Een kerk ging stuk

1992-09-11
  • Jaargang 36
  • nummer 19
Een kerk ging stuk - G. van den Brink en H.J. van der Kwast

Twee jaar terug heb ik in Opbouw het geschrift van W.G. de Vries besproken over het ontstaan van de Nederlands Gereformeerde Kerken (jrg. 34, p. 299). Nu is wat ik zou willen noemen de tegenhanger hiervan verschenen.
De predikanten G. van den Brink en H.J. van der Kwast beschrijven ook het ontstaan van de NGK. Toch is dit boek bepaald geen overlapping geworden van dat van De Vries.
Op heel wat plaatsen tonen de schrijvers aan dat De Vries met zijn oordeel over (om niet te zeggen: veroordeling van) allerlei mensen en gebeurtenissen er naast zit. Wat de beschrijving van de gebeurtenissen rond de buitenverbandstelling van de kerken in het zuiden betreft lezen we dat deze beschrijving "versimpelend en daardoor misleidend" is (p. 150).
De kracht van dit boek vind ik de dokumentatie: heel wat zaken worden keurig op een rijtje gezet. Ik denk met name aan de doleantie in Beverwijk, de zaak rond ds. B. Telder en wat zich heeft afgespeeld rond de Theol. Hogeschool en de docenten. En minstens zo sterk als de dokumentie is de toon van het boek. Wat proef je hier overduidelijk de liefde voor de HERE en voor zijn kerk. In het hele boek (en ik vind het een wonder) geen verbittering te horen en ook geen enkel triomfantelijk geluid van: kijk maar, wij hebben gelijk.

Integendeel. Bij de moeiten en de beschrijving daarvan klinkt in alles door: Hoe heeft het-kunnen gebeuren?
En ook: mensen die de Here niet afschrijft, kunnen en mogen wij ook niet loslaten. Als ik lees wat ds. Van den Brink schrijft over de moeiten in het zuiden n.a.v. de leer van ds. Telder en hoe hij en de gemeente van Eindhoven werkelijk alles geprobeerd hebben om de gemeentes bij elkaar te houden en hoe dit onmogelijk gemaakt werd, dan kan ik alleen maar blij zijn dat ik dit niet heb meegemaakt. Het is eigenlijk niet te geloven wat er allemaal gebeurd is. In het jaaroverzicht 1981 in het Informatieboekje 1982 schreef ds. ' Van den Brink al: "Een meer gedetailleerde beschrijving van de gang van zaken in het Zuiden zou de haren te berge doen rljzen." Uitvoerig wordt ons bericht over de 'Open Brief' en over de synodes van Amersfoort-West (1967) en Hoogeveen (1969). J. Kooiman beschrijft ons de gebeurtenissen in een heldere en evenwichtige bijdrage. Hij trekt, zoals ook elders in het boek gebeurt, een vergelijking met het optreden van de Dordtse synodevan 1618/1619. Ook vergelijkt hij het met de gebeurtenissen in de jaren veertig, toen de synode stelde dat zij een eigen haar door Christus verleende profetische autoriteit bezat en dat'zij daarom conformering aan haar leerbesluiten mocht verwachten. En hij komt tot de konklusie dat de breuk niet veroorzaakt werd door meningsverschillen, maar door 'synodaal machtsmisbruik' (p. 112).
Hoofdstuk 10 handelt over plaatselijke geschiedenissen. Dit gedeelte vond ik het minst sterke van het boek. Wat er in versehitlendeplaatsen gebeurd is, wordt (uiterst) kort vermeld. Er wordt zo wel een bepaalde lijn zichtbaar, maar ik vraag me af of zo recht wordt gedaan aan de mensen aan beide zijden van de scheuring en aan de gebeurtenissen.

Is het nodig dat dit boek verscheen?
Volmondig zeg ik: Jazeker. De auteurs schrijven in het laatste hoofdstuk dat het boek niet geschreven is "om gelijk te krijgen, maar om het verleden te doen kennen en daarmee de gesteldheid des harten van nederlandsgereformeerden, die door dat verleden zowel gezegend als gewond zijn" (p. 229). Ook hopen ze op een verandering van positie bij "de toonaangevende vrijgemaakte scribenten". En ze menen dat een "verandering van denken" ook zal afhangen van ons. "Als wij meehelpen, uit welk motief ook, om , de geschiedeniS van de jaren 1950-'70 in het vergeetboek te stoppen, zal elke verandering van inzicht uitblijven en dat willen we voorzover het aan ons ligt voorkomen" (p. 10). Ik hoop dat het boek door velen gelezen zal worden binnen en buiten de NGK én dat het velen tot nadenken zal stemmen.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief