Een Kerk ging stuk

1992-11-06
  • Jaargang 36
  • nummer 23
Tamelijk recent is bij uitgeverij Buyten en Schipperheyn een boek verschenen, onder de titel Een Kerk ging stuk. Het boek gaat over het ontstaan van de Ned.Geref.Kerken in die bewogen jaren 1967 en 1968. De lezer krijgt een ongemeen boeiend overzicht van de veelal zo tragische gebeurtenissen in die tijd. Tegelijk geeft het boek veel uiterst nuttige informatie over de achtergronden van het konflikt. Het is daarom te wensen dat velen in onze Kerken dit boek gaan aanschaffen en lezen. Daarbij denk ik in het bijzonder aan de jongere generatie, die al deze dingen hoogstens "van horen zeggen" heeft vernomen.
Met de twee schrijvers, ds.G.vd Brink en ds.H.J.vd Kwast, voerde ik een gesprek over een en ander. Hieronder treft u een greep uit de inhoud van dat interview.

Waarom bent u dit boek gaan schrijven?
vd Brink.ln 1986kwam een van onze jongere predikanten bij me en zei: "Schrijf dat boek, want als jullie oud geworden zijn, doen jullie het niet meer! Over een paar jaar moeten wij gaan 'samenspreken' , en we weten niet meer hoe allerlei dingen zich destijds hebben afgespeeld. Schrijf dus dat boek!" Ik heb dat projekt uitgesteld tot na mijn emeritering in 1988, heb eerst een grote reis gemaakt en toen kontakt opgenomen met Buyten en Schipperheyn en met ds. vd Kwast.
Toen hebben we ons beiden aan het werk gezet.

Klopt het, als ik denk dat u beiden zich, ook tevoren al, meer met deze materie heeft beziggehouden dan menig collega van uw generatie?
vd Kwast. In "Opbouw" had ik ook tevoren al "de portefeuille" van de verhouding tot de Vrijgemaakten.
Vooral in de periode dat Professor Veenhof uitviel, heb ik geregeld hierover in "Opbouw" gepubliceerd. Ik heb in 1967de kwestie Beverwijk in de classis meegemaakt, was lid van de Synode van Rotterdam-Delfshaven, zat in de Commissie vd Ziel, ben ondertekenaar van de "Open Brief" en zat dus midden in die materie. Collega vd Brink is "gepokt en gemazeld" in de zaak-Telder." Zo waren we dus een goed koppel. De een wist veel van de situatie in het Zuiden, terwijl de ander veel kon vertellen over de situatie in het Noorden en Westen van het land.

vd Brink. Jullie zijn buiten het Kerkverband georganiseerd, min of meer buiten de mensen in het Zuiden om. Ik heb ook de Open Brief voorgelegd gekregen, maar heb die niet getekend. Ik heb me later afgevraagd: Waarom heb ik die Open Brief toen niet getekend?
Er waren daarvoor verschillende motieven. Ik had onder andere een vriendschappelijke relatie met collega Schoep en ik wilde de zaak niet contamineren. Ik dacht: Ik heb mijn eigen strijd hier en onafhankelijk van die hele "Open Brief" zouden wij in het Zuiden er ook naast gezet zijn.

Bent u door deze hele affaire persoonlijk getekend?
vd Kwast. Ik meen van wel. Dit heeft zo'n belangrijk deel van ons leven uitgemaakt! Eerst al de Vrijmaking, vervolgens al heel gauw een stuk strijd; dan zie je de ontknoping aankomen.
We vroegen ons vaak af: wanneer vi iegt de kurk van de fles? Besef wel dat er in die jaren nog veel meer kwesties zijn geweest dan we in ons boek hebben behandeld; er is ook een kwestie-Kralingen geweest, de zaak Katwijk, en zo zou er nog wel meer te noemen zijn. De geschiedenis van de Vrijgemaakte Kerken is een geschiedenis van strijd geweest waarbij iedereen betrokken raakte.

Als je nu in de geschiedenis terugkijkt, zie je dan niet iets raadselachtigs? In de tijd van de Vrijmaking stonden Schilder en de zijnen voor grotere vrijheid. Ze wezen gewetensdwang en binding aan bepaalde opvattingen af.
Binnen een generatie echter zijn de mensen, die in '44 groter vrijheid voorstonden, op hun beurt gekomen tot een sterk binden van ieders geweten aan allerlei dingen die ik persoonlijk secundair acht. In vijfentwintig jaren is voorstaan van vrijheid veranderd in net zoveel "Synodocratie" als men tevoren had afgewezen ... Hoe is dat toch mogelijk? Hoe is dat in zijn werk gegaan?

vd Kwast. "De weg van de vrijheid naar het juk is altijd maar een schrede!"
(Mijn leermeester) S.G.de Graaf heeft mij al vroeg gewaarschuwd:"Het begint met de roep om vrijheid, maar straks wordt iedere andere opvatting verworpen. Als je geen confessionele basis hebt - en dat had men niet, want het ging tegen de binding aan leeruitspraken - dan gaat men toch iets zoeken.
Nu mag je nog kerkrechtelijk bezwaard zijn, maar over een poosje mag dat niet meer." Daarin heeft hij gelijk gekregen. De leer van "de veronderstelde wedergeboorte" heeft overigens in onze kring nooit een rol gespeeld en dat is eigenlijk merkwaardig.

vd Brink. Als ik deze vraag vanuit een andere gezichtshoek mag bekijken, dan zie ik ons telkens weer terugvallen in Judaisme! Dat wil zeggen dat we afglijden, bij de genade vandaan. Wij leven uit genade, maar raken na verloop van tijd toch weer onder de wet. Christus is voldoende, plus nog iets! Dat was dan de Vrijmaking. Later veranderde de volgorde, toen werd het de Vrijmaking plus Christus en tenslotte in het schema de Vrijmaking plus niets ...De wet in ons neemt heel gauw de zaak over; dan draait alles ten diepste om wat wij zelf presteren: de kerk of de confessie. Het hart van de Open Brief ligt voor mij in dat ene zinnetje, dat het hart zo gemakkelijk afgetrokken wordt van onze Here Jezus Christus, de Enige Heiland, om te gaan vertrouwen op iets anders. Het is een oermenselijke en heel oude zonde, die zich weer manifesteert.

Ik begrijp daaruit dat er feitelijk twee dingen speelden. De mensen die Vrijgemaakt zijn gebleven hadden groot bezwaar tegen uw opvatting, maar omgekeerd was dat ook het geval! Het ging niet alleen om kerkrechtelijke zaken; u had van uw kant ook een zeer principieel punt van kritiek.

vd Kwast. Dat geldt niet voor iedereen. Er waren er ook in die dagen velen die uitsluitend "kerkrechtel ijk bezwaar hadden". Ikzelf hoorde echter bij de groep die ook principieel bezwaar had, omdat in dit alles tekort werd gedaan aan de vrije genade.

vd Brink. Als ik mag citeren uit ons boek (p.167,168), zou ik graag wat opmerkingen uit de Dogmatiek van dr. Herman Bavinck willen voorlezen en die verbinden met wat onze Prof. Veenhof van dat alles heeft gezegd.
Het gaat over het onderscheid dat je maken moet tussen wat wezenlijke en wat bijkomstige punten in de openbaring zijn. Zulk onderscheid aanbrengen tussen wat fundamenteel was en wat minder wezenlijk was werd afgewezen door sommige predikanten, die later Vrijgemaakt gebleven zijn. Zij zeiden:"Je mag geen onderscheid maken tussen fundamenteel en niet fundamenteel! Wij zijn daarover geen rechter, wij kunnen niet bepalen wat fundamenteel of niet fundamenteel is. Dat te doen is doodgevaarlijk!" Dat zei men tegen ons in de kwestie-Telder.
Daar zat ik mee. Wat moest ik daar nu op zeggen? Toch vond ik dat men in de praktijk geen gelijk had. Toen kwam ik uit bij de Dogmatiek van Herman Bavinck, die juist over hetzelfde punt schreef en zei dat dat punt had gediend in de diskussie tussen de Protestanten en de Rooms-Katholieken in de Reformatie. Laatstgenoemden sponnen garen bij de verdeeldheid van de Protestanten. Daarop zeiden de Protestanten:"Maar op alle fundamentele punten zijn we het volledig eens!"

De Rooms-Katholieken zeiden toen: "Jullie maken onderscheid tussen fundamenteel en niet-fundamenteel. Dat kun je niet doen." Naar Bavincks stelling kwam die visie voort uit het Roomskatholieke geloofsbegrip dat men moet "toestemmen in allerlei geopenbaarde waarheden, die artikelsgewijze kunnen worden opgeteld.
De Reformatie vatte het geloof echter op als een persoonlijk aanvaarding van de Here Jezus Christus als Heiland en Zal igmaker." En, zei Bavinck, .dle roomskatholieke fout komt telkens weer terug: "Maar vanuit Orthodoxisme, (= strenge rechtzinnigheid) begon men weer alle nadruk te leggen op de ongerepte handhaving van de leer. Het geloof begon weer voor alles te worden een intellektuele daad. Het was de ernstige fout van de nareformatorische Orthodoxie, dat zij de gelovigen in de waan bracht dat het in het geloof juist voor alles aankwam op instemming met de confessie, op de zuiverheid in de 'leer'.OMaar het zaligmakend geloof droeg in de Reformatie van de aanvang af een gans ander karakter. Zij was een zaak meer van het hart dan van het hoofd 0 een vertrouwen op Gods genade in Christus en een verzekerdheiddes heiIs. De naam Orthodox miskent dit element geheel en geeft de indruk alsodf instemming met de belijdenis het een en het al is; en dat is het niet en mag het niet zijn." Veenhof heeft dat allemaal al gepubliceerd en gezegd: Het is uitermate belangrijk dat we confessioneel zijn, maar het is niet het wezenlijke.
Maar als ik dat zo hoor, is toch de verontrustende vraag: wat zou ons als Nederlands Gereformeerde Kerken kunnen verhinderen om opnieuw die weg te gaan? Wij zijn toch ook gestart met een accent op vrijheid; een aantal mensen was ronduit bunzig van allerhande kerkordelijke zaken...Als je met vrijheid beginnen kan en eindigen met de wet, hoe zou je dat kunnen voorkomen?

vd Brink. We moeten steeds weer uitkomen bij het meest wezenlijke: God die de goddelozen rechtvaardigt.
Dat moet centraal blijven staan. "Ik heb besloten niets anders te weten dan Jezus Christus en die gekruisigd." We moeten ons steeds weer hoeden voor elk systeem. Zodra enig programma weer een kruistocht wordt- God wil het en het moet! - dan zijn we weer van de genade afgedwaald. Laten we ervoor uitkijken!

vd Kwast. De vrijheid is de Christelijke vrijheid, om God te dienen, elkaar lief te hebben, mens te zijn. Dat is de essentie van de christelijke vrijheid. Niet dat iedereen zijn zin krijgt en zijn hobby kan botvieren. In deze vrijheid moet je bereid zijn te dienen en de minste te zijn. Daar is ook een kerkorde voor.

Een andere vraag. U bent ook tevoren al met de geschiedenis van onze Kerken bezig geweest, maar de laatste drie jaar hebt u zich in bijzondere mate in die geschiedenis verdiept.
Heeft u dat veel gedaan? Kwam het hele verhaal weer terug? Zat er iets gezondmakends in om dat alles nu eens van u af te kunnen schrijven?

vd Kwast. Ik heb aanvankelijk dat Rapport-Douma nooit willen lezen, over de kerken in Noord-Holland. Ik was vol en kon dat gewoon niet meer opbrengen! Dat moest ik allemaal eerst eens verwerken. Collega Schoep had hetzelfde. In de eerste periode kon hij over deze dingen niet spreken; hij kreeg er hartkloppingen van. Maar na verloop van jaren wordt zoiets beter en ik heb het feitelijk al jaren geleden van me afgeschreven. Dit boek kostte natuurlijk wel inspanning, maar toch niet meer emoties dan ik al eerder had gekend. Ik kan er nu tamelijk rustig over praten, hoewel, als "de Reformatie" verschijnt, met de recente artikelen over ons boek, dan denk ik: hoe is het mogelijk? Hoe kunnen mensen nu zo zijn? Ik ben het dus grotendeels kwijt en tegelijk draag ik dit alles levenslang met me mee.

vd Brink. Ik heb vier jaar in Kampen gestudeerd en er waren zoveel hechte banden. Ik had er een aantal heel fijne dikke vrienden! Die kom ik niet meer tegen, zeker niet aan het Avondmaal... Dat zit me feitelijk nog vreselijk hoog, na al die jaren.

Is het juist om in dit soort geval te spreken van "trauma's"?
vd Brink. Ik heb de oorlog meegemaakt en twee kerkscheuringen en vooral die laatste keer heeft inderdaad een heel lelijk trauma achtergelaten.
Het schrijven van dit boek was enerzijds heel beroerd, maar anderzijds, hoe gek het ook klinkt, het heeft me een stuk "gesaneerd".

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief