Nieuw - en voor niets (bij zondag 3)
1990-12-07
"Doet dat vervelende ding het weer niet! Bij mij is altijd alles stuk!"- Jaargang 34
- nummer 25
Zo moppert je moeder wel eens over de stofzuiger. Je grote broer over .' z'n stereotoren. Jijzelf over je elektrische trein.
Het lijkt wel of alleen jullie de kapotte dingen treffen, en andere mensen nooit.
Troost je: wij treffen het ook altijd.
Iets stuk of iets ontbreekt. En misschien treffen alle mensen het wel.
Jij bent de enige niet.
Hoe komt dat nu? Bijvoorbeeld dat je trein stuk is?
Dat kan twee oorzaken hebben.
In de eerste plaats kan de fabriek een fout gemaakt hebben.
Dan moet je ermee naar de winkel.
"Wilt u hem weer maken?"
Of: "Kan ik hem ruilen voor een andere?"
Dat vinden ze natuurlijk goed. En dan komt het wel in orde.
In de tweede plaats kan het je eigen schuld zijn. Jij hebt de draadjes niet goed aangesloten en toen kwam er kortsluiting. Of je hebt met een schroevedraaier in de locomotief zitten peuteren en nu is het motortje stuk.
Dan moet je ook naar de winkel. En dan willen ze hem wel maken. Maar het kost je je spaargeld, je moet zelf betalen.
Maar er kan nog een dèrde reden zijn waarom je trein kapot is.
Het is niet de schuld van de fabriek, het is niet je eigen schuld, maar het is de schuld van ... je vader! De trein waar jij mee speelt, is nog van je vader. Maar je vader was dertig jaar geleden al niet veel beter dan jij vandaag. Hij heeft de draadjes niet goed aangesloten, of hij heeft met een schroevedraaier in de lokomotief zitten peuteren. En nu zit jij met de brokken.
"Doet dat vervelende ding het weer niet! Bij mij is altijd alles stuk!"
Wat stom van je vader, hè - om zo met z'n trein te knoeien!
Hoe haalde hij het in zijn hoofd! Wie doet dat nu?
Jij! Jij zit toch zelf ook altijd overal in te rommelen? Je hebt je vader niets te verwijten, hoor! Wat je zegt, ben je zelf ...
En jij vindt het toch zo fijn om met die trein van je vader te spelen? Je hebt hem toch van hem gekregen!
Of: had je hem liever niet...
We hebben hier in onze taal twee spreekwoorden voor.
Eén: de pot verwijt de ketel dat-ie zwart ziet.
En twéé: je moet een gegeven paard niet in de bek kijken.
En zo is het.
Nu ga ik je een merkwaardig verhaal vertellen. Een sprookje bijna.
Jouw elektrische trein is stuk. Dat is niet de schuld van de fabriek. Het is ook niet jouw eigen schuld. Maar het is de schuld van je vader, die daar dertig jaar geleden mee geknoeid heeft.
En nu ga jij met die ouwe kapotte trein naar de winkel. Zegt de man in de winkel: ,,O, ik zie het al. Dat is een ouderwetse, zeg! Je vader zeker stuk gemaakt, vroeger? Kan niet meer gemaakt worden. Hier, krijg je van mij een nieuwe!"
Wauw! sta jij daar opeens met een spiksplinternieuwe trein in je handen!
Je vergeet te bedanken, je holt naar huis en je roept: "Ik heb een trein! een nieuwe trein! helemaal voor niks!"
Gek verhaal, hè? Doen ze niet in de speelgoedwinkel, hè?
Zelfs niet in de opruiming.
Wel, dit gekke verhaal staat in de bijbel. En zoiets merkwaardigs doen ze in de hemel, bij de Here God!
De trein van het leven is stuk. Hij staat op dood spoor. De trein van het leven staat op het spoor van de dood.
Ik bedoel: wij, mensen, doen allemaal verkeerde dingen. Jij doet ook verkeerde dingen. Dingen die God niet goed vindt.
Dingen die niet goed zijn voor jezelf, de andere mensen, de dieren, de planten, heel de wereld.
Hierdoor gaat alles kapot. De zonde is de schroevedraaier waar wij alles mee kapot maken. Daar komt oorlog en honger van, ziekte en zeerte, en uiteindelijk de dood.
Dat het leven kapot is, ligt niet aan God die alles gemaakt heeft. Het is niet de schuld van de hemelse fabriek.
Het is zelfs niet in de eerste plaats de schuld van jou en mij. Hoewel wij er ook een handje van hebben om de mooie dingen van God lelijk te maken.
Maar het ligt in de eerste plaats aan onze eerste vader en moeder: Adam en Eva in het paradijs. De bijbel vertelt, dat de Here God een volwassen man en een volwassen vrouw heeft geschapen, en dat zij onze over-over-overgrootvader en -moeder zijn.
En deze voorouders van ons hebben de wereld stuk gemaakt.
En wij zitten vandaag met de brokken.
Voordat je nu op Adam en Eva gaat mopperen, even twee dingen: Jijzelf hebt er toch ook een handje van om mooie dingen kapot te maken?
Wees eens eerlijk!
En jij vindt het toch fijn dat je leeft?
Dat je vader en moeder er zijn? Dat er duiven en marmotten zijn? Dat er appels en peren aan de vruchtbomen groeien? Dat de zon schijnt en de sneeuw langs het raam ritselt?
Je vindt het toch fijn, dat de wereld er is? Het is toch beter dat de wereld er is, dàn dat zij er niet is? Het is toch beter dat jij leeft dàn dat je niet leeft? En dat leven heb je toch gekregen van je vader en moeder? Uiteindelijk, als je heel ver teruggaat, van Adam en Eva?
Daarom moet je nog maar eens aan die spreekwoorden denken.
Eén: de pot verwijt de ketel dat-ie zwart ziet. Adam heeft gezondigd, maar ik zondig ook.
Twéé: je moet een gegeven paard niet in de bek kijken. Het leven staat wel op het spoor van de dood, maar dat leven heb ik in elk geval gekregen!
En nu dan dat merkwaardige verhaal van de bijbel. Geen sprookje, maar wel ongelofelijk!
Jouw leven is stuk, nietwaar? De zonde en de dood zit erin.
Zoals je moeder zegt van oude kieren: "Het weer zit erin".
Dat is niet de schuld van de hemelse fabriek, van de Here God. Het is zelfs niet in de eerste plaats jouw eigen schuld. Jij doet wel een heleboel fout, maar jij bent niet de éérste die in de fout gaat. Jij bent Adam en Eva niet.
Het is de schuld van onze eerste voorouders, die duizenden en duizenden jaren geleden met de wereld geknoeid hebben.
En nu ga jij met het kapotte leven en de aftandse schepping naar de winkel van de Here Jezus Christus. Zegt Hij tegen je: ,,O, Ik zie het al. Dat is een heel oude schepping waar jij mee aan komt zetten, zeg! Dat is een heel erg kapot leven! Adam en Eva zeker kapot gemaakt, vroeger? Hier, krijg je van Mij een nieuwe! Hoor maar, kijk maar ...".
En ik zag een nieuwe hemel en een nieuwe aarde ...
En ik zag de heilige stad, een nieuw Jeruzalem ...
En ik hoorde een luide stem van de troon zeggen: Zie, de tent van God is bij de mensen en Hij zal bij hen wonen, en zij zullen zijn volken zijn en God zelf zal bij hen zijn, en Hij zal alle tranen van hun ogen afwissen, en de dood zal niet meer zijn, noch moeite zal er meer zijn, noch rouw, noch geklaag ...
Zie, Ik maak alle dingen nieuw ...
Zó! sta jij daar opeens met een spiksplinternieuw leven in je handen!
Een nieuwe hemel, een nieuwe aarde, een nieuwe mensheid, een nieuw leven! Nieuw, nieuw, nieuw!
Helemaal voor niets! Leven, nieuw leven, helemaal voor niets!O mijn God, U wil ik loven en prijzen - altijd, altijd ...
Bijna Kerst
je wilt de takken
van de dennebomen pakken
en al heel lang
van te voren
zingen: Jezus is geboren.
Jezus werd
een kind als jij
en daar kun je soms heel blij
heel gelukkig
van gaan zingen
van gaan dansen, van gaan springen.
Maar dan stelt
Hij je een vraag:
hoe heb jij geleefd vandaag
met de mensen
om je heen
want je bent toch niet alleen?
En dan noemt
Hij eens wat namen
ja, Heer Jezus,'k moet me schamen
straks zal ik
het beter doen
bij een kaars en 't dennegroen...
Ytje Eenkhoorn