Zou God niet van de Bijlmer houden?

1992-10-23
  • Jaargang 36
  • nummer 22
Een vrachtvliegtuig van El-Al slaat te pletter op twee flatgebouwen in de Bijlmer. In de vuurzee die ontstaat, vinden bijna honderd mensen de dood. Tientallen zijn ter plekke gecremeerd of verdampt in een hitte van 3000· C.
Waarom zij? Jaren geleden verscheen een boek, geschreven door een monnik. Het gaat over een voorval, dat hem heel diep raakte. Toen hij eens in de buurt van een brug liep, stortte deze met donderend geweld in. Op dat moment vielen vijf mensen in de afgrond. De monnik vroeg zich af: Waarom gebeurde dit nu juist met deze vijf mensen?
Jezus hoort een vreselijk verhaal over Galileeërs, die bezig waren met offeren. Op dat moment werden ze door soldaten van Pilatus bij het altaar gedood. Mogelijk waren het opstandelingen tegen het Romeinse gezag. In elk geval: Pilatus laat in zijn woede deze mensen in koelen bloede ombrengen. Waarom zij?
In de Joodse theologie was men van gevoelen dat elke zonde vergelding met zich mee bracht. Hoe groter zonde, des te zwaarder de vergelding. Eigen schuld, dikke bult. Zo'n zwartwit theologie van de vrienden van Job.
"Job, je moet wel een bijzonder zondig mens geweest zijn, dat jou dit alles is overkomen!"
Jezus zelf vertelt die geschiedenis van de toren van Siloam, die op achttien mensen in Jeruzalem viel. Waren zij groter zondaars dan de andere inwoners van die stad? Nu kunnen we zeggen: In het verhaal van de Galileeërs gaat het om een tirannieke daad van een mèns. Het andere is een ongeluk, een natuurramp. In het eerste verhaal speelt de mens een rol. Maar in het tweede dan? Komt deze uit de hand van God? '

Jezus gaat niet op deze vraag in. Hij zegt alleen: Leg geen verband tussen zonde en straf. Hij verwerpt hartgrondig de theorie van zonde en vergelding. Maar - laat er dan geen verband bestaan tussen zonde en straf - waar was Gód dan op het moment dat het vliegtuig de flatgebouwen raakte?
Bleef Hij onbeweeglijk zitten op zijn troon? Een brandweerman vertelde hoe ijzig stil het was toen hij door een flat liep, die helemaal uitgebrand was. Het was de kilte van een kerkhof. De man vertelde het bewogen. Was God toen onbewogen? Trilde er toen niets in het hart van God? We worden ineens geraakt door een ander woord in de Bijbel. Het staat in Jesaja. "In al hun benauwdheden was ook Hij benauwd" (63:9). God blijkt ontroerd te zijn door wat zijn kinderen meemaken.
Als Jezus voor een doofstomme staat, maakt Hij geen probleem van hem door te vragen hoe het zo komt, dat hij doofstom is, maar Hij zucht. Zo zucht God mee met de hele schepping die zucht. Hij zucht mee met de nabestaanden van de Amsterdamse slachtoffers. Hij bekijkt het lijden niet vanaf het televisiescherm om dan maar rustig verder te gaan met het regeren van de wereld. Hij gaat van zijn troon af, zoals Christus ging staan, toen Stefanus gestenigd werd in Jeruzalem. Wel, zo gaat God staan en legt de handen op het hoofd van de Ghanese vrouw, die zegt "Ons leven en het leven van die anderen is in Gods hand."
Wij staan verstomd bij het zien van slagen die neerkomen op sympathieke mensen. Hoe moeders lijden door ellende van hun kinderen. Dan trilt er iets in het hart van God. De Bijbel spreekt over een kruik, waarin Hij alle tranen van zijn kinderen bewaart. We hebben een God met een hart. Kunnen we dat nog zeggen tegen mensen, die niet in God geloven?
"Omdat God al die ellende in de wereld toelaat, kan ik niet in Hem geloven!"
We kunnen in elk geval één plek aanwijzen waar zijn liefde tastbaar is: Golgotha. Daar heeft zijn eigen Zoon geroepen: "Waarom hebt U mij verlaten?" Jezus vroeg niet naar het verband van zonde en straf. Hij vroeg: Waarom hebt U mij verlaten? Die vraag raakte God diep in het hart! Wij kunnen de vragen van het 'waarom' niet oplossen. We kunnen alleen maar met onze vragen rusten in de handen van God. Wij vertrouwen Hem als onze Vader. Of we Hem begrijpen?
Moet dat dan? "Hij gaat zijn ongekende gang vol donk're majesteit" (Gez. 447) Zeker.
Maar we vertrouwen Hem wel. "Hij put uit grondeloze diepten licht en maakt vreugde uit pijn" (idem).
C.S. Lewis gebruikt het beeld van een vioolsnaar. Losjes op de viool, brengt ze doffe tonen voort. Maar trek haar strakker aan, nóg strakker, en laat er de strijkstok over gaan, dan zingt ze!
Wat doe je met het lijden, dat over je komt? Géén bespiegelingen houden, maar vragen aan God: "Here God, kunt U mijn lijden gebruiken?" En wat rampen betreft, zoals in de Bijlmer, mag je niet vragen: "Waarom zij? Welke grote zonden hebben de slachtoffers gedaan?" Veel Surinamers vragen dit. Een jongen wijst op een kaart de rampzalige vlucht van het EI-AI vliegtuig aan. Hier: Diemen, Bussum-Naarden, Weespdaar vloog hij over heen. En dan heb je hier de Bijlmer. Daar slaat hij in. God houdt niet van de Bijlmer. God wil ons, Surinamers, straffen... Nee, geen zwart-wit theoloqie. Dat is oordelen over God en mensen.

Je mag maar één ding doen: De ogen naar binnen, kijken naar jezelf. Hoe ziet je eigen leven er uit op het moment, dat er rampen dichtbij gebeuren? Sta je ineens met een ruk stil en zeg je tegen God: "Here God, dat had mij moeten overkomen. Ik had niets anders verdiend?" Wij zitten in ons goed doortimmerde rijk-gestoffeerde huis, overal licht en warmte, we kopen en verkopen, we planten en bouwen. Tot we ineens om ons heen zien hoe mensen daaruit weggesmeten en op de puinhopen neergekwakt worden. Wij vragen dan: "Waarom zij?"
Jezus vraagt: "Waarom jij niet?"
Die vraag moet bij ons een verandering teweeg brengen.
Bekering.

Laten we met ons leven in het licht van God gaan staan en vragen: "Here God, breek alle voze steunsels af, waarop ik mijn levenshuis gebouwd heb. Laat ik Slechts bouwen op U. Laat me niet mijn eigen gang gaan, die immers uitloopt op de dood. Bekeer mij, dan zal ik bekeerd zijn. Laat mijn vreugde slechts in U zijn!

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief