Jongerenwerker aan het woord
2008-02-01
Ik stel me telkens de vraag: wat drijft onze jongeren?- Jaargang 52
- nummer 3
Cor Broekhuis (45) is één van de twee jeugdouderlingen in de NGK van Wapenveld. Het verschijnsel jeugdouderling kent de gemeente sinds vijf jaar. Broekhuis is getrouwd en heeft drie kinderen (14, 12 en 9).
Waar ligt voor jou het zwaartepunt in je werk als jeugdouderling?
‘Het zwaartepunt ligt vooral bij de vraag: hoe houd je de jongeren bij de kerk? Het is niet zo eenvoudig om de zap-generatie geïnteresseerd te houden’.
Hoe houd je het contact met de jongeren?
‘Door telkens de vraag te stellen: wat drijft ze? Wat zorgt ervoor dat ze blijven of juist dat ze weggaan? Je ziet dat wat voor de één werkt, voor de ander niet werkt. Ik probeer in gesprek te blijven met de jongeren en hun ideeën ook in te voeren. De kerk is bij ons aan het veranderen. Rondom een jeugddienst bijv. roept dat allerlei reacties op. Je zit wel eens tussen twee vuren als jeugdouderling. Maar het is ook leuk: je moet echt iets ontwikkelen’.
Welke problemen zie je terugkeren?
‘Het motiveren van jongeren is niet altijd eenvoudig. De jeugdwerkers hebben daar ook mee te maken. Samen proberen we te zoeken naar
een oplossing’.
Wat is de belangrijkste ontdekking die je hebt gedaan?
‘Dat is dat jongeren echt van de zap-generatie zijn. Ze zijn sterk gericht op wat ze zien en horen. Ze horen en zien iets en ze zappen meteen weer verder. Ze zijn constant aan het veranderen en met meerdere dingen tegelijk bezig’.
Waar moet het in het jeugdwerk volgens jou in de eerste plaats om gaan?
‘Om Gods Woord. Het geloof moet voorop staan. Je kunt heel wat doen, zolang je dat maar niet loslaat’. (LvB)