Franciscus

1992-10-09
  • Jaargang 36
  • nummer 21
Iemand heeft eens opgemerkt, dat de kerk van de Reformatie wel terecht de heiligencultus als verering van mensen heeft afgewezen, maar dat zij daarmee ook veel praktische vroomheid en levenswijsheid aan zich voorbij zag gaan. Wij hebben, zo gezegd, met het gewijde water, de heiligen overboord gegooid. Om dat een beetje goed te maken, wilde ik U, gereformeerde ambtsdragers, Franciscus voorstellen. Je zou hem een diaken kunnen noemen. En hij heeft zich in zijn barre tijd op een zeer bijzondere wijze voor zijn ambt toegerust. Wat weten wij eigenlijk van Franciscus van Assisi? Uit mijn schooltijd herinnerde ik me, dat hij voor de vogels preekte en in het nog altijd middeleeuwse Assisi bewonderde ik de prachtige fresco's waarop hij zo staat uitgebeeld. Maar wie vroeg ooit naar de tekst van de preek zelf? Tot mijn verrassing vond ik die in het prachtige boek dat Helene Nolthenius over Franciscus schreef. Luistert U maar: "Mijn gevleugelde broeders, jullie moeten de Schepper van harte loven en altijd liefhebben.
Hij gaf jullie veren om aan te trekken, vleugels om mee te vliegen, en alles wat jullie nodig hebben. God maakte jullie tot Edelen onder de schepselen, en verschafte jullie een woonplaats in de puurheid van de lucht; en zorgt terwijl jullie zaaien noch maaien, en jullie hoeven je nergens om te bekommeren".

De overlevering wil, dat de vogels hun vreugde over deze preek toonden. Ze staken de nek naar voren, klapwiekten, openden de bekjes en keken Franciscus aan. Ongehinderd kon hij tussen hen heen en weer lopen, waarbij zijn pij langs hun koppen en lijven streek. En Franciscus verweet zich dat hij niet eerder gepreekt had tot de vogels, nu bleek dat ze zo aandachtig luisterden (a.w. 139).

Zaaien nog maaien kunnen, betekent armoede in de wereld van de mensen. Zaaien noch maaien behoeven, betekent vrijheid in de wereld van de vogels: het zijn de polen van het spanningsveld, waarin de trouwe diaken zich beweegt.

Franciscus heeft uit vrije wil de armoede als zijn bruid omhelsd. Hij identificeerde zich met Jezus Christus, die gezegd had: "De vossen hebben holen en de vogelen des hemels nesten, maar de Zoon des mensen heeft geen plaats om het hoofd neer te leggen" en die zijn discipelen uitzond "zonder beurs of reiszak of sandalen". Alle bezit van aardse goederen wees hij voor zichzelf dan ook ten strengste af. Eens, toen zijn bisschop zei te menen, dat een leven in volstrekte bezitloosheid niet vol te houden was, antwoordde hij: "Heer, als wij iets bezaten hadden we wapens nodig om het te verdedigen. Bezit brengt zorgen en twisten met zich mee en staat de liefde tot God en de naaste in de weg. We stelen het liever zonder".
Wat dunkt U, broeders diakenen en zusters diaconessen van de twintigste eeuw, die Uw diaconaat moogt waarnemen vanuit centraal verwarmde en elektrische verlichte huizen Gods en der mensen?

Het is niet moeilijk en ook niet onterecht Franciscus te kritiseren. Hij was mateloos in zijn streven deel te hebben aan de armoede van de mensen van zijn tijd. Hij onthield zijn lichaam voedsel, medicijnen, beschutting en rust die het niet missen kon.
Aan de vooravond van zondag, de 4e oktober van het jaar 1226 stierf hij, nog geen 45 jaar oud, op de naakte grond van Portiuncula bij Assisi, aan de ontberingen die hij zichzelf had opgelegd. Maar hoeveel bezwaar wij ook mogen hebben tegen een ascese die de mystieke eenwording met Jezus Christus zoekt te verwerkelijken, het neemt niet weg dat Franciscus de armen was als één hunner. En ook dat is een toetssteen voor het diaconaat. De diaconale gemeente moet zich aan haar armen niet presenteren in rijkdom en macht, maar in nederigheid en afhankelijkheid.

Als U vandaag in Portiuncula komt, vindt U daar een monumentale basiliek, op zes na de grootste die gebouwd werd, 150 meter lang en 24 meter breed. Binnen de muren, onder de op enorme pilaren rustende gewelven, loodrecht onder de koepel, staat als een in een reusachtige vitrine geïsoleerd kleinood, het nietige Mariakapelletje, dat Franciscus en zijn eerste volgelingen tot bedehuis diende.
Acht eeuwen geleden stond dat kappelletje in een bos. De broeders hadden er omheen een greppel gegraven en een heg geplant, een moestuin aangelegd en van ruw hout en leem hutten gebouwd waarin ze verbleven.
In de pompeuze basiliek is daarvan niets meer te vinden, Franciscus is daarin niet meer aanwezig. Zelf heeft hij de pracht van de macht en de verheerlijking van zijn persoon gezocht noch gewild: "Smaad is beter voor de ziel dan eer", zei hij, "aan zichzelf kan de mens enkel schaamte en kwelling toeschrijven, want zijn vlees keert zich tegen Gods gaven, zolang hij leeft".
Vandaag schuifelen de duizenden toeristen over de vlekkeloos betegelde vloer langs het kapelletje. Wie zijn ze gaan zien?
De kerk heeft zich van haar dienaar Franciscus meester gemaakt. Een kerk die zo doet, kromt haar dienst naar zichzelf, of het nu de bediening van het Woord of van de barmhartigheid betreft. Het gevolg is, dat de herders hun arme schapen uit het oog verliezen. Dan raken de schapen ook hun herders kwijt.
Franciscus viel het in zijn tijd niet moeilijk de armen en ellendigen te onderscheiden, hij ontmoette ze alom op de wegen die hij te voet ging. En de herkenning was wederzijds, de diaken was zichtbaar arm met de armen.

Dit alles is lang, lang geleden. Wie vandaag Assisi bezoekt, wandelt niettemin zode Middeleeuwen binnen, hij ervaart het als een cultuurschok. In ons land, in deze eeuw, is de materiële welvaart als een golf over de armoede gegaan. De diakonale kerkelijke hulp is wereldlijke sociale zorg geworden.
Hoe gaat dat? Dezer dagen is er grote beroering rondom de Wet Arbeidsongeschiktheid. En waar ligt nu de kern van het probleem? Onze minister van Sociale Zaken heeft dat heel duidelijk onder woorden gebracht. "Het is", zei hij, "voor de overheid onmogelijk geworden, de werkelijke arbeidsongeschikten te onderscheiden". Diakenen, die zich willen toerusten voor hun dienst der barmhartigheid, kan men niets beters toewensen dan leren onderscheiden. Als de kerk haar armen ziet, zien de schapen hun herder. Echte dienstbaarheid, wederzijdse herkenning, en een gescherpt oog zijn het doel van alle toerusting.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief