De kloof?
1992-09-11
Een verhaal als uitgangspunt, een gelijkenis van de kerk: - Jaargang 36
- nummer 19
"Aan een gevaarlijke kust, waar schipbreuk vaak voorkomt, was eens een eenvoudige kleine reddingspost. Het gebouwtje was alleen maar een hut en er was een boot. Maar de enkele vrijwilligers bij de post waren werkzaam en gingen zo vaak als dat nodig was de zee op. Veel geredde schipbreukelingen en anderen die van dit werk hoorden, wilden het steunen. Ze gaven hun geld, hun tijd, hun kracht aan de reddingspost. Er werden nieuwe boten gekocht en nieuwe bemanningen getraind. De kleine reddingspost groeide. Het gebouwtje werd uitgebreid.
De meeste redders waren zelf schipbreukelingen geweest en wisten wat dat was. Ze zorgden ervoor dat het gebouw echte bedden kreeg en goed meubilair. In de loop van de tijd werd er steeds meer vertimmerd en omdat het daar aan de kust zo'n mooi plekje was, werd dat reddingsstation meer en meer een clubhuis waar het gezellig was en waar redders en geredden elkaar hun spannende verhalen vertelden. Dat was mooi, maar er veranderde wel wat. Het werd knus, te knus. Steeds minder vrijwilligers waren er nog in geïnteresseerd om bij slecht weer de zee op te gaan. Maar geen nood. Voor dat werk werden speciale reddingsbootbemanningen gehuurd. Deze zaak liep immers goed.
Dat geld kon er wel af. Het wapen van de reddingsdienst prijkte nog wel op de voorgevel van het gebouwen in de zaal waar de nieuwe leden werden geïnstalleerd, hing nog altijd een reddingsboot.
Maar toen het eens zwaar weer was en er een geweldige schipbreuk plaatsvond, werden tientallen half verkleumde en natte mensen aan land gebracht. Ze waren vies en ziek. Sommigen hadden een zwarte huid, anderen een gele. Toen ontstond er paniek. Wat moest je met al die mensen in het keurige clubgebouw? Inderhaast werden buiten tenten neergezet en douche-kabines. Op de volgende ledenvergadering ontstond er een scheuring onder de leden. De meesten wilden de reddingsdienst maar liever opheffen. Dat gaf alleen maar ongerief en maakte inbreuk op de normale gang van zaken in het clubhuis. Een minderheid verzette zich: Redden van mensen was toch oorspronkelijk de doelstelling geweest? Maar zij werden weggestemd. Ze konden opstappen en verderop aan de kust een nieuw reddingsstation oprichten. Wie de kuststreek daar nu bezoekt, treft een aantal exclusieve clubs aan langs het strand. Maar het verhaal gaat, dat veel schipbreukelingen tegenwoordig verdrinken".
Doelstelling
Als ik dit verhaal uit heb - en ik heb het meerdere keren gelezen - dan ben ik er altijd even stil van.
Lijkt de kerk echt op deze club, op zo'n vereniging? Ik moet toegeven, ja, vaak wel. En meerderen moeten dat met mij toegeven. Vandaar ook dat gesprek in Hijlaard over "de kloof". In de term van het verhaal kun je zeggen: er zit een diepe kloof tussen de oorspronkelijke doelstelling van de kerk en hoe de kerk geworden is. Als we die kloof willen overbruggen, moeten we, denk ik niet direct aan de praktijk gaan sleutelen. Laten we maar eens beginnen ons de oorspronkelijke doelstelling van de kerk binnen te brengen. Ja, ik denk dat we nog iets verder terug moeten gaan: laten we ons eerst weer eens bewust worden van het feit, dat we zelf gered zijn. Gered uit de doodszee die de wereld zonder God is, gered uit de zee van schuld en onrecht en onvrede. Want daar ergens begint de praktijk. Uit het besef gered te zijn, groeit de solidariteit met de schipbreukelingen.
Het past bij de verwording van de reddingspost, als we over het geloof denken in termen van dat het ons troost en sterkt, dat het ons helpt en rijker maakt. Het kan toch niet anders dan dat wie getroost is, zelf trooster wordt; wie sterk geworden is, zwakken ondersteunt; wie rijk geworden is, uitdeelt van haar rijkdom? Ik vraag me af of we in de bijbel wel tegenkomen, dat je in de kerk vaak kan horen dat het zo verschrikkelijk moeilijk is om een goed christen te zijn. Wij denken vaak, dat we er ontzettend ons best voor moeten doen om navolger van Jezus, de Redder, te worden. In de bijbel lees ik ook iets van een belofte in: jullie zijn het zout der aarde; jullie zijn het licht van de wereld, Ik ben de wijnstok en jullie zijn de ranken. Er staat niet: je moet heel erg je best doen om een rankje te worden! Nee, het heeft iets vanzelfsprekends: wie bij Jezus hoort, groeit aan Hem en zal vruchten dragen! Ik weet wel, dat we nog hele gesprekken zouden kunnen voeren in de kerk over de theorie en de praktijk van het christendom. Maar ik denk, dat we een heel eind op weg zijn met een brug over de kloof, wanneer we allemaal uitgaan van de "oorspronkelijke doelstelling": redden van mensen, achter de Redder Jezus aan.
C. Kat
(overgenonen uit de “Friese Kerkbode").
Wij hebben dit boeiende en o.i. veelzeggende artikel overgenomen via het 'GEREFORMEERD KERKBLAD voor Drenthe en Overijssel". Hier wordt de kern geraakt van het echte kerk-zijn! We zullen in woord en daad steeds weer moeten terugkeren naar de originele bedoeling van onze Here Jezus Christus. De Kerk is van Hèm, van Hèm helemaal en van Hèm alleen! Hij kocht haar met zijn bloed. 0 zeker, daar is de niet te verwaarlozen of te onderschatten werkzaamheid van de Vader en de Geest, maar de Schriften presenteren ons de gemeente Gods met name als het lichaam van Jezus. Hij zet de lijnen uit voor de ontwikkeling van zijn kerk. Hij wijst concrete wegen aan voor de innige beleving ven de nauwe band aan Hem en aan de broeders en zusters in de gemeenschap der gelovigen. Dan voel je je niet beklemd, maar bevrijd!En dat gaan anderen dan aan je merken. Dat lokt hen om óók hun leven te geven aan de Christus aan Wie alle volmacht geschonken is in hemel en op aarde. Dan breidt de reddingsbrigade van het Koninkrijk der hemelen zich uit. Want:
"Die uit genade ons behoudt te allen tijd, is hier en overal een helper die bevrijdt". (Gez. 44 :2B. NLB)