Evangelicos in Latijns-Amerika
1992-09-25
De opmars van het Evangelische Christendom in heel Latijns-Amerika van Mexico tot Argentinië begon met kleine ritselingen in het midden van de negentiende eeuw, die sterk in kracht toenamen in de jaren '30 en in de jaren '60 de kracht van een wervelstorm aannamen. Ze maakt deel uit van een wereldwijd verschijnsel, dat ook te zien is in delen van het Verre Oosten, met name in Zuid-Korea, en in diverse landen van Afrika, waaronder Nigeria en Zuid-Afrika. Men zou kunnen zeggen dat die buitengewone groei op wereldschaal te vergelijken is met de explosieve groei van het moslimfundamentailsme, hoewel de Islam meestal nauw verbonden is met nationalistische agitatie en de Pinkstergroepen dat normaliter niet kennen.- Jaargang 36
- nummer 20
David Martin 1
Een gezaghebbend boek
In 1990 verscheen het boek Tongues of Fire. The Explosion of Protestantism in Latin America van de Britse socioloog David Martin. Op de achterflap van het boek heet Martin "een van de meest gezaghebbende deskundigen ter wereld"
op het gebied van de 'sociology of religion'. Hij is emeritus hoogleraar in de Sociologie van de 'London School of Economics' en gaf les aan een Methodistische Universiteit in Dallas, Texas. Zo nu en dan blijkt ook in het boek dat hij gelovig is en kennelijk tot de Methodistische Kerk behoort.
Zijn boek wordt door Peter Berger een zeer bekende Protestantse vakgenoot, in het Voorwoord "van het grootste belang" genoemd. (Als je jeboek bij een in Groot Brittannië zo gerenommeerde uitgeverij als Basil Blackwell in Oxford kan uitbrengen, stel je meestal als auteur ook wel wat voor.) Martins boek is niet het enige over het thema van de stormachtige groei van het Protestantisme in Latijns Amerika, maar het werd wel het meest in de recente literatuur genoemd en het is toevallig het boek dat ik het meest nauwkeurig heb gelezen. Vandaar dat ik voor dit tweede artikel uit zijn boek zal putten.
Een van de eerste problemen die Martin signaleert bij het goed verrichten van zijn werk is, herkenbaar, het probleem van de beschikbare cijfers. Die zijn er lang niet altijd en, als ze er zijn, blijken ze niet altijd eenduidig met wat andere bronnen aan gegevens meiden. Hij erkent dat ook, meldt dat hij verschillende bronnen gebruikt heeft en zich zal concentreren op 'hoofdlijnen'.( 2)
Overdraagbaar
Nadat hij ruim aandacht geschonken heeft aan 'de botsing van de Spaanstalige en de Engelstalige beschaving' op het Westelijk halfrond, gaat hij de oorzaken bekijken waarom b.V. het Evangelische geloof zoveel meer is 'aangeslagen' in Brazilië en Guatemala dan bv. in Uruguay. Vervolgens bekijkt hij in hoeverre een bepaalde godsdienstige stroming rijp is voor 'export'. Valt een religieuze stroming gemakkelijk in een bepaalde cultuur over te nemen?
Zoals het Engels als taal en b.V. voetbal als sport in de hele wereld zijn overgenomen, geldt dat kennelijk met bepaalde vormen van godsdienst ook; die konden in allerhande culturen 'aanpassen'. Die konden een plaatselijke invulling krijgen en zo 'inheems' worden.(5) Hij vergelijkt in dat verband de 'Puriteinen', de Methodisten en de Pinkstergemeenten en komt tot de konklusie dat de laatstgenoemden zich veel gemakkelijker aan de lokale situatie van Latijns-Amerika hebben kunnen aanpassen dan de twee andere Protestantse stromingen, die zich al eerder in het subcontinent hebben gevestigd. (Ik moet eerlijk zeggen dat ik, net als menig ander Gereformeerd lezer wellicht, nogal eens weerstand voel bij dit soort sociologische benaderingen; 't gaat toch om 'het Woord' dat het moet doen!, denk ik dan. Toch ben je een dwaas, als je dit soort inzichten uit een heel andere akademische discipline geheel verwaarloost.)
De twee eerstgenoemde stromingen in het Christelijk geloof, het Calvinisme van de zestiende en zeventiende eeuw en het Methodisme van de achttiende eeuw, hebben in Engeland en ook in Schotland groot 'sukses' gehad, als je het zo wil noemen. Ook aan de andere kant van de Atlantische Oceaan, in de Britse kolonie die nu de Verenigde Staten heet, hebben beide vormen van Protestantisme grote aanhang gekregen.
Ze bleken echter "moeilijk te transporteren van Noord- naar Zuid-Amerika, behalve als kleine versterkingen voor het anti-clericalisme in de strijd die voor de Latijnse wereld kenmerkend is, die tussen een strijdbare kerk en een strijdbaar Verlichtingsdenken."( 5) De derde golf, die van de Evangelischen (vaak de Pinksterkerken), "slaagde erin om de grens tusen de VS en Mexico met kracht over te steken en op grootscheepse schaal te worden overgenomen." Dat kwam "omdat er ter plekke mensen waren die haar inhoud konden aanpassen aan wat in de nieuwe omstandigheden nodig en gewenst was, zodat ze heel gemakkelijk inheemse trekken aannam."( 5) Martin vervolgt: "Met toenemende snelheid ging deze golf door een groot aantal beddingen: naar 'de kleine luyden', die door hun ambacht, eigen grond of werk als los arbeider of bewaker een zekere mate van ekonomische zelfstandigheid bezitten; naar diegenen die door de nieuw kapitalistische vormen van landbouw van hun grond verdreven zijn en manieren zoeken om het hoofd boven water te houden en een andere woonplaats zoeken; naar de kleine Indianenstammen met maar weinig bestaansmogelijkheden of de grote etnische groepen, die aan de zijlijn staan. zoals de Maya's en de Quecha's. En bovenal naar al degenen die meegevoerd worden in de enorme volksverhuizing van het platteland naar de rand van de miljoenensteden en daar moeten proberen een nieuwe leven op te bouwen en hun identiteit vast te houden." De godsdienstige 'overstroming' is in een groot deel van de Latijnse wereld aan te treffen, het meest in Zuid-Oost Brazilië, maar in bijna even sterke mate in Chili en Guatemala. Het niet-Spaanse Caraïbisch gebied blijkt evenzeer te zijn beïnvloed door deze golf. En, zoals Martin aangeeft, datzelfde verschijnsel tref je aan op andere plaatsen op de wereld, zoals "China, de Filippijnen, Nieuw-Guinea, Indonesië en bovenal Zuid-Korea."
Het patroon
Naar Martin zegt, waren de protestanten in Zuid-Amerika in 1916 maar een uiterst kleine minderheid; velen van hen waren bovendien van Britse, Duitse of Amerikaanse achtergrond. Het zendingswerk werd voornamelijk vanuit Noord-Amerika ondernomen vooral door de Baptisten en Presbyterianen. "Maar in de twee volgende decennia begon dit alles te veranderen.
Het ledental van de Protestantse kerken nam toe tot 2.5 miljoen en het merendeel van de leden waren nu mensen van Latijnse afkomst. Tegelijkertijd bleven hun kerkgebouwen klein en in een aantal landen hoorden de meeste gelovigen tot de (kans)armen. Alleen in Brazilië bestond een stevige Protestantse middenklasse, terwijl in landen als Argentinië en Chili een lagere middenklasse ontstond, omdat met name voorgangers van gemeenten er in sociale positie op vooruitgingen.
Tijdens de eerste eeuw van hun bestaan in Latijns Amerika werden Protestanten door behoudende leden van hun samenleving beschouwd als buitenlandse 'invallers' en waren ze het mikpunt van hun vijandschap. Van tijd tot tijd maakte plaatselijke vijandschap en beperkingen die hun door de overheid werden opgelegd hun het leven moeilijk. Zij waren de natuurlijke tegenstanders van elke verbintenis van kerk en staat en waren ertegen dat op staatsscholen katholiek godsdienstonderwijs werd gegeven. Liberale regeringen en anti-clericalen zagen in hen bondgenoten van de vooruitgang en vrienden van het nut van het algemeen.
Als men hen niet om hun geloof achtte, werden ze geacht vanwege hun scholen en ziekenhuizen. Structureel gezien hoorden ze steeds bij de beweging die verandering nastreefde er'!ze werden derhalve altijd tot de progressieven gerekend. Met name in de Mexicaanse Revolutie stonden veel Protestanten in de voorste gelederen.
Aan het eindvan de jaren '60 kregen de Protestanten hun kans. Aan het begin van deze periode telden evangelische Christenen welliçht vijf miljoen leden, de kinderen niet meegerekend, en hadden ze invloed onder nog eens vijftien miljoen anderen. Twintig jaar later strekt die invloed zich uit tot minstens 40 miljoen, wat opmerkelijk 'mag heten, zelfs als men daarbij de snelle bevolkingsgroei als zodanig verdisconteert."( 50) (Wie deze cijfers vergelijkt met wat er in het vorige artikel werd vermeld zal een zekere 'marge' aantreffen.) Het diepst zijn Protestanten binnengedrongen in de samenleving van Brazilië en Chili, Nicaragua en Guatemala en, in 't gebied van de Caraïbische Zee, op Haïti, Jamaica en Puerto Rico.
Naar Martins opgave is 20% van de Braziliaanse bevolking van 150 miljoen nu Protestant. Volgens de New Vork Times van 25-10-87 was sinds 1980, dus in 7 jaar tijd!, het aantal Protestanten in Brazilië verdubbeld. De krant schatte hun aantal toen op 12 miljoen, met een 'uitstraling' onder nog eens 12 miljoen.
Pinkstergroepen
Er zijn in deze jaren van snelle groei bepaalde tendenzen waar te nemen. Een daarvan is de beweging naar de Pinkstergroepen. De andere Evangelische groepen, die er ook in grote aantallen zijn, leggen het accent op een Bijbelse verkondiging. Bij de Pinksterbroeders en -zusters staan de geestesgaven centraal. De groei van de Pinkstergroepen is spectaculair. Martin geeft cijfers voor Midden-Amerika. In 1936 maakten Pinkstergroepen slechts 2.3. % van alle Protestanten uit. In de jaren '60 hoorde een op de drie Protestanten in de regio tot hun groep en in de jaren tachtig zaten ze ruim boven de 50% van de 'Evangelicos'! In Zuid-Amerika zijn ze het sterkst in Chili, waar 80% van de Protestanten Pinkstergelovigen zijn! Martin spreekt ook van de 'versplintering' en maakt melding van een "volkomen vrije markt voor rivaliserende versies van Evangelisch Christendom".(52) Op die 'markt' zijn de Assemblies of God de belangrijkste en de meest invloedrijke.
Niettemin, het aantal denominaties loopt in de honderden ...
En ook van belang, al treft men wel Noordamerikanen in hun gelederen, die maken geenszins de dienst uit!
Waar vroeger de Protestanten tot de lagere middenklasse in hun samenleving hoorden, zijn veel Pinkstergroepen veel meer in de milieus van de armen aanwezig; ze zijn "de eerste uiting van Protestantisme onder het volk".(53) De massale aantrekkingskracht van de Pinkstergelovigen treft het meest in de grote kerkgebouwen. De Jotabeche Kathedraal in Santiago kan 18.000 mensen bevatten en de 'Tempel' van 'Brasil para Christo' nog meer! Door hun gebruik van de allermodernste communicatiemiddelen maken ze soms gebruik van voetbalstadions waar 100.000 mensen een zitplaats kunnen vinden. (Een groot deel van die aktiviteiten, die grote sommen gelds kosten, wordt nog door Noordamerikaanse tele-evangelisten uitgevoerd.
De 'Elektronische Kerk' is dus zeker niet afwezig in het Zuiden van het Continent. De andere kerkgenootschappen doen dat alles op veel kleinere en minder kostbare schaal, vaak via de plaatselijke omroep.
Noot
1 David Martin, p. 49.
P.S. Over dit thema wordt op 15 oktober a.s. een programma uitgezonden in de serie 'Wit begint' van de E.O.