Naar een betere verstandhouding met de 'vrijgemaakten'? (2)

1992-11-06
  • Jaargang 36
  • nummer 23
In het vorige nummer van 'Opbouw' werd geschreven over de gevoeligheden die vrijgemaakt-gereformeerden en nederlands gereformeerden ten opzichte van elkaar hebben.
Die gevoeligheden kunnen tot vertekeningen leiden. Het beeld dat in onze kerken· leeft over de vrijgemaakten is aan herziening toe. Niettemin liggen er ook nog altijd forse historische addertjes onder het gras: conflicten in het verleden waarover men niet tot elkaar lijkt te kunnen komen. Met name werd ingegaan op de beoordeling van de 'Open Brief'.

Nogmaals: Handboek 1992
Behalve de Open Brief worden in het Handboek 19921 nog andere dwalingen in onze kerken aangewezen (er volgt nog een aantal andere bekende thema's: de 'leer' van Ds. Telder passeert de revue, het 'independentisme' , het tolereren van Ds. B.J.F. Schoep, het "aan de laars lappen van kerkelijke besluiten" enz.). Het zijn de onderwerpen die steeds terugkeren en die Kennelijk als kenmerkend worden gezien voor onze kerken. Deze discussie laat ik hier echter maar rusten".
Uitvoerig gaat dr. W.G. de Vries in op het jaaroverzicht van 'ons' Informatieboekje, waarin Ds. K.H. de Groot pleit voor duidelijke keuzen in ons kerkelijk leven. Daarnaast noemt hij de besluiten van de Landelijke Vergadering (Ede 1991) inzake de toenadering tot de vrijgemaakt-Gereformeerde kerken (voorstel Enschede-Noord) "de trieste afloop van wat een hoopvolle zaak leek te zijn".
De wens van prof. Douma wordt geciteerd "dat er betere tijden aanbreken, waarin duidelijk wordt dat wij toch weer naar elkaar toe moeten. Dit betekent wel dat de Nederlands Gereformeerde kerken eindelijk duidelijkheid moeten verschaffen, zo is onze wens en bede".
Veel Nederlands Gereformeerden zijn het erover eens dát we naar elkaar toe moeten groeien. Alleen: de toon is daarbij wel belangrijk. Als je doel is om anderen te bereiken, dan werkt de toon van een aantal scribenten eerder negatief dan positief. Sterker nog: de manier van schrijven werpt zelfs een blokkade op. Je krijgt de indruk dat er onvoldoende geprobeerd is om recht te doen aan het denken van anderen. En daar zal ieder gesprek toch mee moeten beginnen.
Typerend is in dit verband de reactie van Dr. W.G. de Vries op de verschijning van 'Een kerk ging stuk'", In 'Kerk,4 noemt hij dit boek 'personalistisch, individualistisch, independentistisch en typisch buitenverbands'. Wie werkelijk probeert om de ander serieus op zijn beweegredenen te toetsen, gaat niet op zo'n manier met deze publicatie om. Dezelfde De Vries schrijft in reactie op een publicatie uit christelijk gereformeerde kring dat het kennelijk aan de auteur niet is toe te vertrouwen om juiste informatie over de vrijgemaakt-Gereformeerde kerken te geven5. Mij bekruipt datzelfde beeld als ik zijn publicaties over ónze kerken lees.

Begrip
Toch is het voorgaande maar één zijde van de medaille. Aan de andere kant doet het ons (meer dan) goed als er vrijgemaakt-gereformeerde broeders en zusters zijn die begrip hebben voor de situatie waarin kerken buiten het verband zijn geraakt. "De schuld ligt aan beide kanten. Bijna alles kreeg een zwart-wit schema. Alleen al het feit dat er 30.000 leden weggingen geeft aan: hier zijn fouten gemaakt. Dat ligt volgens mij aan de synoden en aan de invloed van bepaalde personen':".
Veel bijdragen in het Nederlands Dagblad laten zien dat dat begrip aan het groeien is; dat de stellingen minder zwart-wit betrokken worden dan een aantal jaren geleden.
"Geconstateerd moet worden dat de nederlands gereformeerden niet en bloc synodaal zijn geworden, zoals in het verleden werd voorspeld. Ze laten zich kennen als gereformeerde kerken, waar de confessie in ere is - al is er door de lossere kerkelijke structuur geen sprake van strikt toezicht'. 7

Veel onheilig vuur
Waar onze kerkleden wel attent op zullen moeten zijn is, dat de gesprekken niet worden getrokken in een sfeer van: "zie je wel, wehebben toch gelijk gehad!" Wie graag erkend en herkend wil worden, zit daar soms teveel op te wachten. Hij wil zó graag horen dat de fout niet alleen aan hem ligt, dat de betekenis van de handdruk verkeerd wordt geïnterpreteerd.
Als een vrijgemaakt-gereformeerde broeder signaleert dat er in de strijd veel onheilig vuur heeft gebrand dan moeten we daar dankbaar voor zijn.
We moeten ook beseffen dat er in iedere kerkstrijd mensen op een verkeerde manier tegenover elkaar komen te staan (dat geldt ook onszelf). Ds. K.H. de Groot heeft daar onlangs goede dingen over geschreven 8

Contacten
De afgelopen jaren is er -vooral op plaatselijk nivo- sprake van groeiende kontakten tussen nederlands gereformeerden en vrijgemaakt-gereformeerden. Met dankbaarheid neem ik ook de groeiende openheid op het persoonlijke vlak waar. We gaan ontdekken dat het beeld dat van de ander werd opgebouwd niet zelden een karikatuur, een veel te grove vertekening bleek te zijn. De grotere openheid betekent dat de karikaturen die van elkaar zijn ontstaan, geleidelijk afgebroken kunnen worden. Vrijgemaakt-gereformeerde gemeenteleden spreken met waardering over Nederlands gereformeerde kerkdiensten.
Soms ook met verbazing, want "ik had gedacht nu eens een echte dwaalleer te horen, maar het was een bijzonder fijne dienst". Nederlands gereformeerden ontdekken de waarde van vrijgemaakt-gereformeerde publikaties en organisaties. Mensen ontmoeten elkaar vaker dan voorheen om samen te spreken over de vraag wat het christelijk geloof betekent in een niet-christelijke wereld. Mijns inziens is dat ook de allerbelangrijkste vraag waar we sámen mee bezig behoren te zijn. Wanneer het samen met elkaar bezig zijn gebeurt in een sfeer van openheid en vertrouwen, betekent dat ook dat we gemakkelijker kritisch naar ons eigen functioneren kunnen (laten) kijken. Dat is dan ook wederzijds. "Als verschillende kerken elkaar willen vinden, zullen ze hun eigen 'specialiteiten' moeten kunnen relativeren. Ze zullen meer moeten letten op wat samenbindt dan wat scheidt. Dan spring je ook niet meteen op de ketting als het eens wat anders gezegd wordt dan je steeds gewend bent' 9. "Dan is er ook ruimte om te begrijpen waar het de ander nu om ging: het waarschuwen tegen het gevaar van kerkelijk exclusivisme én het bewaren van de kerk bij de confessie!" 10.

Dat samen bezig zijn zal vooral op het individuele en kleinschalige vlak plaats moeten vinden. Bovendien kunnen er plaatselijk grote verschillen zijn (die vaak te maken hebben met de felheid van de kerkstrijd 25 jaar geleden). Maar wanneer we samen met elkaar bezig kunnen zijn, kan de nog aarzelende, wederzijdse handdruk veel waard zijn. Omdat we weer naar elkaar kunnen luisteren, elkaar erkennen, herkennen en begrijpen en daardoor ook van elkaars bedoelingen kunnen leren.

Noten:
1 Handboek 1992 ten dienste van de Gereformeerde kerken in Nederland, onder redaktie van Dr. W.G. de Vries.
2 Zie bv. ds. H.J. van der Kwast in 'Opbouw', 1991/23 en 1991/24. Ook in het recent verschenen boek van de hand van Ds. G. van den Brink en Ds. H.J. van der Kwast (zie voetnoot 3) wordt hier zeer veel aandacht aan besteed.
3 Ds. G. van de Brink en Ds. H.J. van der Kwast: Een kerk ging stuk (uitgave: Buijten en Schipperheijn, Amsterdam, 1992).

4 'Kerk', september 1992.
5 In: De Reformatie, 1 augustus 1992.
6 Drs. Ph. Roorda in 'Kerk', september 1992.
7 Dr. R. Kuiper in het Nederlands Dagblad, 5 september 1992.
8 Zie: het Jaaroverzicht in het Informatieboekje 1992.
9 Ds. K.H. de Groot in de Kerkbode van Nederlands Gereformeerde kerken, 18 juli 1992 10 Opnieuw: Dr. R. Kuiper in het Nederlands Dagblad, 5 september 1992

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief