Boekbespreking

1989-05-12
  • Jaargang 33
  • nummer 10
Dogma's - wat doe je ermee?

Prof. J. Kamphuis 'Dogma's- wat doe je er mee?"
39 bladz., f 10,- Uitgave Vijlbrief, Haarlem.

Dit dunne boekje is "geschreven met het oog op de jeugd in de kerk.
Het is een bewerking van een toespraak, gehouden voor jongeren, die mij (zegt de schrijver in het woord vooraf) de vraag voorlegden: Staan dogma's de persoonlijke geloofsbeleving niet in de weg?" (5) 'Dogma', dat is kerkelijke leeruitspraak, al dan niet neergelegd in de belijdenisgeschriften; althans naar de opvatting van de auteur. Welke plaats hebben die belijdenisgeschriften en kerkelijke uitspraken in de persoonlijke geloofsbeleving?
In dit geschrift komt eerst aan de orde de verhouding van H. Schrift en belijdenis en daarna volgt een schets' van het dogma als - waarschuwingsbord in het geloofsverkeer; dienend de rechte geloofsbeleving en waarschuwend voor wildgroei, die hier juist het goede gewas zo makkelijk kan verstikken; - notenschrift bij de muziek van het geloof: het dogma geeft de noodzakelijke structuur aan de geloofsbeleving; - het koorlied van het geloof: het persoonlijke ingebed in de gemeenschap, het lichaam van Christus; - het antwoord op Gods Woord: staande onder dat Woord, er radicaal afhankelijk van, het manifesteert de geloofsomgang van 'de kerk van alle tijden' met de God der eeuwen en tenslotte - het 'amen de kerk', het in vreugde méé belijden.
Een waardevol boekje, dat juist in deze tijd met hang naar individualisme en overmatige nadruk op 'het ik', leert hoe je als lid van Christus' gemeente" samen mét die gemeente, de grote werken Gods belijdt.
Een voluit pastoraal geschrift.
Echter, en dat moet er wel direct bij gezegd, lees het met een critische instelling. Omdat het uit vrijgemaakte kring komt? Beslist niet, maar omdat de hooggeleerde schrijver m.i. te weinig onderscheid maakt tussen dogma (kerkelijk belijden) en dogmatiek (wetenschappelijk bezig zijn met wat de HERE in Zijn openbaring geeft). Zo spreekt hij bijv. over 'een tot dogma verheven theologische leer' (10), over 'de taal van dogma en confessie' (19), over theologische en dogmatische opinies (38), al met al geen helder en zeker niet altijd duidelijk woordgebruik. Zit daar achter een óverwaarderen van de theologie?
Je vraagt je bij lezing en herlezing af of voor de belijdenis niet een té grote plaats in de geloofsbeleving is ingeruimd. Zij toch is tot stand gekomen in de strijd tegen dwalingen, die zich in de loop van de eeuwen in de kerk manifesteerden. Daardoor mist zij soms in haar formuleringen wat vandaag ons als leden van Christus' gemeente direct aanspreekt.
Dat is niet erg, als de schapen de stem van de Herder maar horen en Hem volgen. Die stem is het één en al en daarbij kán en mag de belijdenis zeer goede diensten verlenen. Gezien de beperkte doelstelling van deze studie is het wel verklaarbaar dat er ook een zekere óverwaardering van het belijden lijkt te zijn.
Tenslotte: de schrijver is ruim in zijn tekening van geloofsleven met de belijdenis als steun. Zó ruim, dat hij het 'Ik ben van Paulus, ik van Apollos, ik van Kefas' uit 1 Kor. 1 'binnen de ene cirkel van het geloof dat we samen belijden en samen uitzeggen en uitzingen in deze wereld' (26) verantwoord acht. Waarom moesten we dan ruim tien jaar geleden terzijde gezet worden? Ook in onze kerkelijke kring zingen we het 'koorlied van het geloof' graag mee!
Jammer is dat een vrij groot aantal drukfouten het keurig uitgegeven boekje ontsiert.
J.D. Houtman, Apeldoorn.

Het Hooglied van de vreze Gods en het Hooglied der liefde
Zo zou je de beide boeken Prediker en Hooglied kunnen typeren, die door ds. F. van Deursen fijn worden uitgelegd.
De Prediker is 'Das Hohelied der Gottesfürcht', zoals Franz Delitzsch schrijft en niet 'Das Hohelied der Skepsis', zoals Heinrich Heine het typeerde. Nee, want de Prediker is geen scepticus, evenmin een pessimist, trouwens ook geen optimist, maar een realist, zoals Van D. schrijft. Ds. v. D. ziet Salomo als de schrijver van beide boeken Prediker en Hooglied. De argumenten, als zou de taal uit een veel jongere tijd stammen als ook, dat Prediker zegt, dat hij koning was en niet is, te Jeruzalem, 1:12, en dat hij rijker in wijsheid geworden is dan allen, die vóór hem over Jeruzalem geregeerd hadden, 1:16, terwijl vóór Salomo er slechts één koning geregeerd had, nl. David, hebben hem niet overtuigd en wijst Ds. v. D. geargumenteerd af.
Toch zijn er genoeg bijbelgetrouwe uitleggers, die toch meer voelen voor een latere tijd en ik zelf voel er ook wel wat voor, gezien de hele achtergrond van een tijd als beschreven in het boek, waarin de hele samenleving ontbonden lijkt, alles op drift is en de vragen naar de zin van het leven en alle dingen gesteld worden en de angst, dat alles vruchteloos zou zijn, met onweerstaanbare kracht zich gelden laat. Waarom ook in onze tijd het boek Prediker weer zo de aandacht krijgt en zijn vragen voor ons zo herkenbaar zijn. Mij dunkt, dat de tijd van Salomo met zijn 'vrederijk' niet zo goed past.

IJdelheid het sleutelwoord
Ds. v. D. laat zien, hoe het woord 'ijdelheid', het sleutelwoord van het boek is. Het komt van de 72 keer in de bijbel, 37 maal in ons boek voor!
De betekenis is niet slechtheid of boosheid, evenmin pronkzucht, maar vergankelijkheid, vruchteloosheid.
In 't Hebreeuws is het woord 'hèbel; dat allereerst betekent ademtocht, zuchtje wind en dan beeld wordt voor alles wat vergankelijk is, maar ook voor alles wat vruchteloos is.
IJdelheid der ijdelheden wil dan zeggen het toppunt van vergankelijkheid en vruchteloosheid.
In het hele boek stelt de Prediker dat thema aan de orde. Bij zijn zoeken naar wijsheid (hst. 1), het proefondervindelijk genieten van wijn, het vergaderen van grote rijkdommen enz. (hst. 2).
Hij ziet de omgekeerde wereldorde, de verdrukking onder de zon en dat het de rechtvaardige vergaat als de goddeloze en omgekeerd; en dat vorsten te voet gaan en knechten te paard. Er is geen verschil tussen het einde van de wijze en rechtvaardige en dat van de goddeloze dwaas, de dood is de grote gelijkmaker. Dat alles maakt zo moe. Predikers boek is één schreeuw om de Christus.
Ja, want zijn slotsom is niet: leef nu maar verder raak, zonder God of maak er een eind aan, maar het slotwoord is: vrees God en onderhoud zijn geboden. Want de Prediker kent God en die "God is Jahwe, die met Israël zijn verbond had gesloten en die wij nu mogen kennen als de God en Vader van onze Here Jezus Christus. En alle wijsheid, die de Prediker als wijsheidleraar geeft is toch altijd weer toegepaste vreze des HEREN". (pag. 16 en 17).
Ook voor de EO heeft ds. v. D. dit boek Prediker besproken en in Apeldoorn en Wezep hebben de gemeenten van zijn preken uit dit bijbelboek genotenl Hij geeft fijn onderwijs in de Schriften, zodat je met het Woord vandaag goed uit de voeten kunt.
Een paar vragen had ik. De eerste n.a.v. wat Ds. v. D. schrijft in hst. 2:15 (pg. 42) en in 8:2-4 (pg 124-
127). Ds. v. D. keert zich daar tegen alle revolutionair idealisme in de politiek en in de kerk. Accoord 1 En inderdaad 'zullende wijzen liever de binnenkamer betreden dan de barricaden beklimmen'. Maar ik zou wat sterker benadrukt willen zien de geoorloofdheid van profetische verontwaardiging over en het tekeer gaan tegen het vreselijke onrecht, waarbij overheden (Iran, Chili), hun onderdanen als slaçhtvee behandelen. En kan gelovig verzet tegen de bezetter in oorlogstijd niet een uiting zijn van de 'vreze des HEREN'? Mooie dingen schrijft Van D. over het genieten van het leven met de vrouw, die je liefhebt, over het plezier maken in de o zo korte jeugdjaren. "loop niet aan de bloemen op je pad voorbij, geniet van een maaltijd, een wandeling, een stukje muziek, van een uitje. Dat alles als heilzaam medicijn tegenover het jagen door de moderne mens, die zich nergens tijd voor gunt." Maar als Van D. dan schrift dat je 'best eens een dutje mag doen' overdag, is het dan niet ietwat burgerlijk, wat hij als ideaal stelt? Ik zit toch dan met de vreselijke problemen van de derde wereld, met al die grote en kleine mensen, die nooit aan het genieten toekomen en dat zijn toch ook schepselen, met ons naar het beeld Gods gemaakt!

Het Hooglied der liefde
Sprak Ds. v. D. over Prediker als over "het levensleerboek, vooral voor jonge mensen", en terecht,het Hooglied is een boekje, dat een bundel liefdesliedjes bevat. Dit boek laat de erotische zijde van de liefdesgemeenschap zien. Maar het bestaan van het verbond van God is de basis en de bron van wat het Hooglied ons leren wil.
Naast een bundel liefdesliedjes wil het boek zijn een leerdicht voor verliefden, verloofden en gehuwden en niet alleen maar verstrooiingslectuur en is het een protestsong tegen Kanaänietische smeerlapperij. Maar niet alleen tegen Kanaänitische verbeestelijking, doch ook tegen gnostieke vergeestelijking. (pag. 184-187).
Je moet lezen, hoe mooi Ds. v. D. er over schrijft en dat het Hooglied helemaal niet preuts is en dat wij dat ook niet hoeven te zijn. Je mag ook erotisch genieten in de relatie met je partner. Maar let op wat hij schrijft over het feit, dat het woord voor bruid in het Hebreeuws 'de voorbehoudene' , 'de gereserveerde', is.
Een 'godvrezende jongeman' betreedt op zijn trouwdag 'een ongerepte tuin' en mag een 'verzegelde bron' openen. De Schrift is dus tegen voorechtelijk geslachtsverkeer.
Je krijgt hier wapenen tegen de ongebonden sex, maar ook tegen de gnostieke vergeestelijking, waaraan ook een godsman als Augustinus niet ontkwam, trouwens ook de St. V. niet, blijkens de kanttekening over de borsten van de bruid als zouden dat de twee melkflessen zijn van het Oude en Nieuwe Testament!
Want, zo schrijft Van 0., men acht dat alles wat met het menselijk lichaam te maken had, eten, drinken, geslachtsgemeenschap, iets lager was, dat Christenen zoveel mogelijk moeten vermijden. Zijn pleidooi om de liefdesliedjes eens op muziek te zetten en te zingen op bruiloften en jeugd meetings , is waardevol.
Wie waagt zich daaraan? Intussen, dacht ik, laten we de heroïnehoertjes en anderen aan de rand van de samenleving, niet vergeten, zoals de Here Jezus hen niet vergat.
Die immers at met hoeren en tollenaren.
Fijn, dat er een V.B.O.K. is.
Lees deze boeken. Bespreek ze op de verenigingen van jongeren en ouderen. Kostelijke lectuur. Hartelijk dank, ds. Van Deursen voor deze actuele schriftstudies. Dank ook aan de uitgever Buijten en Schipperheijn, die zorgde, dat ook dit deel uit de serie weer een stevige band had en met een duidelijke, prettig leesbare letter werd uitgegeven.
Mijn complimenten daarvoor.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief