Pastorale notitie

1990-12-07
  • Jaargang 34
  • nummer 25
'Deze tegenwoordige Duisternis' (2)
Vorige keer schreef ik dat het boek van Frank Peretti 'Deze tegenwoordige Duisternis' waarschijnlijk ook in ons land veel lezers zal vinden. In deze pastorale notitie vertel ik eerst, waarom ik daar blij mee ben.
Allereerst omdat Ef. 6:10-20, de pericoop waaraan de titel ontleend is, zoveel dichter bij ons komt. Engelen en duivelen spelen in dit boek een even werkelijke rol als de menselijke hoofdpersonen. Ze worden zo realistisch getekend, dat je na lezing van dit boek om je heen kijkt met de vraag: waar zitten ze nu in mijn leefwereld?
En dat is stellig een goede zaak; we nemen het bestaan van de duivel en zijn boze machten vaak veel te weinig serieus. Dat van de engelen Gods evenzeer.
In de tweede plaats wordt duidelijk hoe enorm belangrijk het gebed is voor het verloop van de christelijke oorlogsvoering. Telkens komt het in de roman voor dat de engelen de strijd met de daemonen nog niet aangaan, omdat ze niet genoeg 'prayer-cover' (gebeds-dekking) kregen. In de verbeelding van de auteur kunnen de engelen verwondingen oplopen, zelfs nederlagen lijden. En dat is zeker het geval als de gemeente in de luchtoorlog niet voldoende dekking geeft. Opmerkelijk is verder de aard van de interactie tussen engelen en mensen. Uiteindelijk vallen de beslissingen bij God, maar mensen moeten kiezen.
Als het er op aankomt wachten de engelen af. Grijpt een gelovige naar het zwaard van de Geest, dat is Gods Woord, dan blijkt dat wapen ogenblikkelijk te liggen in de hand van een engel, die toeslaat en de tegenstander treft. Laat de gelovige het Woord liggen, dan staat ook de engel machteloos.
Telkens komen we in situaties, waarin onervaren engelen tussen beide zouden willen komen om gelovigen uit hun benarde situatie te bevrijden. Maar de bevelvoerende engel kan dit niet toestaan. Zijn handen zijn gebonden door een instructie van Hoger Hand: "Neen, hij of zij moet door de crisis heen. Dit lijden moet geleden worden". Dat kunnen de goede engelen soms moeilijk verwerken.
Zowel het engelenleger als het duivelenlegioen zijn verder hiërarchisch opgebouwd. In het boek treedt een 'Prins van Babylon' op.
Vergelijk hiermee de 'Vorst van Perzië', de duivel uit Daniël 10, die het Perzische hof regeert en die de engel-boodschapper van de Here, die op weg is naar Daniël, 21 dagen weet op te houden. Zo treedt er in de voorstelling van de auteur een engel op die spreekt met een Iers of een Zuid Afrikaans accent; ze hebben daar hun vaste standplaats. Op bevel van een Michaël-figuur worden ze echter voor een gigantische operatie samengetrokken in een kleine stad in Amerika.
Merkwaardig is dat de satan dikwijls niet in staat is zijn haat te temperen, waardoor hij zijn zaak grote schade doet. Een kleine daemon soebat en smeekt de duivel om de hoofdredacteur van de plaatselijke krant niet Hard aan te pakken. "Want", zo zegt het kleine monster dat 'Zelfbehagen' heet: "Ik heb hem al in mijn macht!"
Maar dat is de satan niet genoeg. Hij opent een enorm offensief tegen de redacteur door zijn dochter mee te slepen naar de krochten van het spiritisme. En dan veroorzaakt hij zijn eigen nederlaag. Hij moet zijn 'prooi' afstaan aan de Heer.
Tenslotte: ik acht het winst dat de verzoekingen van de New Age beweging zo realistisch worden getekend.
Laat niemand denken dat onze (jonge) mensen immuun zijn voor aanvallen van spiritisme, astrologie, heelheidsdenken , pantheïstische 'fijnzinnigheden " of welk bijgeloof ook. Jammer dat ik bij de opsomming van deze pluspunten zo kort en kroniekmatig moest zijn. Men oordele en leze zelf. Volgende keer D.V. mijn kritiek.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief