De Bijbel tot leven
1992-09-11
De Navigators vormen een interkerkelijke organisatie die o.a. onder studenten actief is. Deze organisatie houdt zich ook bezig met cursussen over christelijke opvoeding. De vele vragen van ouders vormden de aanzet voor plannen om te komen tot een serie boekjes over geloofsopvoeding. Van deze serie is nu het eerste cahier verschenen, een werkboek over bijbelgebruik in het gezin (het volgende cahier zal gaan over het gebed).- Jaargang 36
- nummer 19
Vier gedeelten, 18 auteurs
Het werkboek is breed opgezet. Er staan bijdragen van 18 verschillende auteurs in. In de meeste bijdragen zijn tevens gespreks- en discussievragen verwerkt. Het eerste gedeelte is opgebouwd uit eigen ervaringen van ouders. Een smaakmaker is de prachtige impressie van een gezinssituatie: vader Henk vertelt zijn zoontjes voor het naar bed gaan een geschiedenis uit de bijbel (gelukkig zijn er ook vaders die dat doen). Daarna zingen ze samen een liedje. Moeder Margreet (Margreet van der Graaft, de auteur) probeert nog even een moraal aan het verhaal te verbinden.
"Fout, Margreet! Je hebt het verhaal alweer dubbelgevouwen en platgeperst, voor het tegen de jongens zelf kon spreken".
Het tweede gedeelte geeft suggesties. Het begint met een serie vragen naar aanleiding van het eerste deel (ervaringen van ouders). Daarna een bijdrage met tips, ideeën. In ongeveer 100 woorden per 'leeftijdsgroep' wordt vermeld wat er belangrijk is, hoe je bepaalde onderwerpen bespreekbaar zou kunnen maken. Geen theorie, maar tips uit de praktijk. Natuurlijk komt de kinderbijbel aan bod. De 'ondersteunende verhalen' worden niet vergeten: verhalen voor kinderen van christelijke auteurs (denk bv. in 'Opbouw' aan de bijdragen van Jeannette Westerkamp). "In heel wat gezinnen reizen Ellyen Rikkert al zingend mee in de auto". Tenslotte: welke organisaties zijn er op het terrein van de geloofsopvoeding werkzaam en hebben de beschikking over materiaal?
Het derde deel gaat over het 'Onbevangen bijbellezen' (Jannie van Dijken). Het is een manier van lezen in de Bijbel die we niet zo gewend zijn. Vaak lezen we bekende bijbel gedeelten min of meer gedachteloos. Nu gaat het erom om ons in te leven in de bijbelse geschiedenis en om te associëren. Het vierde gedeelte van het boek is het meest theoretisch van aard: hier vinden we achtergronden. In tegenstelling tot de eerste drie delen vraagt dit om meer studie. Een hoofdstuk behandelt de ontwikkelingsfasen bij kinderen in relatie tot het gebruik van de Bijbel: welke vorm van vertelling past (ontwikkelingspsychologisch) bij welke leeftijd? (Ans Gouman). Een andere bijdrage behandelt op een heldere manier verschillende visies op de Bijbel. (bv. historisch-kritisch en heilshistorisch). Hoe leggen we het scheppingsverhaal uit? Hoe kijken we tegen wonderen aan? De auteur (Nynke Dijkstra) toont aan hoe ons antwoord op kindervragen gekleurd wordt door de manier waarop we zelf naar de Bijbel kijken. Riet Tigchelaar legt (via een interview) hoe ze de door haar geschreven kinderbijbel 'vorm' heeft gegeven. Tenslotte een historische bijdrage (René van Woudenberg) over een bekend christen-pedagoog: P.A. Kohnstamm.
Het gaat niet vanzelf
Christelijke opvoeding is deze tijd allesbehalve vanzelfsprekend. Het gaat ook niet vanzelf. Wie denkt dat het zijn kinderen wel aan komt waaien zal bijna altijd moeten ervaren dat de kinderen een andere weg gaan. Geloofsopvoeding begint in het gezin; ouders zullen zich er aktief voor in moeten zetten: Dat hebben ze overigens bij de (kinder-)doop al beloofd.
Geen handboek
Wie verwacht in dit deeltje alles bij de hand te hebben, heeft het mis. De inhoud is ook lang niet volledig: met 62 bladzijden vul je geen handboek. Daar zit dan tegelijk ook de charme van dit cahier. De auteurs zoeken niet naar een massief opvoedingssysteem: zo is het en niet anders. Dat betekent dat er af en toe een 'open-end' in de bijdragen zit.
Het gaat vaak om suggesties, niet om recepten. Die tijd is geweest; het werkt in onze tijd ook niet. Christelijk opvoeden vraagt wél om overtuigde opvoeders die creatief aan de slag gaan. Dit cahier is een werkboek, dat ook opvoeders aan het werk wil zetten.
Opmerkingen
De auteurs van het cahier noemen hun uitgangspositie interkerkelijk, met een evangelische tint. Af en toe kom je dan ook een voorbeeld tegen dat nederlands gereformeerden minder bekend in de oren klinkt.
In de hoofdstukken waarin het vertellen uit de Bijbel een belangrijke plaats inneemt, zou ik graag meer aandacht willen zien voor het zingen van bijbelliederen. Zingen is twee maal bidden, zegt men wel eens, maar het is ook 2 maal bijbellezen. Kinderen raken soms de draad van de bijbelse verhalen kwijt, maar de liederen die je in je jeugd geleerd hebt, vergeet je niet. Wat dat betreft zijn er prachtige bijbelliederen in omloop. Een andere kanttekening is, dat ik de naam 'Opklaring' wel begrijp, maar hem toch niet zo goed gekozen vind. Dit omdat er eerder een veel verkocht dagboek van Okke Jager onder dezelfde naam op de boekenmarkt verscheen.
Zelf keuzes (kunnen) maken
De auteurs dragen suggesties aan; men wil bewust niet teveel sturen. Men kan zich afvragen of de opzet van dit cahier daarmee niet te hoog gegrepen is. Uit veel bijdragen valt af te leiden dat de auteurs er vanuit gaan dat de lezers zélf keuzen kunnen maken. Het principe spreekt me erg aan. Toch lopen we hier tegen een dilemma aan. De praktijk in de 'gemiddelde gemeente' is vaak weerbarstiger. Zelfs mensen die in de gereformeerde leer 'doorkneed' lijken te zijn, maken in de praktijk van de christelijke opvoeding soms vreemde keuzen. Er wordt dan bv. uit een kinderbijbel gelezen die je onverantwoord zou moeten noemen. Het is opvallend hoe weinig kritisch men soms tot een keuze komt.
De vraag waar je dan tegen aan loopt is: waarom is men weinig kritisch bij de aanschaf van een kinderbijbel? Heeft men niet geleerd om zelf na te denken? Het artikel over kinderbijbels wijst echter geen richting naar bepaalde titels.
Als de diagnose is, dat men wel leiding heeft gehad, maar nog zelf niet voldoende nadenkt, stimuleren de vragen in het cahier het nadenken. Het kan echter ook zo zijn dat men nog onvoldoende op opvoeding toegespitste bagage heeft. Dan kun je je afvragen of het cahier voor de 'gemiddelde' lezer niet té open is. Veronderstelt het niet teveel dat mensen al bewust keuzen kunnen maken? Een voorbeeld is ook het (op zichzelf genomen) bijzonder goede artikel van Nynke Dijkstra: het zet een aantal visies op de Bijbel naast elkaar. Wie meer van haar gehoord (bv. via de EO-radio) en gelezen heeft kent haar principiële stellingname. Uit deze bijdrage kun je de keuzen nauwelijks afleiden.
Wel komen aan het eind van haar bijdrage kernvragen aan bod: het biddend bijbellezen en bijbelonderzoek vanuit het geloof in Jezus Christus. Toch kun je je de vraag stellen of er niet toch wat meer 'gestuurd' moet worden (leiding gegeven). Want hoe gaat iemand, die iedere zondag een bijbelkritische preek hoort, met dit hoofdstuk om?
Nogmaals: de werkwijze van het cahier spreekt me erg aan, het stimuleert het zelfstandig denken. Wel vraagt het om mondige lezers, die al in staat zijn om bewust te kiezen. Dat het zelf léren en kunnen kiezen bij opvoedingsvragen meer dan ooit noodzakelijk is, staat voor mij buiten kijf. Wie alleen maar de opvoeding overneemt zoals hij die van zijn ouders geleerd heeft, loopt vroeg of laat helemaal vast. Het boekje kan dan ook een grote stimulans zijn voor opvoeders om een aantal vragen goed op een rijtje te zetten.
N.a.v. Jannie van Dijken (hoofdredakteur): 'Opklaring', Cahiers voor ch;istelijke geloofsopvoeding.
Deel 1: De Bijbel tot leven. Uitgeverij Kok Voorhoeve i.s.m. De Navigators. Prijs: f 14,90.