oprechte, daadkrachtige vroomheid en de parallellen tussen de islamitische en de christelijke geloofsbeleving die zorgden voor veel meer begrip voor en zelfs affiniteit met moslims. Duidelijk werd ook dat verreweg de meeste moslims streven naar goed burgerschap en dat zij lijden onder de negatieve beeldvorming in de media. Dit alles bracht overigens niet met zich mee dat de Persoon en het werk van Jezus Christus werden gerelativeerd, integendeel zelfs. De verschillen tussen islam en christelijk geloof kwamen eveneens scherp in het vizier.
Ik eindig mijn pleidooi met het voorbeeld dat Jezus zelf gaf. Hij ging namelijk juist met hen in gesprek die door de gevestigde geestelijkheid in zijn tijd werden gevreesd, geminacht en gemeden, zoals de vrouw uit Samaria. Voor wie vandaag in Jezus’ voetsporen wil treden, ligt er de uitdaging het geloofsgesprek aan te gaan met de ‘Samaritanen’ van onze tijd!
Drs. R.J.A. Doornenbal is senior opleidingsdocent aan de Academie voor Theologie aan Christelijke Hogeschool Ede en lid van de NGK Ede.